Thaise `jao pho's' blijven stemmen kopen

Voor het eerst worden in Thailand verkiezingen gehouden voor de Senaat. Voor het eerst ook zouden dat eerlijke verkiezingen moeten zijn.

Ze mogen niets, de kandidaten in de senaatsverkiezingen die morgen in Thailand worden gehouden. Ze mogen geen lid zijn van een partij, ze mogen geen campagne voeren en wat het belangrijkste is: ze mogen geen stemmen kopen. De verkiezingen zijn een experiment, een proeve van een nieuwe democratie waarin geen plaats meer is voor de oude politieke generatie.

`Oud' staat voor de corruptie, vriendjespolitiek en chantage die sinds halverwege de negentiende eeuw in de Thaise samenleving zijn geslopen. Centraal daarin staat de relatie tussen de kleine man en zijn beschermheer, een relatie van wederzijdse gunsten en diensten. De gewone man krijgt bescherming in ruil voor giften en diensten, en de beschermheer, tegenwoordig een zakenman in het bezit van een groot aantal bedrijven in een bepaalde regio, moet genoeg geld en macht zien te verzamelen om die bescherming te kunnen geven.

Dit traditionele patroon is in de praktijk ontaard in corruptie en machtsmisbruik. De beschermheren – de jao pho (god of vader) – zagen in dat politieke invloed een garantie vormt voor het voortbestaan van hun imperium. Het politieke bestel in Thailand wordt sinds de jaren '30 gedomineerd door het leger, dat het machtsvacuüm opvulde dat was ontstaan door de afschaffing van de absolute monarchie. De politiek is een instrument voor leger en jao pho's geworden.

De justitie is te zwak om de steenrijke lokale peetvaders aan banden te leggen. De enige beschuldiging die officieel tegen een enkele jao pho loopt, is het zijn van `ongebruikelijk rijk'. Hierop is echter nauwelijks een zaak te baseren en tot een echte veroordeling komt het nooit. Volgens buitenlandse waarnemers omdat de rechter is omgekocht zodra de publieke aandacht een andere kant op gaat.

Genoeg is genoeg, zegt nu de `nieuwe' Thaise politicus. Deze politici uit het Lagerhuis, en in een enkel geval uit de regering, hebben in veel gevallen hun opleiding in het Westen gehad. Ze zijn tot de conclusie gekomen dat Thailand, dat officieel als democratie te boek staat, weinig kenmerken van deze staatsvorm draagt. Er zijn weliswaar regelmatig verkiezingen, maar die worden door de jao pho's aangegrepen om hun machtsbasis te verruimen. Ze maken gebruik van klassieke campagnemiddelen: verdachtmaking, omkoping en soms zelfs moord. Maar het populairst is het geven van geld, rijst of goederen als mobiele telefoons in ruil voor een stem.

Dat nu moet veranderen: verkiezingen moeten voortaan clean zijn, zeggen nieuwe politici, met als meest prominente vertegenwoordiger de 35-jarige Abhisit Vejjajiva. Deze minister op het departement van de minister-president wordt door vele buitenlandse politici en diplomaten getipt als toekomstig premier.

De eerste test voor de jonge generatie komt als morgen voor het eerst de senaat, die net als de Nederlandse Eerste Kamer wetgeving toetst, rechtstreeks wordt gekozen. De verkiezingen zijn het resultaat van de inspanningen van de nieuwe politieke generatie die twee jaar geleden een nieuwe grondwet door het parlement wist te loodsen. Tot nu toe werden de senatoren door de koning benoemd op voordracht van de premier. Aangezien het leger als het toonbeeld van onafhankelijkheid wordt gezien, zat de senaat, de `Wuthisapha', altijd vol met `ja'-knikkende militairen.

Om corruptie en vooral het kopen van stemmen uit te sluiten zijn de kandidaat-senatoren van nu gebonden aan strikte regels. De meesten hebben überhaupt geen geld om stemmen te kopen. Al hun geld zit in het enige dat ze wel mogen: hun portret ophangen. Dat doen ze dan ook massaal. In Bangkok hangen de lantarenpalen, regenpijpen en bomen vol met foto's van de 265 kandidaten die strijden om een van de 18 senaatszetels van de hoofstedelijke regio.

De kandidaten zijn grofweg onder te verdelen in drie categorieën: afgezwaaide militairen, activisten van non-gouvernmentele organisaties en bekende Thai, zoals tv- en radiopersoonlijkheden. Alleen de eerste twee categorieën hangen posters op en zo wapperen norse mannen in uniform naast glimlachende `onafhankelijken', die zichzelf typeren als `mensenrechtenstrijder', `ziekenhuisschandaalonthuller' of kortweg `Rambo'.

Allemaal hebben ze een nummer, maar waar de mensen achter die nummers allemaal vandaan komen en wat hun standpunten zijn, is voor de meeste Thai een mysterie – campagne voeren is immers niet toegestaan. De enkele verkiezingsbijeenkomsten die wel waren toegestaan, trokken nauwelijks geïnteresseerde kiezers.

Al vrij vroeg in de aanloop naar de verkiezingen bleek ook waarom: argumenten en standpunten tellen niet, als vanouds worden ook bij deze verkiezingen de stemmen gekocht. Het bureau Pollwatch heeft becijferd dat een beetje electoraat deze keer ruim drie miljoen gulden per senaatszetel kost. Het geld komt van de jao pho's die `hun' kandidaten, soms naaste familie, steunen. Ook andere `oude' praktijken steken de kop weer op. In de noordelijke provincie Chiang Rai werden een provinciebestuurder en zijn chauffeur van dichtbij door het hoofd geschoten. ,,Een politieke moord'', is alles wat de politie erover kwijt wil. Net als altijd worden al te populaire kandidaten bedreigd door de hofhouding van concurrenten, en worden posters weggehaald en vervangen door affiches die kandidaten in een kwaad daglicht stellen.

De officieel onafhankelijke verkiezingscommissie durft frauderende kandidaten niet van de verkiezingslijst te gooien. De commisie blijkt dan ook allesbehalve onafhankelijk: vorige week bleek dat ze financieel gesteund wordt door de oude corrupte politieke partijen. Een klap in het gezicht voor de nieuwe politieke generatie voor wie de als `schoon' bedoelde verkiezingen een kleine lakmoesproef was. Deze politici, vastbesloten om van Thailand een echte democratie te maken, moeten voorlopig nog in de wachtkamer blijven zitten.