Te Kanawa van fluistering naar klaterend forte

Twee jaar geleden was de legendarische Nieuw-Zeelandse sopraan Kiri Te Kanawa in Nederland te gast voor een concert waarvan de opbrengst gedeeltelijk was bestemd voor de Stichting Day by Day voor leukemiebestrijding. De stichting, die eerder ook sterren als José Carreras en Gilbert Bécaud engageerde, nodigde Te Kanawa gisteravond opnieuw uit voor een bomvol concert in de Rotterdamse Doelen.

De kwaliteiten van Te Kanawa, die inmiddels op oogverblindende wijze de middelbare leeftijd is gepasseerd en behalve dol op zingen ook liefhebster is van het gezinsleven en `een zorgeloos partijtje tennis', zijn omgekeerd evenredig aan het relatief kleine aantal concerten dat zij per jaar nog geeft, en het eveneens overzichtelijke repertoire waarin zij zich beweegt. Op haar meest recente opname huldigt zij haar exotische afkomst met vertolkingen van Maori-liederen. Maar de voor dit concert aanvankelijk aangekondigde selectie musical-liederen klonk niet, alleen een afwisselende dwarsdoorsnede van Te Kanawa's klassieke repertoire, waarin zij werd begeleid door het Radio Symfonie Orkest onder leiding van de Engelse dirigent Robin Stapleton. Het orkest wisselde haar bijdragen af met instrumentale stukken, die wegens gebrek aan helderheid en gedrevenheid doorgaans vooral naar de terugkeer van Dame Kiri deden verlangen.

De kracht van Te Kanawa schuilt niet in epaterende vocale erupties, maar in de manier waarop zij haar stem moeiteloos en onafwendbaar als een waterstroom laat kabbelen tussen een haast gefluisterd pianississimo en een klaterend forte, waarbij vooral de manier waarop zij de stroming van haar geluid gradueel kan laten aanzwellen en inperken onnavolgbaar is.

De `Flügeln des Gesanges' waarvan zij voor de pauze nog wat ingehouden zong in Mendelssohns befaamde zetting, sloeg Te Kanawa ten volle uit in een tweetal gezongen concertaria's van Mozart en de slot-scène uit Richard Strauss' opera Arabella. In Mozarts concert-aria Vado, ma dove? Oh dei! zoog Te Kanawa de aandacht van orkest en publiek met klaterende welluidendheid en omfloerste ingetogenheid naar zich toe. En in de verzengende slotscène uit Strauss' Arabella, terecht als climax geprogrammeerd, ontvouwde zich ten slotte de volle spanwijdte van haar stem, die hier met enkele aangenaam doorleefde braampjes in het mezzo voce opbloeide naar de spoelende dramatische kracht van haar overweldigend natuurlijke hoogte. `Ich will!' zong zij vol overgave, waarna het publiek nog méér wilde, en werd bevredigd met een eveneens ontroerende vertolking van O mio babbino caro uit Puccini's Gianni Schicchi.

Concert: Kiri Te Kanawa (sopraan), Radio Symfonie Orkest o.l.v. Robin Stapleton. Programma met werken van Mozart, Strauss, Mascagni, e.a. Gehoord: 2/3 De Doelen, Rotterdam. Radio 4: 25/3, 10.30 uur.