Tandpasta

Bij het bijhouden van het nieuws over Bram Peper onderga ik steeds sterker een gewaarwording die ik nog het best kan omschrijven als het Richard Nixon-gevoel.

Voor de jonge lezers die geschiedenis niet in hun pakket hadden: Richard Nixon was een Amerikaanse president die zich gedwongen zag in 1974 af te treden, nadat duidelijk was geworden dat hij een inbraak door zijn handlangers in het hoofdkwartier (`Watergate') van zijn politieke rivalen van de Democratische Partij had proberen te verdoezelen (`cover up').

Nu is inbreken iets heel anders dan uitvreten. Peper wordt ervan verdacht zich op kosten van de gemeenschap aan aangename tijdverpozing te hebben overgegeven. Dat kan hem zijn huidige ministerschap kosten, maar daarmee houdt het op. Nixon had zich schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, en hij kon alleen maar de strafrechtelijke dans ontspringen doordat zijn opvolger hem pardonneerde.

Wat deze twee affaires meer gemeen hebben, is het verzet van de hoofdrolspelers, dat koppiger en agressiever wordt naarmate er meer belastende berichten verschijnen. Heel sterk zie je dat terug in het voortdurend traineren van het onderzoek en het kleineren van de onderzoekers. Nixon elimineerde de speciale aanklager en ministers die hem het leven zuur maakten, Peper heeft van meet af aan de integriteit van de Rotterdamse onderzoekers in diskrediet gebracht. Nixon belasterde de kritische kranten, Peper heeft het Algemeen Dagblad met juridische stappen bedreigd.

Een belangrijk onderdeel van beider tegenoffensief is het mobiliseren van vrienden en bekenden bij het ontkrachten van de beschuldigingen. Op die manier sleurde Nixon zijn politieke assistenten en zelfs zijn arme secretaresse in zijn val mee. ,,I have no memory of that particular point in time, senator'', werd een van hun gevleugelde uitvluchten tegenover de onderzoekers.

De vrienden van Peper doen in de media regelmatig hun beklag over de in hun ogen schandalige manier waarop Pepers bestedingspatroon wordt onderzocht. De toon van dat tegenoffensief wordt steeds schriller, en zou wel eens een vingerwijzing kunnen zijn voor de ernst van de beschuldigingen. Peper heeft zijn onderzoekers lang in de verdediging kunnen drukken, maar het lijkt wel alsof hij niet langer in een feitelijke weerlegging gelooft en daarom met zijn getrouwen een toevlucht zoekt in een emotioneel appèl.

Zie deze week het interview in Elsevier van Hugo Camps met zijn echtgenote Neelie Kroes. Het is de frontale vlucht naar voren. Haar man is onschuldig, hij is iemand die het liefst oud brood eet: ,,Bram staat zo ver van de materie, joh.'' Als Nederland deze man laat vallen, dan is het gebeurd met het land. ,,Dan wil ik hier niet meer leven.''

Zal het helpen? Ik vrees dat ik moet verwijzen naar een citaat van Bob Haldeman, destijds assistent van Nixon: ,,Als de tandpasta uit de tube is, kun je weinig meer doen.''