Spanje niet echt rouwig

De vrijlating van de Chileense oud-leider Pinochet komt Spanje politiek niet ongelegen: ze verlost de Spanjaarden van wat een heel netelig probleem had kunnen worden.

Met gefronste wenkbrauwen, het grijzende haar als altijd in een onberispelijke coupe, kwam Baltasar Garzón gistermiddag de trappen af van het Hooggerechtshof in Madrid. Tot het laatste moment gistermiddag, toen de ex-dictator al met een wiel van zijn rolstoel in de Boeing 707 van de Chileense luchtmacht stond, had de Spaanse rechter vanuit zijn werkkamer op het Hooggerechtshof getracht de vrijlating te blokkeren. Het was de laatste, tot mislukken gedoemde poging om een onderzoek van bijna vier jaar alsnog tot een goed einde te brengen.

Toen Baltasar Garzón, bijgenaamd Super-Garzón, samen met een collega in 1996 begon met een strafrechtelijke onderzoek naar de misdaden gepleegd onder de militaire dictaturen in Chili (1973-1990) en Argentinië (1975-1983) werd hij nauwelijks serieus genomen. Het leek het zoveelste project van een rechter die na een mislukt uitstapje in de nationale politiek werkte aan een wervelende terugkeer in de rechterlijke macht.

Het bleek gaandeweg ernst: honderden getuigen werden gehoord. Arrestatiebevelen en internationale opsporingsverzoeken werden opgesteld. En uiteindelijk werd Augusto Pinochet gearresteerd in Groot-Brittannië na een uitleveringsverzoek door Spanje.

Dat de ex-dictator weer richting Chili is afgereisd neemt niet weg dat Garzón geschiedenis heeft geschreven, daar waren vriend en vijand het in Spanje dezer dagen wel over eens. De talrijke juridische uitspraken rond de uitlevering – zowel in Spanje als Groot-Brittannië – hebben de jurisprudentie voor misdaden als genocide uitgebreid buiten de territoriale grenzen van de rechterlijke macht, wat een belangrijk precedent schept voor de toekomst van het internationale strafrecht.

Voor de talrijke families en nabestaanden van de slachtoffers van het Pinochet-regime, hun advocaten en de mensenrechtenorganisaties in Spanje rest evenwel vooral een kater. ,,Dat Pinochet terug kan reizen naar Chili bewijst dat genocide onbestraft kan blijven'', zo concludeerde rechtsgeleerde Joan Garcés, die ooit als adviseur van de Chileense president Allende het vege lijf wist te redden tijdens de coup van Pinochet en die aan de basis stond van diens vervolging.

Politiek kwam het uitleveringsverzoek in Spanje reeds vanaf het begin af aan terecht in een mijnenveld van wisselende en tegengestelde belangen. De regering-Aznar heeft zich tot op de dag van vandaag officieel altijd zorgvuldig op de vlakte gehouden over de kwestie, die tot grote diplomatieke spanningen leidde met Chili. Minister van Buitenlandse Zaken Abel Matutes bezweerde zijn woedende Chileense collega dat hij niets anders kon doen dan op te treden als de neutrale postbode voor de petities van Garzón richting Groot-Brittannië. Maar op de achtergrond deed de politiek benoemde top van het openbaar ministerie zijn best om waar mogelijk Garzón een voet dwars te zetten.

De uitleveringsprocedure verzandde verder in een politiek steekspel. Het dagblad El País meldde vandaag dat de socialistische ex-premier Felipe González de Chileense regering informeerde dat de huidige premier wel degelijk de uitlevering van Pinochet kon blokkeren. González verzette zich, in tegenstelling tot de rest van zijn partij, vanaf het begin af aan consequent tegen uitlevering: het was naar zijn mening een ongewenste inmenging in de vreedzame overgang naar de democratie in Chili, een proces dat hij zelf in Spanje als geen ander kende. Bovendien heeft González een brandende hekel aan onderzoeksrechter Garzón, die hij persoonlijk verantwoordelijk acht voor zijn eigen politieke ondergang.

Blokkeren deed de huidige premier Aznar echter niets, zo luidt de analyse, aangezien hij juist bezig is een imago van centrum-rechtse partij op te bouwen. Daarin past geen sympathie voor ex-dictators.

Dat de uitlevering is stopgezet komt zowel links als rechts politiek niet helemaal ongelegen. Spanje bevindt zich midden in de voorbereidingen van de verkiezingen van 12 maart. De conservatieve Partido Popular is op de valreep verlost van een lastige kwestie zonder ook maar een moment echt stelling ingenomen te hebben. De tevredenheid straalde er dan ook van af toen minister Matutes gisteren nog eens uitlegde dat de regering niet tegen het besluit van de Britse minister Straw in beroep zal gaan. Het was immers een politiek besluit geweest, aldus Matutes, en daar mengt Spanje zich niet in.

In brede kring wordt evenwel vermoed dat het Britse besluit – beargumenteerd met de slechte gezondheid van de voormalige Chileense dictator – in zoverre politiek genoemd kan worden dat de drie betrokken regeringen het waarschijnlijk op een akkoordje hebben gegooid om het probleem uit de wereld te helpen.

De aanval van de socialistische lijsttrekker Joaquín Almunia, dat de regering Aznar de rechtsgang heeft geblokkeerd en zich hypocriet opstelt was objectief genomen wellicht juist, maar sneed weinig hout. Want het waren immers zijn Britse en Chileense socialistische collega's die van harte hebben meegewerkt aan de terugkeer van Pinochet.

Het wachten is nu op nieuwe acties van Garzón. De eerste suggestie van het conservatieve dagblad La Razón: een internationaal opsporings- en arrestatiebevel voor de Cubaanse dictator Fidel Castro.