PvdA moet zich met overtuiging op de Derde Weg richten

De PvdA kan beter de Derde Weg inslaan dan kiezen voor een nostalgische retro-benadering waarbij het tijdperk-Kok voor de sociaal-democratie wordt beschouwd als niet meer dan een oneigenlijke tussenperiode van kaalslag en sanering, vindt René Cuperus.

De Derde Weg als politiek program en politieke houding is het radicale, niet-defensieve antwoord van centrum-links op de snel veranderende samenleving. De Derde Weg is er voor progressieven met een hernieuwd vooruitgangsgeloof. Zoals de oude, vertrouwde sociaal-democratie uiteindelijk een van de beschaafde begeleiders en vormgevers van de industriële samenleving was, zo pretendeert de Derde Weg een hernieuwde sociaal-democratie te belichamen die de beschaafde vormgever zal zijn van de `nieuwe' samenleving. Die is op haar beurt het resultaat van fundamentele veranderingen in de economie, sociologie en cultuur van de Westerse landen. Aanhangers van de Derde Weg zijn ervan overtuigd dat het mogelijk is op offensieve wijze trends als het globaliseringsproces, de informatierevolutie, de postindustriële kenniseconomie en individualisering te verbinden met sociaal-democratische waarden en doelen. De Britse New Labour-regering omschrijft een dergelijke ambitie voor Europa als volgt: ,,to build in the European Union by 2010 the most dynamic and socially-inclusive knowledge-based economy in the world.'' Dit is zelfs het motto geworden van de komende Europese top in Lissabon, die een `Derde-Weg-top' wordt.

Dat geeft al aan hoe groot de steun in heel Europa inmiddels voor de Derde Weg is geworden. De angel is uit de vroegere controversen binnen de Europese sociaal-democratie. Eerder was er de Frans-Britse `Rozenoorlog' tussen Jospin en Blair over de hervorming van de sociaal-democratie en liep de frontlinie tussen moderniseerders en traditionalisten dwars door de Duitse SPD heen. Door de implosie van de CDU is de SPD plots een `staatsdragende' partij geworden, die zich geen richtingenstrijd meer kan veroorloven. Verder bleek bij het dispuut tussen Fransen en Britten de ideologische soep minder heet te worden gegeten dan ze werd opgediend. Een intensieve uitwisseling toonde aan dat er tussen het daadwerkelijk gevoerde beleid in beide landen geen onoverbrugbare kloof bestaat. Bovendien is men in Europa bij het vergelijken van de praktijk van hervormingsbeleid tot overlappende overeenstemming gekomen. Men deelt, ondanks alle nationale en institutionele verschillen, de diagnose dat maatschappelijke dynamiek nodig is. Er valt weliswaar een meervoud van `derde wegen' te herkennen, maar ze voeren in dezelfde richting. In antwoord op de New Economy ziet men uiteindelijk de beste kansen op robuuste solidariteit tussen kansarmen en kansrijken in een mengeling van beleidsmaatregelen. Deze behelzen verdere activering van de verzorgingsstaat, het bereiken van macro-economische stabiliteit binnen een sociaal-monetaire Europese Unie, intelligentere overheidsinterventies via joint ventures met de verlichte delen van bedrijfsleven en vakbeweging en andere maatschappelijke partners, stimulering van ondernemings- én gemeenschapszin en het tegengaan van sociale uitsluiting, zowel van een onderklasse in wording als van onmaatschappelijke staatsverlatende elites.

Zo onderstrepen nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen de noodzaak van de Derde Weg. Maar ook de grote achterstand in innovatie- en concurrentievermogen die het Europese sociale samenlevingsmodel nog altijd heeft op de Verenigde Staten en de florerende delen van Azië, speelt een rol. Het mag vreemd lijken dat de meest atypische en excentrieke Europese verzorgingsstaat, de Britse, zo dominant de toon zet in het debat. Dat is minder gek, als we bedenken dat Engeland een natuurlijke trait d'union is tussen Europa en Amerika. Onder alle Britse traditie en folklore gaat een postindustriële trendsetter schuil.

De Derde Weg vertegenwoordigt ook de ideologie van de opluchting. Na het ideologisch en politiek dolen van de sociaal-democratie in de lange jaren tachtig, is de Derde Weg symbool voor herwonnen zelfvertrouwen. Dat is nog eens bevestigd door electorale winst en overvloedige regeringsdeelname. Maar ook letterlijk kent het Derde-Weg-discours een bevrijdende werking ten opzichte van een eerder tamelijk pessimistisch decennium, toen progressieven geobsedeerd leken door `no future', de ecologische apocalyps, het verval van de nationale (verzorgings)staat of het determinisme van massawerkloosheid en jobless growth. Met de Derde Weg is de sociaal-democratie weer op vertrouwd terrein aanbeland: als begeleider en hervormer van modernisering en productivisme in de `new information economy', met daaraan gekoppeld verdelings- en sociale rechtvaardigheidsnoties.

De noodzaak van de Derde Weg laat zich nog anders beargumenteren. De grote verandering die de samenleving momenteel ondergaat, brengt, naast nieuwe dynamiek, individuele keuzevrijheid en welvaart, onherroepelijk ook sociale spanningen en middelpuntvliedende krachten met zich mee. De Derde Weg beoogt een sociale moderniseringsagenda te bieden, die juist uit een centrum-linkse positie een alliantie wil smeden tussen lagere en hogere middengroepen. Daarmee vormt zij een van de steunberen van het grote gematigde midden in Europa. Iets wat met de crisis en implosie van rechts in Europa alleen nog maar aan existentieel-democratisch belang gewonnen heeft, gelet op het 'rechts-populistisch potentieel van Haider', zoals H.J.A. Hofland uiteen heeft gezet (opiniepagina van 23 februari).

Wat betekent het nieuwe paradigma van de Derde Weg nu voor de Nederlandse situatie? Die levert daar wel wat complicaties op. Want Nederland is tamelijk uitzonderlijk in die zin, dat het vrijwel automatisch Derde-Weg-posities produceert door het coalitiestelsel en het permanent `meeregeren' van de sociale partners. Voorzover er al van extremen sprake zou zijn, leiden dialoog en samenwerking als vanzelf tot gulden-middenweg-compromissen. Voor Nederland is sowieso tachtig procent van het debat over de Derde Weg een idioom met terugwerkende rechtvaardigende kracht: het levert het vocabulaire bij de omslag die hier in de jaren tachtig en negentig al is gemaakt: de moeizame sanering en activering van de verzorgingsstaat en de geleide dynamisering van de economie met het `banenwonder' van het poldermodel als resultaat.

De PvdA evenwel zal zich meer dan tot nog toe de feitelijke koers-Kok moeten toeëigenen en zich deze meer eigen moeten maken. Wil zij aanspraak kunnen maken op het ambassadeurschap van de Derde Weg in Nederland, dan zal zij die koers van `trial and error' programmatisch scherper moeten profileren. Ze zal de fixatie op de overheid moeten loslaten ten gunste van een benadering gericht op het creatief-onorthodox probleemoplossend vermogen van de samenleving als geheel, de normalisering van de contacten met het bedrijfsleven, de notie `geen sterke economie zonder sociaal beleid en vice versa'. Deze koers zal ter bestrijding van technocratie en depolitisering, ook sterker onderbouwd en gepolitiseerd te worden, in het bijzonder in concurrentie met de VVD.

De PvdA kan beter die weg inslaan, dan kiezen voor een nostalgische retro-benadering waarbij het tijdperk-Kok voor de sociaal-democratie beschouwd wordt als niet meer dan een oneigenlijke tussenperiode van kaalslag en sanering. Sommigen beweren in de `maatschappelijke diagnosestrijd' die zich momenteel binnen de sociaal-democratie afspeelt, dat het negentiende-eeuwse kapitalisme opnieuw is teruggekeerd en dat de strijdbijl en het lijk van Karl Marx weer dienen te worden opgegraven. Dat is een valse en naïeve oproep in het licht van de grote transformatie waarin het Europese sociale model overeind moet worden gehouden en gelet op de rechts-populistische verleiding die er rondspookt. Men kan het ook anders stellen: zij die in de PvdA verlangen naar een meer `sociale' post-paarse coalitie zouden wel eens van een koude kermis thuis kunnen komen. De Derde-Weg-oriëntatie is dan voor de PvdA des te noodzakelijker, al was het maar om verstandig tegenwicht te kunnen bieden aan een spiritueel-communitaristisch CDA en een ecologisch-multiculturalistisch GroenLinks.

René Cuperus is medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, denktank van de PvdA, en eindredacteur S&D.