``Naipaul bracht een onbekende ironie tot stand''

``Ik ben vooral met beelden opgegroeid'', vertelt Anil Ramdas. ``Als hindoestaan in Suriname heb je maar twee manieren om je afkomst te gedenken: de religie en de bioscoop. Mijn ouders waren beiden van Brahmaanse huize, en dat betekent in Indiase termen meestal dat je niet echt religieus bent. Dus gingen wij naar de bioscoop, elke zondagmiddag. De binding met de cultuur, met India, met onszelf, onze normen en waarden vond allemaal plaats in de bioscoop. Eerst waren er beelden, pas later kwam de invloed van woorden, van teksten.''

Anil Ramdas (1958) is publicist en maakt voor de VPRO het programma Het blauwe licht, waarin hij samen met Stephan Sanders en twee gasten discussieert over televisie. Het eerste artikel dat Ramdas schreef voor De Groene Amsterdammer ging al over V.S. Naipaul, een schrijver voor wie Ramdas een grote bewondering heeft sinds hij A House for Mr. Biswas las. Dat is het vierde boek van V.S. Naipaul, waarin hij het leven van zijn vader op Trinidad beschrijft, vooral zijn worsteling om onafhankelijk van zijn hindoestaanse familie een bestaan als journalist op te bouwen.

Ramdas: ``Ik kwam voor het eerst in aanraking met A House for Mr. Biswas toen ik een jaar of acht, negen was. Niet omdat ik het kon lezen maar omdat mijn vader op dat moment bezig was aan een examen voor zijn opleiding als onderwijzer. Hij studeerde samen met een paar vrienden in de voorkamer en daar spraken ze over dat boek. Ik herinner me hoe ze puzzelden met waar de V en de S voor stonden, hoe ze de bedragen van de hypotheekaflossing in Trinidad vergeleken met die in Suriname. Voor hen was het boek realiteit, een soort verslag van hoe het daar gaat.''

Zijn ouders zijn gescheiden toen hij elf was. Ramdas' vader vertrok naar Nederland en hij bleef achter met zijn moeder. `'Toen ik later Biswas weer onder ogen kreeg was dat een dubbele ervaring, omdat het boek me weer verbond met het gezin dat ooit compleet was. Het maakte ook een enorme indruk op me, op mijn hele generatie eigenlijk, omdat het over ons ging. We vonden in het boek namen, taferelen, gebruiken, gewoonten die we allemaal kenden. De manier van praten, de manier van roepen op het platteland. De relatie met alcohol, de relatie met de zusters.

``Tot dan toe lazen we alleen maar boeken door blanken en over blanken. De westerse literatuur, die altijd gaat over mensen die op zoek zijn naar zichzelf, naar zelfbevestiging – nooit over het collectief. Toen we Biswas lazen zagen we hoe die individualiteit ook terug te vinden was in onze gemeenschapscultuur, zelfs in de plattelandscultuur van arme boeren die amper kunnen lezen en schrijven. We ontdekten dat je liefdevol en spottend tegelijk naar je eigen cultuur en naar jezelf kunt kijken. Het element van de ironie dat Naipaul tot stand bracht, was tot dan toe totaal onbekend. Er zijn geen romans voorafgaand aan Biswas die zo vol ironie de hindoestaanse gemeenschap waar ook ter wereld beschrijven.''

``De zelfontplooiing van Mr. Biswas verloopt erg moeizaam, en extra moeizaam omdat hij hindoestaan is. Op het moment dat hij een echte beslissing moet nemen, bijvoorbeeld om na een ruzie uit het huis van zijn schoonfamilie te vertrekken, doet hij dat niet. Dat heeft te maken met schaamte, het niet te schande willen maken van de familie, de angst voor verstoting en eenzaamheid. Waarom denk je dat hindoestaanse vrouwen er tot voor kort niet over peinsden om te gaan scheiden? Omdat ze dan niet meer bij de familie horen, nooit meer worden uitgenodigd voor een huwelijksfeest, en door mannen bejegend worden als een vrije vrouw, wat ongeveer gelijk is aan een gevallen vrouw. Dat is zo pijnlijk, zo onterend dat ze toch maar denken: ach ja, een paar klappen per week kunnen we wel aan.''

``De familie Tulsi, de schoonfamilie, vertegenwoordigt voor Mr. Biswas de hele gemeenschap. Het is een kwestie van in die gemeenschap blijven of eruit stappen en een eigen leven gaan leiden. Niet meer afhankelijk zijn van het collectief, hoe romantisch en mooi dat ook lijkt. Iedereen krijgt hetzelfde te eten, de kinderen worden gezamenlijk naar school gebracht. Alles is egalitair, maar de terreur die plaatsvindt als je voor jezelf wilt kiezen is gigantisch.''

``Naipaul beschrijft niet alleen de strijd tussen Mr. Biswas en die gemeenschap maar ook de strijd tussen hem en wat de intellectualiteit inhoudt, de westerse wetenschap en literatuur. Hij zit op een touwtje te balanceren dat aan de ene kant vastzit aan de gemeenschap en aan de andere kant aan de westerse cultuur, die hij ontmoet in de hoofdstad Port of Spain. Het ene kent hij en haat hij, het andere kent hij niet en hij is er bang voor. Hij weet niet of hij het zal redden in die wereld, hij weet niet of hij ooit een schrijver of een volwaardig journalist zal worden. Als hij dan een klein stukje in de krant gepubliceerd krijgt, is hij zo onvoorstelbaar trots.''

Herkent Ramdas zich in die onzekerheid bij de confrontatie met de westerse intellectuele cultuur? ``Ik heb natuurlijk een iets andere achtergrond dan Mr. Biswas. Zijn vader werkte op de suikerplantage en hij is echt de eerste generatie die in de wereld van het geschreven woord terechtkomt. Mijn vader was onderwijzer, wij hadden altijd al boeken in huis. De traditie van het lezen heeft hij ons heel snel bijgebracht. Toen ik naar Nederland kwam om sociale geografie te studeren was ik vertrouwd met het geschreven woord; mijn verbazing en onzekerheid hadden veel meer te maken met de ontzettend individualistische omgangsvormen, de brutaliteit en de mondigheid van de mensen hier. Het was midden jaren zeventig. Een student kon tijdens een hoorcollege opstaan en zeggen: `volgens mij verkondigt u onzin'. Tegen de hoogleraar!''

Helpt een zekere afstand bij het doorgronden van een cultuur? ``Ja, het is het beste om enigszins buiten de cultuur te staan waar je het over hebt. Als je er helemaal in zit is het zo'n verstrengeling van automatismen en vanzelfsprekendheden dat je er nauwelijks over kunt schrijven. Naipaul heeft letterlijk afstand genomen van Trinidad door naar Engeland te verhuizen. Hoe groot moet de afstand zijn tussen jou en hetgeen waaruit je voortkomt om erover te kunnen schrijven? Dat is zijn levensopdracht, de vraag waar hij nog steeds over nadenkt. Het speelt bij zijn onderzoek naar de islam, zijn beschrijving van het zuiden van de Verenigde Staten, zijn reisboeken over Afrika.''

``Als ik over Nederland schrijf dan ontstaat er vanzelf ook een zekere afstand. Dan besef ik dat ik plotseling het perspectief inneem van de buitenlander, dat ik ineens een ontzettende allochtoon ben. Bijna net aangekomen met z'n grote oranje koffer en de verkeerde kleren, te dun voor de tijd van het jaar. En als ik over hindoestanen schrijf merk ik dat ik ineens de houding aanneem van de Nederlandse ingezetene, het bevoogdende komt er dan meteen in tot uiting.''

``Ik ben verguisd door de hindoes en de Surinamers die vonden dat ik het land en de cultuur belachelijk maakte. Ze hebben me voor `bounty' uitgemaakt, bruin van buiten en wit van binnen. Omgekeerd ben ik ook door de Nederlanders verguisd, bijvoorbeeld om een essay waarin ik wees op de afwezigheid van allochtonen in de Nederlandse literatuur. De woede die dat ontketende! Van alle kanten ben ik dus aangevallen, maar is dat niet een goed teken? Daardoor behoud je je onafhankelijkheid.''

V.S. Naipaul: A House for Mr. Biswas. Penguin, 608 blz. ƒ30,85. Een huis voor meneer Biswas, vertaald door Guido Goluke, De Arbeiderspers 1985, uitverkocht.