Koen Vermeule

Het begint met een verrassing. De toeschouwer die galerie Tanya Rumpff in Haarlem binnenloopt, een straat van het Spaarne verwijderd, ziet meer dan twintig schilderijen en tekeningen van Koen Vermeule (1965), die twee dagen na de opening allemaal zijn verkocht. Dat is niet gebruikelijk in het huidige, overdadige kunstaanbod, dat een jonge kunstenaar zo snel uitverkoopt. Toch is een rondje langs Vermeule's werk voldoende om begrip te krijgen voor de gretige kopers – Vermeule's doeken zijn doorwerkt, kleurig en verleidelijk. Je ziet een schilder die na jaren zoeken zijn stijl gevonden heeft.

Er is de laatste tijd veel veranderd in Vermeule's werk. Tot voor enkele jaren schilderde hij vooral grote figuren die eenzaam in onbestemde ruimtes zweefden. Maar ergens in 1997 moet Vermeule hebben besloten om die figuren er voor het grootste deel uit te gooien, en die lege ruimtes zelf tot onderwerp te nemen. Sindsdien schildert hij vooral landschappen, soms in Nederland, soms in Spanje. En alsof Vermeule definitief afstand van zijn verleden wil nemen zijn die landschappen altijd `woest en ledig' – kale akkers, verlaten heuvels, een sloot bij avond, een wereld waarin de tijd stilstaat en de mens niet welkom is. De menselijke aanwezigheid blijkt nog slechts uit het feit dat de akkers geploegd of ruilverkaveld zijn.

Dat deze schilderijen, ondanks hun leegte, lonken en verleiden, komt door Vermeules techniek. Hij gebruikt zijn verf niet alleen om een illusie te scheppen, hij `bouwt' er ook mee, alsof hij zijn verf in aarde wil transformeren. Vooral op de geploegde akkers is dat goed te zien. De verf ligt daar meestal op het doek als een puisterige, bruine huid, een centimeter dik soms wel, alsof Vermeule iedere geologische laag van de aarde heeft willen weergeven. Daar direct tegenaan zet hij echter met evenveel gemak een horizonlijn of een akkerscheiding neer met een vloeiende, vlakke veeg over de breedte van het doek. Die wisseling van techniek levert spannende contrasten op, en die worden alleen maar sterker door Vermeule's impressionistische kleurgebruik – de lucht kan op zijn doeken afwisselend lila, grijs, lichtblauw, groen of zwart zijn. Daardoor doet zijn werk wel aan een legioen voorgangers denken, van zijn leeftijdsgenoot Robert Zandvliet tot, in het mooie Nachtlandschap, aan de zeventiende-eeuwse `nachtschilder' Aert van der Neer.

Maar hoe verleidelijk Vermeule's doeken ook zijn, na een tijd begint die leegte te knagen. Je gaat je afvragen wat de schilder eigenlijk met deze leegtes wil. Als impressies van bestaande landschappen zijn ze wel erg vrijblijvend, als semi-abstracte verfexperimenten leunen ze te sterk op de werkelijkheid. Hoe langer je naar de doeken kijkt, hoe duidelijker het wordt dat Vermeule zijn landschappen als alibi gebruikt – een alibi voor zijn technische experimenten. En dat is ook precies waar je bewondering als toeschouwer naar terugkeert. Zelden betrapte ik mezelf op gedachten over het landschap, het licht of de natuur, altijd keerde de gedachten terug naar verf, lagen en paletmessen. Vermeule lijkt de leegte van het landschap te zijn ingevlucht om alle aandacht op zijn techniek te richten, ongeveer zoals een bodybuilder zo min mogelijk kleren aantrekt om alle aandacht naar zijn musculatuur te laten uitgaan. Zo werken ook de doeken van Vermeule: ze verleiden met verwijzingen naar ongereptheid en natuur, maar laten de toeschouwer achter met technisch spierballengerol. Hoe knap Vermeule dat ook doet, uiteindelijk is het onbevredigend.

Koen Vermeule: Torsion Facil, schilderijen en werken op papier. Galerie Tanya Rumpff, Spaarnwouderstraat 74, Haarlem. Do t/m zo 13-17u. Inl. 023-5359565.

Nieuwe prenten van Koen Vermeule zijn te zien bij galerie de Steendrukkerij, Lauriergracht 80, Amsterdam.

T/m 8 april.