Hof veroordeelt Blaškic tot 45 jaar

Het Joegoslavië-tribunaal heeft vandaag de Bosnisch-Kroatische generaal Tihomir Blaškic veroordeeld tot een celstraf van 45 jaar. Blaškic heeft volgens het tribunaal etnische zuiveringen tegen moslims in Centraal-Bosnië in de lente van 1993 geleid.

Blaskic is de hoogste militair die tot dusver door het tribunaal is veroordeeld. Ook zijn straf is de hoogste tot dusver. Hij gaat in beroep.

De 39-jarige Blaškic was in 1993 kolonel in de HVO, het leger van de Bosnische Kroaten, en commandant van de troepen in Centraal-Bosnië. Volgens rechter Claude Jorda heeft hij leiding gegeven aan een bloedige campagne om moslims te verdrijven uit de centraal gelegen vallei van de rivier de Lašva en het gebied rond Kiseljak. De aanvallen werden op 16 april ingezet op dorpen rond Vitez. Artillerie opende het vuur, waarna militairen en politietroepen de dorpen binnentrokken. Daarbij werd op grote schaal gemoord, mishandeld, geplunderd en gebrandschat. Symbool van het Kroatische offensief werd het dorpje Ahmici. ,,Moslims, vrouwen, kinderen en ouderen vluchtten uit hun huizen om te worden neergeschoten door soldaten die in een hinderlaag lagen. Moslims die zich verscholen onder hun bedden of in hun kelder werden levend verbrand in de vlammen van hun huis'', zo omschreeft rechter Claude Jorda de aanval. Beelden uit Ahmici gingen de hele wereld over.

Blaškic verweerde zich met de argumenten dat hij in zijn hoofdkwartier in Vitez afgesneden was van elke communicatie, dat hij geen controle had over de ongeregelde troepen die de aanvallen op de dorpen uitvoerden en dat de commandoketen verstoord was. Rechter Jorda verwierp dat verweer categorisch. Alle troepen in Centraal-Bosnië stonden onder bevel van Blaškic, zo tonen documenten aan. Dat blijkt ook uit het enorme volume aan schriftelijke bevelen dat Blaškic voor en tijdens de aanvallen rondstuurde. Daarin spoorde hij de troepen aan,,standvastig te zijn'' opdat ,,de Lašva-vallei voor ons geen graf wordt''. Ook was ten tijde van de aanval communicatie mogelijk. Er waren koeriers, telefoonlijnen en mobiele telefoons.

Blaškic heeft bevel gegeven tot militaire aanvallen en acties, en misdaden tegen burgers niet voorkomen of gestraft, aldus het vonnis. Hij heeft met eigen handen geen moslim gedood, aldus Jorda, maar was verantwoordelijk voor de algehele situatie. Alleen voor een beschieting van burgerdoelen in de stad Zenica kan zijn verantwoordelijkheid niet worden bewezen.

Rechter Jorda zei dat de rechtzaak tegen Blaškic te lang heeft geduurd. De zaak begon in juni 1997 en eindigde in juli 1999. Er werden 159 getuigen gehoord en 1.500 bewijsstukken overlegd.