Het nest

Max en Vera hadden ontdekt dat in de tuin allerlei vogels bezig waren nesten te bouwen. Dat was niet moeilijk om te ontdekken, want het was voorjaar – en dan deden vogels dat nu eenmaal. Dat wist je gewoon. Toch was het wel speciaal om er zelf achter te komen. Ineens zág je het dan beter.

Er was één vogel die er een beetje bij hing. Het was een merel. Terwijl alle andere vogels – koolmeesjes, roodborsten, mussen – opgewonden op en neer vlogen met takjes en blaadjes en pluisjes in hun snavel zat hij een beetje op een tak voor zich uit te koekeloeren, alsof hij niet goed wist hoe hij het aan moest pakken.

,,Hij heeft geen vrouwtje'', zei Max toen hij en Vera de zaak een tijdje aangekeken hadden.

,,Het ís een vrouwtje Max'', antwoordde Vera meteen.

Max wilde ruzie gaan maken, maar hield zijn mond. Het zou ook niks aan de situatie veranderen. De merel bleef eenzaam. ,,Misschien moeten wíj een nest voor hem gaan bouwen'', opperde hij dus.

,,Voor haar'', corrigeerde Vera.

,,Voor háár'', herhaalde Max, ,,een nest voor haar. Als ze een nest heeft, komt er ook vast wel een mannetje.''

Vera knikte. Ze konden het proberen. Misschien was de merel nog jong en had ze nooit van haar vader en moeder geleerd hoe je een nest moest bouwen. Of misschien had ze slechte ogen en kon ze niet zien hoe andere vogels het deden, en brillen voor vogels – die bestonden niet.

Max holde de tuin in en begon allerlei spullen te verzamelen waar je een nest van kon bouwen, takken, bladeren, stukjes touw en zacht gras voor op de bodem, want het moest natuurlijk wel warm en gezellig worden in het nest. Vera haalde intussen de ladder uit hun schuurtje en koos de boom uit waar het nest in moest. Dit was niet de boom waarin de merel zat, maar een boom ernaast, een echte berk met veel takken en kruispunten waar nesten veilig in konden liggen. Toen ze genoeg spullen hadden, klom Vera naar boven. Max gaf de takken aan. Vanaf haar tak verderop keek de merel nieuwsgierig toe en ook de andere vogels fladderden af en toe langs om te kijken wat er aan de hand was.

Het was niet moeilijk om een nest te maken, Max en Vera stonden er zelf van te kijken. In een mum van tijd was het klaar. Ze ruimden de ladder weer op en gingen toen zitten wachten tot de merel haar nieuwe nest zou betrekken. Maar dat viel tegen.

,,Waarom gaat ze nou niet?'' vroeg Max na een uurtje wachten. Hij begon het koud te krijgen. Het was dan wel lente, er stond toch een koude wind. Ook voor de merel was het beter om lekker in het nest te gaan zitten. Daar was het warm, en uit de wind.

,,Ik weet het niet'', antwoordde Vera, ,,misschien denkt ze dat het ons nest is.''

,,Ons nest? Wij hebben toch geen nest nodig'', riep Max uit, ,,of ga je een ei leggen?''

Hier moest Vera zo vreselijk om lachen dat zelfs de merel er van schrok. En alle andere vogels hielden even op met kwetteren. De merel sloeg met haar vleugels en fladderde op van haar tak.

,,Kijk'', fluisterde Max.

Vera hikte nog na van haar schaterlach en had er tranen van in haar ogen gekregen. Maar door de tranen heen zag ze de merel opstijgen, een rondje vliegen boven de tuin en toen zingend landen op het nest dat zij en Max voor haar gebouwd hadden. Als een donderslag bij heldere hemel dook nu ineens ook een andere merel op, een mannetje natuurlijk. Verliefd dook ook hij in het nieuwe nest. Het was een mooi gezicht.