Hamburgers en frankfurters

NOG GEEN 94 dollarcent noteerde de euro deze week op de valutamarkt. Daarmee werd een nieuw dieptepunt bereikt voor de Europese munt, die sinds haar introductie begin vorig jaar de wind voortdurend tegen heeft gehad. En dus zwelt de kritiek aan op de hoedster van de euro, de Europese Centrale Bank (ECB). President Duisenberg en de zijnen worden beschuldigd van gebrekkige communicatie, die voor verwarring zorgt op de financiële markten. De monetaire strategie zou ondoorzichtig zijn, de openbaarheid van de beraadslagingen te mager. De markt weet, kortom, niet waar hij aan toe is met de ECB en dat gaat ten koste van het vertrouwen in de euro.

Nu kan de ECB nog wel de nodige stroomlijning gebruiken. De zes bestuursleden, elf nationale bankpresidenten en ministers van Financiën – en maandag te Den Haag ook de Franse president – willen zich nog wel eens conflicterend uitlaten over de euro. Maar de buitenwereld hoort ook te weten dat in deze emmer vol met kikkers er slechts een paar zijn wier woorden daadwerkelijk gewicht hebben. Die kikkers vergaderen elke twee weken in Frankfurt.

Bovendien leidt de fixatie op het papegaaiencircuit rond de euro af van de werkelijke oorzaak van de zwakte van de munt: de euro-economie heeft kennelijk een lage eurokoers nodig om werkelijk vaart te krijgen. De krachtsverschillen met de Verenigde Staten zijn nog steeds erg groot. In Nederland krijgt men gemakkelijk een verkeerd beeld van de economische situatie. De werkloosheid is hier zeer laag. Van de mensen die kunnen en willen werken, zit nog geen 3 procent zonder baan. De economische groei is al vijf jaar achtereen bijzonder hoog. Dit jaar belooft een nieuw topjaar te worden. Maar voor het overgrote deel van Europa moeten de goede tijden nog beginnen. Duitsland en Italië sloten 1999 af met een economische groei van krap anderhalf procent. De werkloosheid in het eurogebied bedraagt gemiddeld 9,6 procent en is opgehouden te dalen. De maatregelen die in Nederland al genomen zijn om de arbeidsmarkt beweeglijker te maken, de productiviteit te verhogen en de productmarkten doorzichtiger te maken, laten elders nog goeddeels op zich wachten. De overheidsfinanciën gaan de goede kant op, maar zijn nog lang niet in orde.

Het gevolg is dat de snelheidslimiet, de maximale economische groei die mogelijk is zonder de inflatie op te stuwen, in Europa lager blijft dan in de VS. Dat verschil in groeipotentie weerspiegelt zich in de verhouding tussen euro en dollar. De hamburger doet het structureel beter dan de frankfurter.

HET ZOU misleidend zijn voor alle noodzakelijke veranderingen in Europa alleen in te zetten op de zegeningen van de Nieuwe Economie, hoe veelbelovend die ook mogen zijn. Ouderwets structurele hervormingen van de arbeidsmarkt, de productmarkten en de overheidsfinanciën hebben, waar zij zijn toegepast, getoond het verschil te maken tussen economisch voortmodderen en dynamisch groeien.

Duisenberg cs. zijn vakmensen en hun gereedschap (de ECB) is goed genoeg. Maar als het materiaal waarmee zij moeten werken, de euro, van lage kwaliteit blijft, dan zijn ook hun mogelijkheden beperkt.