Grootse ideeën, maar weinig charisma

Dinsdag worden in 13 Amerikaanse staten voorverkiezingen gehouden. De Democraat Bill Bradley heeft nog niet één keer van Al Gore gewonnen. Maar tegenslag is voor de voormalige sportheld en senator niets nieuws. Eerste van vier portretten van de kandidaten in de aanloop van Super Tuesday.

Toen hij nog in de Senaat zat ging Bill Bradley eens bij Elvis te rade. Bradley was een gerespecteerd senator, maar hij miste iets. Als hij voor grote groepen sprak sloeg er zelden een vonk over. Hij had grote ideeën en ambities, maar weinig charisma.

Hij probeerde van alles, versleet twee leraren spreken-in-het-openbaar, maar boekte weinig vooruitgang. Toen besloot hij om het charisma van Elvis Presley eens te analyseren en de manier waarop The King het Amerikaanse volk in zijn ban wist te krijgen: hij sloot zich op in de Library of Congress om in alle rust de films van Elvis te kunnen bekijken.

Maar het hielp de boomlange, wat professorale Bradley weinig. Zijn gebrekkige vermogen om met grote zalen te communiceren bleef hem dwars zitten. Tot hij advies kreeg van de acteur en regisseur Sidney Pollack. Speel jezelf, raadde Pollack hem aan. En dat doet Bradley sindsdien welgemoed, maar met beperkt succes.

Afgelopen dinsdag bleek dat het hem ook in de staat Washington niet gelukt is om genoeg kiezers voor zich winnen, ook al had hij er vijf dagen achtereen campagne gevoerd. Hoeveel goede argumenten er ook voor zijn kandidatuur mogen zijn, Bradley slaagt er niet in om ze voldoende aan de man te brengen. Maar hij blijft het proberen. In elk geval tot komende dinsdag, als er in dertien staten tegelijk voorverkiezingen worden gehouden, zei hij gisteravond in een televisiedebat nog eens voor alle zekerheid.

Amerika leerde Bill Bradley in de jaren zestig kennen als een fantastische basketballer, die zijn universiteit (Princeton), zijn Olympische team en zijn NBA-team (de Knicks) naar grote overwinningen voerde. Hij was meer dan een sportheld. Hij bezat de in Amerika zo bewonderde combinatie van sportieve en academische kwaliteiten. Hij was bedachtzaam en gedisciplineerd. Het leek goed mogelijk dat de loopbaan van Bradley, die van zijn ploegmaten de bijnaam Mr. President kreeg, nog eens zou eindigen in het Witte Huis.

Vaak wordt vergeten dat Bradley ondanks al zijn succes ook tegenslagen heeft gekend. Toen hij als dikbetaalde nieuwkomer bij de Knicks aanvankelijk de hooggespannen verwachtingen niet waarmaakte, werd hij keer op keer vernederd door het Newyorkse publiek, dat pinda's, centen en speeksel van de tribunes op hem liet neerdalen. Het was een hard gelag voor een man die dacht dat hij niet kon falen.

Bradley is een man van grote ideeën. Hij wil niet alleen president worden, hij wil iets met Amerika bereiken. Hij wil, zoals een krant onlangs schreef, dat het land zijn tekortkomingen onder ogen ziet. Bestrijding van de armoede, raciale verzoening en aanpak van de grote rol van geld in de politiek staan centraal in zijn campagne. Het zijn ambitieuze doelstellingen, maar ,,de toekomst behoort aan hen die geloven in de schoonheid van hun dromen'', citeert hij Eleanor Roosevelt vaak.

De vraag is alleen of de kiezers geloven in de uitvoerbaarheid van Bradley's dromen. De afgelopen jaren heeft president Clinton laten zien dat mooie plannen en goede intenties voor een president niet genoeg zijn. Clintons grootschalige plan voor de hervorming van de gezondheidszorg strandde aan het begin van zijn presidentschap al in het Congres. Allerlei benoemingen, hervorming van de financiering van campagnes en de ratificatie van het kernstopverdrag gingen later ten onder. Een president die geen steun kan mobiliseren op Capitol Hill kan niet effectief opereren.

In de achttien jaar dat Bradley in de Senaat zat heeft hij zich zelden onderscheiden als een bouwer van coalities. Hij was altijd meer een eenling. Hij hield zich bezig met belastinghervorming en schuldenverlichting voor de Derde Wereld. Maar verder heeft hij in al die jaren weinig voor elkaar gekregen.

Regeren is geen academische excercitie maar een dagelijkse strijd, zegt zijn concurrent Al Gore vaak. Hij verwijt Bradley dat diens ambitieuze plannen voor de gezondheidszorg geen kans maken om ooit werkelijkheid te worden. Met kleine stapjes bereik je meer, aldus de vice-president.

Bradley kan Gore moeilijk gelijk geven, want er zijn al zo weinig kwesties waarmee hij zich van zijn rivaal kan onderscheiden. In grote lijnen zijn de twee het met elkaar eens. Het grootste verschil is dat Gore onlosmakelijk aan de regering-Clinton is verbonden en Bradley niet.

Pas eind januari, toen de campagnes al op volle toeren draaiden, begon Bradley de vice-president hard aan te vallen op zijn betrokkenheid bij het schandaal van de fondsenwerving, dat in 1996 losbarstte over de inzameling van verkiezingsgelden voor de herverkiezing van Clinton. Hij bleek Gore daarmee op een gevoelige plek te raken: in New Hampshire scheelde het maar weinig (6.500 stemmen) of Bradley had de voorronde gewonnen.

Sindsdien gaat het bergafwaarts met de campagne van Bradley. Het succes van de Republikein John McCain bij onafhankelijke kiezers en ontevreden Democraten zaagde een van de steunpilaren onder Bradley's strategie weg. Zonder steun van die groep kiezers kan Bradley niet op tegen de vakbondsleden en getrouwen van de Democratische partij, die Gore drie achtereenvolgende overwinningen hebben bezorgd.

Bill Bradley heeft nog vijf dagen om het tij te keren. ,,Bij de voorverkiezingen op 7 maart'', zei hij gisteren lakoniek, ,,zal onze campagne echt vaart krijgen.'' Bradley weet wat winnen, maar ook wat verliezen is.

DOSSIER: www.nrc.nl