Getormenteerd pianospel

Anderhalve maat kan een eeuwigheid duren. Dat maakte pianist Jevgeni Kissin duidelijk met zijn fluisterend in het ongewisse verglijdende opening van Beethovens Sturmsonate. In die maten is het alsof Beethoven de muziekgeesten uit de metafysische wereld oproept een vaste vorm aan te nemen. Daarna klinkt in 13 kwarten en 26 achtsten de reële wereld door, nerveus uitlopend op een nieuwe vraag van kosmische allure: het Adagio van slechts één maat. Pas na deze intrigerende afwiseling van beschouwelijkheid en stormachtige opwinding, komt Beethoven met het hoofdthema, waarin een krachtig opstijgende drieklank wordt beantwoord met het lyrisch omspelen van een liggende noot. Ook hierin weer die afwisseling van verstilling en gepassioneerde onrust, twee contrasterende gemoedsbewegingen die Kissin zó extreem onderstreepte dat het onderlinge verband zoek dreigde te raken.

En toch is de inmiddels al bijna dertigjarige Kissin zeker geen muzikale maniërist, die erop uit is goedkope effecten te sorteren. De briljante pianistiek uit zijn wonderkindperiode heeft hij probleemloos naar het heden weten te transporteren, maar aan Kissins muzikale beleving kleeft iets tragisch en `wereldvreemds'. Zijn virtuoze pianospel is indrukwekkend in zijn architectonische helderheid en tegelijkertijd barstensvol oprechte gevoelens. Toch is de communicatieve waarde van dit alles verrassend beperkt, omdat de intense emoties die Kissin verklankt vaak doen denken aan getormenteerde wanhoopskreten.

Wie zich aangetrokken voelt tot het existentialisme laat zich daardoor ontroeren, maar wie vooral schoonheid en troost van de muziek verwacht komt bij Kissin niet goed aan zijn trekken. `Liever tien vogels in de lucht, dan één vogel in mijn hand', verklaarde Kissin jaren geleden tijdens een interview om zijn muzikale benadering te omschrijven. Maar ook de vogels die Kissin tijdens zijn virtuoze en intelligente vertolking van Schumanns Carnaval door het heelal liet vliegen, deden vooral denken aan de zwarte raven die het luchtruim bevolken op de doeken van romantische schilders als Friedrich, en niet aan de bonte stoet gevederden die men zich bij een carnaval voorstelt. De Derde Sonate in f van Brahms inspireerde Kissin tot weemoedigheid van orkestrale allure, die in delen als het Andante espressivo werd afgewisseld met een breekbare, door maanlicht overgoten lyriek. Met drie onstuimige toegiften reageerde de plotseling wat meer aardse Kissin op de luidruchtige bravo's van zijn publiek.

Concert: Jevgeni Kissin (piano). Programma: Beethoven: Sonate in d, opus 31 nr. 2. Schumann: Carnaval opus 9. Brahms: Sonate nr. 3 in f, opus 5. Gehoord: 2/3 Concertgebouw Amsterdam.