Generaal in de woestijn

Na een Nederlandse tournee speelt het Onafhankelijk Toneel `Othello' in Marokko. De Moor is Hollands, Desdemona is een Noord-Afrikaanse actrice:

,,Ik vond het moeilijk om een westerling mijn liefde te verklaren.''

Met wrede handen, Hollands en grof, vermoordt generaal Othello zijn frêle Noord-Afrikaanse vrouw Desdemona. Haar hoofd suizebolt op de smalle schouders. Ze werpt nog een laatste open blik naar de zaal, en daarna zijn haar ogen voorgoed geloken. Het is schitterend zoals zij sterft, een toonbeeld van acteerkunst. Die Othello gaat gruwelijk tekeer in deze wellustige moordpartij. Een Nederlandse toeschouwer raakt ontroerd, hij slikt misschien zelfs iets weg, want doodgaan op het toneel lijkt altijd een beetje op het echte doodgaan. Maar in theater Moulay Rachib in een buitenwijk van Casablanca is geen sprankje ontroering te bespeuren. Stormachtig applaus klinkt op, getrappel op de grond en getrommel tegen stoelleuningen. Sterven op de speelvloer is voor het toegestroomde Marokkaanse publiek puur theater, een verzinsel. Dat de sterfscène inhoudelijk dramatisch is, telt niet. Het gaat om de uitbeelding.

Het Rotterdamse gezelschap Onafhankelijk Toneel voert in drie verschillende theaters in Casablanca en Rabat, de Marokkaanse hoofdstad, Othello (1604) van Shakespeare op. Het decor is een week eerder in een container gestouwd en per zeeschip naar de haven van Casablanca vervoerd. Krap een dag voor de eerste uitvoering, op woensdag 23 februari in Rabat, kwam de lading aan. Een week te laat had evengoed gekund. De reis, autoriteiten in de haven en douane zijn altijd ongewis.

Voor regisseur en decorontwerper Gerrit Timmers is Marokko geen willekeurige plaats voor zijn voorstelling. Eerder voerde het Onafhankelijk Toneel De beschaving, mijn moeder (1995) van schrijver Driss Chraïbi op in Casa, zoals de wereldstad liefkozend wordt genoemd. In de gelijknamige roman, waarvan Timmers een theaterversie maakte, verrijkt een Marokkaanse vrouw op eigen kracht haar leefmogelijkheden. Ze bevrijdt zich van de wettelijk en religieus bepaalde normen van gebondenheid, van een gesluierd bestaan en een leven binnenshuis.

Ook in Othello, de klassieke tragedie van de jaloezie, heeft Timmers de vrijheidsdrang van de rebelse Marokkaanse vrouw verweven. Desdemona verzet zich tegen de wil van haar traditioneel denkende vader, die weigert zijn dochter te laten trouwen met een westerse man. Maar hoe groot en heftig het verlangen naar ongebondenheid ook is, Desdemona en haar kamenierster Emilia blijven onbegrepen. Desdemona sterft de wurgdood, Emilia krijgt een fataal kogelschot in de rug van de linke schurk Jago. En Othello steekt zichzelf ten einde raad met een mes overhoop. Emilia sleept zich minutenlang over de vloer voort om vlak bij het al ontzielde lichaam van Desdemona de laatste adem uit te blazen. Othello zucht, kermt, stoot dieper in eigen vlees, en tuimelt als een blok omver. Het doek valt. Bloemen. Ovatie. Othello's jaloezie drijft hem tot moord en zelfmoord. Desdemona moet haar verzet met de dood betalen.

Dietrich

De bezoekers van het Casablancaanse Moulay Rachid, in de verbouwde bioscoop La Fol elders in de stad en in het stijlvolle Théâtre National van Rabat – tezamen zo'n vijftienhonderd – zagen hun allereerste Othello, en vermoedelijk hun eerste Shakespeare. Hij is `un écrivain mineur' in deze op de Franse cultuur gerichte samenleving, waar het Arabisch de belangrijkste taal is, gevolgd door het Frans. De blijspelen van Molière zijn geliefd. Affiches van Le Malade Imaginaire en Tartuffe sieren de foyer van de Koninklijke Schouwburg. La Fol vertoonde films van West-Europese makelij als Casanova, Indochine met Catherine Deneuve in de hoofdrol en Morocco met Marlene Dietrich en Gary Cooper.

Theater Moulay Rachid ligt in een betonnen wijk van Casablanca. Het gebouw grenst aan een snelweg die nooit werd voltooid, een rechte lijn van stof en steenbrokken. Verderop de bidonvilles van de heel armen die onderdak zoeken in tenten, onder stukken golfplaat, die zich verschansen in de koele schaduw van hoge muren. Overal spelende kinderen. Tussen het gruis kippenpoten, ternauwernood levende zwerfkatten. De architectuur van deze wijk is onthutsend naakt en kaal. Voor twee gulden serveert een eettentje, niet groter dan een uitgebouwde luifel, gebakken vis, soep en brood. Op de markt aan de overzijde van een weg waaroverheen het verkeer raast, ligt een onwaarschijnlijke overdaad aan tapijten, sinaasappels, geurende kruiden liefdevol uitgespreid op stukken zeil. Koperslagers drijven figuren in schalen en theekannen. In een moskee, waarvan de vloer is bedekt met tapijten, prevelen mannen hun gebed. Veel meer andere mannen, die niets omhanden hebben, hangen rond in een koffiehuis. De meeste vrouwen, vooral de wat oudere, zijn gesluierd en dragen het traditionele gewaad, de djellaba, in zeeblauw, wit of steenrood.

Mannen in de islamitische landen weigeren het theater te bezoeken; zij beschouwen het als taboe en hoererij, een bederf van de zeden. Eigenlijk verboden voor de vrouwen. Maar die gaan toch, al is het in een klein aantal en veelal vergezeld door hun jonge dochters, in westerse jeans, met hooggehakte schoenen aan en gestoken in een jack met daarop `New York', `Kappa' of `American Body Wear'. Jongens zo tussen de zeventien en vierentwintig nemen de meeste plaatsen in beslag. Zij beschouwen de opvoering als een doorlopende voorstelling.

Een half uur na aanvang slenteren ze in groepjes de zaal binnen. Ze gaan zitten, kiezen een andere plaats, lopen weer weg en laten de deuren luidruchtig dichtklappen. Dit is geen protest tegen Othello, evenmin gedrag uit verveling, zo bekijken zij theater, alsof het televisie is. Na afloop is de vloer bedekt met popcorn en lege cola-blikjes. Mobiele telefoons gaan onophoudelijk. Tijdens het spel voeren ze luidruchtig en al gesticulerend een gesprek. Er wordt `ssst' geroepen. ,,Het liefst'', zegt een van de Marokkaanse acteurs die meespeelt in Othello, ,,nemen ze fax of Internet mee naar het theater. Hun eigen leven, dat wat buiten het theater om bestaat, gaat in volle heftigheid door. Daarvan willen ze niets missen.''

Schoolklas

Toch krijgt de uitvoering open doekje na open doekje, keer op keer laait het applaus op. Men leeft mee met de dramatische hoogtepunten. Na enige tijd went dat geroezemoes als in een ongedurige schoolklas. Ik kies ook een andere plaats, meer naar achteren, om alles te kunnen volgen. Er smeult een klein relletje halverwege de zaal. Het gaat snel voorbij. Een te lawaaiige jongen wordt door een ordebewaker naar buiten geleid. Othello wint het van alle onrust. Dat is vooral aan de spelers en de regie te danken. De voorstelling is door Timmers met treffende impact geregisseerd. Lichtstanden, decorwisselingen, het geluid via luidsprekers – het loopt allemaal bijna feilloos. Vanaf de ochtend, urenlang, zijn de drie technici van het Onafhankelijk Toneel in de weer geweest op en achter de bühne. Soms, als in La Fol, troffen ze een `achenebbisj zooitje' aan, zoals lichtontwerper Paul van Laak vertelt. ,,Levensgevaarlijk ook. Onontwarbare kluwen elektriciteitsdraden, verdachte stopcontacten.'' Een theater in gereedheid brengen voor een voorstelling is zoiets als een schip zeilklaar maken. Technicus Marcus Muzea, eerder vijftien jaar lang roadie bij de Golden Earring, schroeft een klamp vast in de houten vloer, slaat een mastworp om een stang en hijst, als een zwart zeil, het achterdoek.

Deze Othello ging begin januari in Rotterdam in première, ruim tweeduizend kilometer noordelijk van Casablanca. Bert Luppes speelt Othello, de zwarte Moor. Maar hij is niet zwart geschminkt, hij blijft blank. Desdemona wordt vertolkt door de Marokkaanse actrice Salima Benmoumen, Jago door de Marokkaan Hassan El Fad en Emilia door Saïda Baâdi, een actrice die niet ver van Rabat woont. Othello speelt zich af tijdens de Golfoorlog. Luppes draagt aanvankelijk een generaalskostuum, even later een groen-bruin gevechtspak. Jago fluistert hem in dat Desdemona ontrouw is. De jaloezie laait hoog op, zo hoog dat hij Desdemona doodt. Jago raadt hem aan: ,,Doe het niet met gif, wurg haar in bed.'' Luppes, als een redeloze en ook vereenzaamde vechtjas in de woestijn, gehoorzaamt.

Woesteling

Tijdens de Nederlandse voorstellingen verwierf Hassan El Fad alle aandacht; zijn malicieuze slimheid, de manier waarop hij de intrige van de fatale jaloezie ontwikkelt was geweldig. Zelden zweepte een acteur zijn rol zo hoog op. Othello was, in vergelijking, een onbehouwen westerse woesteling, vol driftaanvallen. Marokkaanse toeschouwers waren hierover verbaasd: ,,Dat een Nederlander zo jaloers kan zijn, dat is toch geen Nederlands gevoel?''

Het Marokkaanse publiek in Casablanca en Rabat kiest niet voor de geslepen Jago, hoewel hij in hun taal, het Arabisch, acteert, maar voor de buitenstaander Luppes, hoofdzakelijk sprekend in het Frans. Zo kiezen zij ook voor de slachtoffers Desdemona en Emilia. De bijval voor Luppes staat, op wonderlijke manier, in tegenstelling tot zijn rol. Hij slaat Desdemona vernederend hard op haar wangen, scheldt haar uit voor `prostituée'. Kan de actrice die Desdemona speelt dat allemaal verdragen? Komt zij niet in opstand tegen zoveel haat? De vrouwen in de zaal betuigen haar telkens steun.

Na afloop van de voorstelling zegt Salima Bennoumen erover: ,,Dat ik geslagen word, is voor mij niet het zwaarste van deze voorstelling. Veel moeilijker vind ik het om aan de westerling Othello mijn liefde te verklaren. Mijn vader zat vanavond in de zaal en wat moet hij wel niet denken? Dat Nederlanders hun vrouwen slaan, of dat Nederlanders denken dat Marokkaanse vrouwen zich alleen onderdanig en gedienstig jegens hun man gedragen? In Rotterdam speelden we de voorstelling een keer alleen voor Marokkaanse vrouwen, die ook in Nederland te weinig in het theater komen. Hun mannen willen dat niet. Zij herkenden veel van mijn rol, sommigen huilden zelfs. Het weerspiegelt hun lot. De dood aan het eind is gruwelijk, nog gruwelijker is dat Othello zijn vrouw verstoot. Zoiets is voor een islamitische vrouw het ergste, zij bestaat dan niet meer. Ik speel hier in Casablanca alsof ik voor eigen familie speel, voor vriendinnen en hun kinderen. De vrouwen in Marokko zijn veel zelfstandiger en onafhankelijker dan de Marokkaanse vrouwen in Nederland. Daar lopen zij vijftien jaar achter omdat zij door hun man een vreemde, bedreigende samenleving zijn binnengevoerd. Die man is bang dat zijn vrouw buiten de deur verdoolt in een wereld van weinig normen en te grote vrijheid. Dat ik bijval krijg van de toeschouwers, betekent juist dat ze me willen aanmoedigen sterk te zijn. Marokkaanse vrouwen reageren zuiver emotioneel; zij willen hun gevoelens tonen en beschouwen de voorstelling als van henzelf, alsof zij mijn rol vervullen.''

Dat de voorstelling `multicultureel' is, om het veelgeroemde toverwoord te gebruiken, betekent voor de Marokkaanse spelers bitter weinig. Hassan El Fad, in Marokko een bekend en geliefd acteur, zegt: ,,Allereerst wilde ik de voorstelling spelen als analyse van de jaloezie. Vervolgens om het avontuur, en pas ten derde omdat er naast Marokkaanse acteurs een Nederlander meedoet. Othello is het toonbeeld van jaloezie. Wij Marokkaanse mannen staan te boek als jaloers. Maar kijk eens, vertelt Othello ons, jaloezie is ook van de Nederlanders. Het is een kwalijke emotie. Intrigerend aan de voorstelling is dat de Nederlandse toeschouwer zich herkent in Jago en de Marokkaanse in Othello. Kennelijk zoekt men zijn sympathie bij het personage dat het verst weg staat.''

Jongleren

In speelstijl verschillen Hassan El Fad en Bert Luppes hemelsbreed. Luppes, die het Arabisch niet machtig is, moet alle zeilen bijzetten en zich volop concentreren om zich staande te houden tegenover een zaal vol onrust. El Fad daarentegen jongleert met zijn rol. Gaat een gsm, dan bemoeit hij zich ermee. Luppes: ,,Ik moet hem vaak vasthouden bij zijn arm en hem dwingen mij in de ogen te kijken, anders speelt hij op de zaal en sta ik er voor joker naast. De Marokkaanse wijze van acteren is vooral die van de commedia dell'arte, de clownerie. Geliefde genres zijn klucht, blijspel, melodrama. Ik ben, op aanraden van Marokkaanse acteurs, naar Marrakech gegaan, met de trein drie uur hiervandaan. Op het ronde plein daar in het midden van de stad, het Djeema el Fnaa, treden tot diep in de nacht straatartiesten op. Travestieten die dansen, slangenbezweerders, gebedsgenezers, verhalenvertellers, kruidenmengers, wonderlijke sjamanen. Altijd spelen zij op de omstanders. Dat wilde ik ook leren: dwars door de vierde wand me richten tot de zaal. Ik heb uren staan kijken hoe die straatartiesten dat doen. In Marokko liggen theater en straattheater dicht bij elkaar, zijn eigenlijk hetzelfde. In Marrakech begreep ik wat Hassan El Fad doet met zijn acteertalent: de gevoelens die in een zaal leven uitbuiten.''

Niet in de moordscène aan het slot toont Luppes al zijn brandende, zinloze jaloezie. Eerder al. Desdemona is haar zijden hoofddoek, haar foulard, kwijtgeraakt. De foulard wordt Othello's ultieme bewijs dat zij in een vreemd bed lag. Uit een stapel van tientallen hoofddoeken grist Luppes er telkens een, briest: ,,Le foulard, beken, le foulard, beken! Jij overspelige teef. Le foulard!'' De arme Desdemona trilt. Salima Benmmoumen kijkt die wild geworden Nederlander met verwonderde ogen aan. Haar zachte berusting wakkert Luppes' spel aan. Het bezoek aan de rituele verhalenvertellers van Marrakech laat zich niet onbetuigd.

Na afloop spoeden de toeschouwers zich, naar Marokkaanse gewoonte, naar de kleedkamer. Daar is men even dicht bij de spelers. Er wordt nagepraat, ook op het podium, in de fluwelen zetels. Even later zie ik de schoonmaakster van het theater, de gesluierde mevrouw die de vloer bij de entree nog dweilde terwijl de toeschouwers al binnenkwamen. De gewraakte hoofddoek van Desdemona heeft ze om het hoofd geknoopt. Zij kreeg van Desdemona-actrice Salima Benmoumen alle hoofddoeken als dank; een rode, een gouden, de blauwe. En uit al die foulards koos zij juist deze ene, die ze met trots draagt.