Euro-rente blijft stabiel

De zwakte van de euro geeft reden tot zorg over de inflatie-ontwikkeling in het eurogebied en het vertrouwen in de Europese munt. Dit heeft president Duisenberg van de Europese Centrale Bank (ECB) gezegd na afloop van de vergadering van het bestuur van de centrale bank.

De ECB besloot de basis-herfinancieringsrente, het belangrijkste tarief van de bank, onveranderd te laten op 3,25 procent. Duisenberg sloeg evenwel een zeer waarschuwende toon aan voor de inflatie-ontwikkeling, die op de financiële markten leidde tot de verwachting dat wellicht nog deze maand tot een vehoring van de rente zal worden overgegaan. Op donderdag 16 maart is de eerstvolgende vergadering, en twee weken daarna komt de ECB-raad opnieuw bijeen in Madrid.

Woensdag werd bekend dat de inflatie in het eurogebied is gestegen to 2 procent in januari. De ECB streeft prijsstabiliteit na, die wordt omschreven als een inflatie van tussen nul en twee procent. Volgens Duisenberg is de kans groot dat de inflatie dit jaar gemiddeld onder de 2 procent blijft, maar is waakzaamheid geboden. Hij noemde daarbij de nog steeds `genereuze' ontwikkeling van de kredieten aan de private sector, die met 9,5 procent op jaarbasis stijgt, en de ontwikkelingen van de olieprijs en de koers van de euro, die via hoge invoerprijzen en producentenprijzen kunnen doorsijpelen in de consumentenprijzen.

Duisenberg ontkende dat er begin deze week steunaankopen waren gedaan om de koers van de euro voor verder wegzakken tegen de dollar te behoeden. Eerder deze week zakte de euro onder de 0,94 dollar, en ook vanmorgen bleef de munt zakt, op 0,9650 per dollar.

De ECB-president zei dat ,,een sterke euro in het belang is van Europa''. Hij herhaalde dat de wisselkoers een weerspiegeling is van het ,,verschil in economisch momentum tussen het euro-gebied en de VS''.