Een kikker-thriller

`Aanschouw de kikker!' Een boek dat zo begint kan moeilijk kapot. Drie woorden maar, geïsoleerd tot een hele alinea. Een spreker die zo nadrukkelijk `Dames en heren!' roept, moet wel iets te vertellen hebben.

William Souder weet echter wat hij doet in zijn meeslepende A Plague of Frogs. Na zijn `Consider the frog!' maakt hij in de eerste plaats duidelijk dat we wel moeten weten dat we niet met het eerste het beste water-en-landdiertje te maken hebben: `Driehonderd miljoen jaar geleden, nog vóór de dinosauriërs, werd de lucht ontelbare zomeravonden lang verzadigd met de klankboodschappen van de ene kikker naar de andere.'

Tot 1995 hebben we de kikkers voornamelijk gezien als leden van de amfibieën eerste orde (vorsen), eerste onderorde (tongvorsen), eerste groep (stijfborstigen), eerste familie (echte kikvorsen). We konden ze onderling niet onderscheiden, maar dat hoefde ook niet als je ze alleen maar wilde opblazen. Maar in 1995 gebeurde er iets: een stel kinderen in Minnesota wilde ook blazen, deed een greep in een vijver, maar oogstte eigenaardige exemplaren van de ranidae-overtuiging: kikkers of met negen poten, of met drie, of met een baaierd aan uitsteeksels in het achterlijf geplant, of met de ogen overal. Of of, met met - allemaal anders, families en groepen ten spijt. Bij Minnesota is het niet gebleven. Gedeformeerde kikkers doken opeens overal op, tot in Japan. We kunnen dus spreken van een mondiaal verschijnsel, en het zweet breekt ons uit. Trefwoorden: globaal, epidemie, ecologie, 300 miljoen.

William Souder is een wetenschapsjournalist van de Amerikaanse school. Zijn Plague of Frogs hoort helemaal in die school thuis. Het maakt niet uit of het onderwerp de geschiedenis van de chaostheorie betreft, de brain drain naar extrastellaire leefgemeenschappen, of kikkermutanten – dat genre schrijvers maakt overal een detective van. Uitgaande van doden, vermisten of gewonden schrijven ze op effect, hebben de mouw vol troeven, stellen de dingen uit, ze werken met cliffhangers. Het schema is ongeveer zo.

Er was eens een (m/v, haarkleur, kapselvorm, zacht/hard/lief karakter, dierenliefde j/n, getrouwd, kinderen, et cetera) die op een dag (seizoen, maand, dag, uur, weer, wind) op een uitgerekende plek (wie was de eigenaar van het perceel, wie was er bij, en zo ja waarom?) stuitte op een onthutsend verschijnsel (o? hoe reageerde die en die daar dan op? was het echt zo erg? ja, nooit vertoond, op de hele wereld niet, niet in getal, niet in hoedanigheid).

Daarmee hebben we een openingsscène. Dan wordt de ernst van het geval – in ons geval de gemuteerde kikkers – versterkt door een regen van vervolgvondsten. De schrijver begint de vinders langs te reizen.

`Die kikker mist een oog', zei ik.

`Dat dacht ik ook', zei hij. `Maar toen ontdeken we dit.'

En trekt aan de bel bij wetenschappers, die er in eerste instantie niet aan willen.

`Resultaten betekenen niets als ze niet juist worden geïnterpreteerd', vertelde Tietge mij. `Iedereen met een tropisch aquarium weet dat als je het vult met leidingwater alle vissen doodgaan. Maar dat betekent niet dat wij leidingwater niet veilig kunnen drinken.'

Heeft hij geluk, dan betreft het een mondiaal verschijnsel. William Souder had geluk: tot in Japanse vijvers doken mismaakte kikkers op. Hij meldt het op het moment dat zijn verhaal dat wil. Eerst moeten er nog heel veel mensen bezocht, onveranderlijk beschreven met kapsel, karakter, of hun kwaliteiten als onderzoeker. Vaak ook lezen we hoe Souder met ze eet of drinkt: een glas melk in een restaurant of een boterhammetje bij bier, met de rug tegen een autoflank geleund in het gras gezeten.

In het begin denk je wel eens: hou op met dat geleuter, Souder, afronden! Maar de schrijver heeft zo bekwaam spanning gewekt (alleen de ondertitel luidt al The Horrifying True Story, afgezien van hoofdstuktitels als When the Fish Began to Walk, Choosing sides, Uncertainties of Bad Weather) en weet die spanning zo bekwaam vast te houden, dat deze lezer als was in zijn handen is.

Een detective die met `Aanschouw de kikker' begint, William Souder schreef er één. Plot noch ontwikkeling ga ik hier onthullen. Slachtoffer is de mondiale kikker, en zelfs de vraag of die definitief het loodje legt mag ik niet beantwoorden. Met het gevaar voor de mens loopt het in eerste instantie niet zo'n vaart. Als het om de dader gaat, er zijn meerdere verdachten. UV-straling, pesticiden, een stof die methropine heet en die de (groei)hormonen beïnvloedt, bacteriën die de lichaamsbouw in het honderd sturen.

Bijna literair wordt Souder als hij een intermezzo in zijn non-fictionele eco-thriller (eindelijk heb ik de goede naam voor deze onderkast-categorie) inlast over het einde van de Costa-Ricaanse gouden kikker. Misschien doe ik Souder wel tekort. Ik heb een traantje weggepinkt bij de verdorring van het minieme goudvors-biotoopje. Terwijl het niet eens de mens, maar El Niño was die de zon er op smeet.

Misschien is, vóór je William Souders Plague of Frogs voor eens en voor altijd in de onderkast terugzet – detectives en thrillers lees je maar éénmaal – het uiteindelijke plezier toch voornamelijk gelegen in...

Tsja, waarin eigenlijk? Je begint zo'n uitsmijter en weet het ineens niet meer. William Souder heeft ons het geheim van de onderkast iets dichter doen naderen.

William Souder: A Plague of Frogs. The Horrifying True Story.

Hyperion, 299 blz. ƒ62,25