Dubbelgangers uit het fin de siècle

Aan het tentoonstellingsprogramma van de Nederlandse musea is nauwelijks af te lezen dat we zojuist een millenniumwisseling hebben meegemaakt. Geruisloos hebben de kunstinstellingen de kans voorbij laten gaan om bij het aanbreken van een nieuwe eeuw terug te blikken op de kunst van de afgelopen decennia. Niet getreurd, want vlak over de grens, in het Duitse Ruhrgebied, zijn onder de noemer `Global Art Rheinland 2000' verschillende grote tentoonstellingen te zien die reflecteren op belangrijke ontwikkelingen in de beeldende kunst.

In aansluiting op Kunstwelten im Dialog in Keulen en Zeitwenden in Bonn richt de tentoonstelling Ich ist etwas Anderes in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf zich op de laatste dertig jaar van de twintigste eeuw.

De balans opmaken van een periode die nog maar zo kort achter ons ligt, lijkt een onmogelijke taak. Zeker omdat de beeldende kunst nooit eerder zo veelzijdig en richtingloos was als aan het einde van de twintigste eeuw. Vastomlijnde stromingen of stijlen zijn er niet meer en het aantal media dat kunstenaars voorhanden hebben is met de komst van performance-, video- en computerkunst alleen maar groter geworden. Alleen thematische overeenkomsten kunnen nog enig houvast bieden.

Een thema dat vanaf de jaren zeventig steeds opnieuw op de voorgrond treedt, is het menselijk lichaam en de eigen identiteit. Ich ist etwas Anderes brengt aan de hand van tweehonderd kunstwerken, gemaakt door vijftig kunstenaars, verschillende visies op het zelfbeeld in kaart. De titel is afgeleid van de beroemde zin `JE est un autre (IK is een ander) van de Franse dichter Arthur Rimbaud.

Veel kunstenaars spelen in Düsseldorf met het gegeven van de dubbelganger of het alter-ego. Jeff Wall toont een monumentale foto uit 1979 waarop hij zichzelf tweemaal portretteerde: een keer in een wit overhemd en een keer in een grijze sweater. Het is dat de titel Double Self-Portrait luidt, anders had de foto gemakkelijk voor een portret van een eeneiïge tweeling door kunnen gaan. Nog vervreemdender is de fotoserie Living Together (1996) van de Noorse Vibeke Tandberg. Ook daarin lijkt een tweeling de hoofdrol te spelen. De foto's zien eruit als familiekiekjes en tonen hoe de zusjes samen aan de ontbijttafel zitten, met moeder poseren voor een groepsportret of een dagje aan het strand doorbrengen. Tandberg heeft de foto's zo geraffineerd in scène gezet dat je geen moment het gevoel hebt naar een rollenspel te kijken, geacteerd door de kunstenaar zelf.

Doordat de kunstenaars de werkelijkheid manipuleren en spelen met fictieve personages, is het voor de toeschouwer moeilijk om te bepalen wat echt is en wat niet. Sophie Calle bijvoorbeeld, vertelt in het werk Récits Autobiographiques (1992) aan de hand van foto's en teksten een aangrijpend verhaal over een stukgelopen huwelijk. Je bent onmiddellijk geneigd te geloven dat Calle dit werkelijk heeft meegemaakt. De openhartige teksten komen integer over en de foto's lijken haar verhaal te bevestigen. Maar de schijn van echtheid blijkt ook hier bedrieglijk.

Ich ist etwas Anderes is geen verzameling van ijdele egodocumenten, ook al treedt in het merendeel van de tentoongestelde werken de kunstenaar zelf op als model of hoofdrolspeler. Hoe persoonlijk sommige werken ook zijn, de kunstenaars spreken zich tevens uit over meer algemene ontwikkelingen, zoals de invloed van de massamedia of de maakbaarheid van het lichaam.

In het zeer volledige videoprogramma – alleen al het bekijken van de zestig tapes vergt een hele dag – is te zien hoe performancekunstenaars als Chris Burden of Marina Abramovic hun lichaam als gereedschap gebruikten, om fysieke grenzen te onderzoeken of om vastgeroeste rolpatronen te doorbreken. Anderen, onder wie Andy Warhol, Jeff Koons en Valie Export, namen afstand van hun eigen persoonlijkheid door zichzelf als product of icoon te presenteren. Warhol en Koons treden naar buiten als gevierde artiesten, maar hun zelfportretten vertellen niets over de personen die zich achter de clichés verschuilen.

Ook als toeschouwer ontkom je op deze tentoonstelling niet aan confrontaties met jezelf. In de Changing Light Corridor (1971) van Bruce Nauman word je teruggeworpen op je eigen ervaring en moet je je steeds weer aanpassen aan het veranderende licht in de ruimtes. In de Two Viewing Rooms (1975) van Dan Graham kijk je schuchter naar je spiegelbeeld op een monitor, terwijl je geen idee hebt wie er aan de andere kant van de spiegelende wand mee zit te gluren.

Ich ist etwas Anderes is een spectaculaire tentoonstelling, die aan de hand van een relevant thema een grote hoeveelheid topstukken laat voorbijtrekken. Of het nu gaat om de zwaarmoedige doeken van Francis Bacon, de raadselachtige foto's van Cindy Sherman of de lugubere afgietsels van Marc Quinn, steeds weer stellen de kunstenaars dezelfde existentiële vraag: wie of wat ben ik? Het is een vraag die nooit helemaal beantwoord kan worden en die ook in de toekomst een bron van inspiratie zal blijven.

Tentoonstelling: Ich ist etwas Anderes. Kunst am Ende des 20. Jahrhunderts. T/m 18-6 in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Grabbeplatz 5, Düsseldorf. Di-zo 10-18 u., vr 10-20u. Cat. DM 49,80.