Dordtsche in greep studenten

De kans is groot dat Dordtsche Petroleum binnenkort ophoudt te bestaan. De aandeelhouders van de houdstermaatschappij stemden gisteren morrend in met het bod van ABN Amro en Veer Palthe Vôute.

,,Het lijkt wel een klassieke opera'', foeterde een woedende aandeelhouder. ,,Destijds huurde men studenten in om te applaudisseren. Was het nu ook maar bij geklap gebleven.'' Plaats van handeling was gisteren het RAI congrescentrum in Amsterdam. Daar was de belangstelling voor de buitengewone aandeelhoudersvergadering van Dordtsche Petroleum zo groot dat niet minder dan drie RAI-zalen moesten worden afgehuurd. Twee daarvan waren gevuld met grijzende mannen in pak. In de derde bevonden zich 290 studenten die voor 75 gulden en een broodje optraden als gevolmachtigden voor de bieders ABN Amro en Dresdner-dochter Veer Palthe Vôute (VPV). Dankzij de studentenstemmen kunnen de banken (voorlopig) rekenen op voldoende steun om alle uitstaande aandelen van Dordtsche over te nemen. Ruim 13 miljoen van de meer dan 14 miljoen uitgebrachte stemmen waren gisteren vóór verkoop van de houdstermaatschappij van Koninklijke Olie.

ABN kreeg forse kritiek op de wijze waarop zij de stemmen van haar cliënten heeft geworven. De aandeelhouders die niet op de vergadering aanwezig konden zijn, hadden op de volmachtformulieren van de bank alleen de mogelijkheid `voor' te stemmen. Eventuele tegenstemmers moesten een complexe telefonische procedure volgen. Men vroeg zich hardop af of ABN stemmen mag ronselen om een besluit door te drukken waar de bank zelf een commercieel belang bij heeft.

Dordtsche Petroleum behoort samen met Maxwell, Moara Enim en Calvé-Delft tot de zogenoemde slapende fondsen. Deze zijn zwaar ondergewaardeerd ten opzichte van de onderliggende waarden, de zogenoemde discount. Het leek dan ook een buitenkansje toen ABN Amro en VPV bereid bleken een bod uit te brengen dat ver boven de actuele beurskoers lag. Door het bod wordt de discount teruggebracht van 7 naar 3,85 procent.

De aandeelhouders van Dordtsche krijgen bij gestanddoening van het bod voor honderd aandelen 96,887 aandelen Koninklijke Olie, gelijk aan 96,15 procent van de intrinsieke waarde. De bezitters van aandelen die niet ingaan op het bod eindigen in een kasgeldvennootschap, waarbij de waarde van het aandeel de waarde benadert als wel op het bod wordt ingegaan. De aandeelhouders kunnen dus kiezen: het aandeel Dordtsche nu inwisselen voor Koninklijke Olie tegen een premie van 3,85 procent of wachten tot na 2006, wanneer deze ruil tegen de volledige intrinsieke waarde en wellicht belastingvrij kan worden aangegaan.

Het nadeel van de aandelenruil is dat op aandelen Dordtsche een belastingvrij stockdividend werd uitgekeerd, terwijl over het in contanten uitgekeerde dividend van Koninklijke Olie wèl een percentage aan de fiscus moet worden afgedragen. Diezelfde fiscus overigens spekte de staatskas door te eisen dat het bod op Dordtsche doorgang vond vóór uitkering van het stockdividend.

Het ministerie van Financiën kon slechts in de deal worden betrokken tegen een aanzienlijke vergoeding. De fiscus wil 3,35 procent van de intrinsieke waarde per aangeboden aandeel hebben, in totaal ongeveer 600 miljoen gulden. De banken ontvangen een premie van 0,5 procent. ,,Een belachelijke beloning voor een risicoloze transactie'', was het oordeel van de aandeelhouders.

Het meest ontstemd waren zij echter over de studenten, die gezamenlijk ruim 11 miljoen stemmen konden uitbrengen. ,,Er zijn 290 studenten present, elk goed voor 38.400 stemmen'', rekende voorzitter P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters voor.

Of de Dordtsche per eind maart daadwerkelijk ophoudt te bestaan is nog maar de vraag. Het is afwachten hoeveel aandeelhouders hun stukken voor 24 maart aanbieden. Bij aanmelding onder de 85 procent zal het bod niet gestand worden gedaan. Tussen 85 en 90 procent is het woord aan de fiscus, die moet bepalen of er dan wel voldoende geld binnenkomt.