De zingende vakman

Nashville is ten prooi gevallen aan de commercie, maar Mickey Doug houdt in zijn televisiereparatiewinkel de echte Country in ere. Negende aflevering van een serie over de cultuur van Amerika.

In het dagelijks leven repareert hij radio's en televisies, maar in zijn hart is hij een kunstenaar. Op een krukje zit Douglas Eaton in zijn winkeltje annex werkplaats, omringd door gammele torens bejaarde elektronica. Reusachtige buizenradio's waaruit de stem van Roosevelt nog moet hebben geklonken. Tv-toestellen waarop een halve eeuw geleden I Love Lucy werd geboren. Draaitafels, bandrecorders, kassa's, stofzuigers en cassettes met dikke kluwen bruin tape ernaast, alles opgestapeld tot aan het plafond.

Op een kleine open plek in deze schatkamer vol omroep- en huishoudantiquiteiten zit Doug, in een v-halstrui met ruiten, pal voor een moderne kleurentelevisie waarop rumoerige gasten hun relatieproblemen uitvechten. Het is maandagochtend elf uur. Er klinkt geen muziek in Kensington Television Service, zoals het zaakje heet. Maar dromen kan altijd.

,,Zal ik iets laten horen?'', vraagt Doug soms aan zijn klanten. En dan stommelt hij naar achteren om een van zijn bandjes in een gerepareerd cassettedeck te stoppen. Eigen werk, zelf geschreven en zelf uitgevoerd. Country Music zoals het ooit bedoeld was. Want Doug mag niet erg bekend zijn buiten dit kleine winkelcentrum in Kensington, een rustige voorstad van Washington, hij heeft toch zo'n zeventig liedjes op zijn naam staan, zegt hij quasi-achteloos.

Doug, zijn artiestennaam is Mickey Doug, biedt gastvrij zijn eigen krukje aan. Zelf staat hij in een hoekje te luisteren, met zijn armen over elkaar, als zijn nasale stem op studiokwaliteit uit twee boxen komt. Lean back and relax, it's time for the Mickey Doug Show.

,,Muziek moet geworteld zijn in het leven'', zegt hij boven zijn eigen stem uit. ,,Ik schrijf over echte kwesties en echte levens. Ik doe niet in kauwgum.'' Liefdesverdriet, rusteloosheid en de dood, daar gaat zijn muziek over. En over de teloorgang van de eerlijke, echte Country and Western.

,,I got the country music blues, 'cause Nashville's out of tune'', zingt zijn stem. De hoofdstad van de Country Music is ten prooi gevallen aan de commercie, is Dougs klacht, en brengt alleen maar nog een mengeling van imitatie-country en nep rock 'n' roll voort. ,,When I went down to Nashville, the lights were all out, the doors were closed'', zingt hij somber.

Maar bitter is hij niet. In de etalage hangt een groot blauw bord, zelf ontworpen: Mickey Doug, Tapes Sold Here. Met een sterretje op de i, en zijn adres op het internet erbij, www.mickeydoug.com. Op de deur van de winkel heeft hij een sticker geplakt met de trotse woorden I Sang on the Grand Ole Opry, Ryman Auditorium. Jazeker, in die beroemde concertzaal heeft The Singin' Repairman op de planken gestaan. En gezongen. Hij was er met een rondleiding, en de suppoost liet hem zijn gitaar mee naar binnen nemen. Toen hij op het podium klom en een nummer ten gehore bracht waren er heel wat toeristen die gingen zitten om te luisteren. Hij heeft het op video.

,,Het zou leuk zijn als ik een keer een liedje verkocht. Ik stuur wel eens bandjes op naar een platenmaatschappij, maar je hoort nooit iets terug. Ze willen liever muziek die goed verkoopt en dat kan ik ze niet kwalijk nemen. Maar ik blijf het proberen.''

Een makkelijk leven heeft Doug niet gehad. ,,Mijn vrouw wilde niet dat ik optrad. Ze is een paar jaar geleden gestorven aan kanker. Een maand later ging mijn hond dood. Echt waar. Ik zing erover in When you walk this road alone.'' Een klant komt de winkel binnen en vraagt of zijn videorecorder al klaar is. Terwijl Doug zoekt in een stapel papieren, klinkt April Fool door de zaak. ,,I got a cow I can't milk, a horse I can't ride and a one-eyed pig'', zingt Mickey Doug. ,,I gave my love to you, but you call me your April fool.'' De man kijkt de reparateur indringend aan. ,,Ben jij dat?'' vraagt hij koel. Doug mompelt iets onverstaanbaars en zegt dan snel: ,,Morgen is hij klaar.''

Jimmie Rodgers en Hank Williams sr. zijn Dougs grote helden. En hij houdt ook van Johnny Cash. Maar hij luistert niet veel naar andere artiesten want dat zou hem teveel beïnvloeden, zegt hij. ,,Het zou wat anders zijn als ik een grote hit zou willen maken. Dan luister je goed naar de grote succesnummers, je harkt wat woorden bij elkaar en je speelt het lekker hard. Maar mij gaat het om kwaliteit. In Nashville willen ze alleen jong talent dat snel veel geld het laadje brengt en dan weer afgedankt kan worden. Het is net als met oude radio's. Als ze het niet meer doen gooien de meeste mensen ze weg. Ik probeer ze weer tot leven te wekken, want ik houd van vakmanschap. Maar ik hoor tot een uitstervend ras.''

Hij spoelt de band nog eens terug, tot `Nashville out of tune' weer opklinkt, klagelijk en behoorlijk out of tune. Maar Doug staat trots te luisteren. Dan zegt hij mijmerend: ,,Het is een harde tekst, maar zo denk ik erover. Nashville en de platenindustrie verdienen het. Denk je dat ik er gedonder mee krijg?''