De komma

In zijn column van 25 februari gaat J.L. Heldring in op het oude probleem van de spanning tussen bevordering van mensenrechten en vrede. Hij doet dit door aandacht te vragen voor de komma in het volgende mogelijke criterium voor humanitaire interventie: ,,Een onmiddellijk gevaar van ernstige en grootschalige schendingen van fundamentele mensenrechten, die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid.'' Volgens hem staat de komma daar ten onrechte, omdat dergelijke schendingen niet altijd een bedreiging van internationale vrede en veiligheid zijn.

Toch staat die komma er niet per ongeluk. Dat weet ik omdat ik als rapporteur betrokken was bij het seminar waar dit criterium werd besproken. De komma betekent inderdaad dat extreme schendingen van de mensenrechten beschouwd moeten worden als een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid. Deze stelling is uit moreel oogpunt aantrekkelijk, maar weerspiegelt ze ook de werkelijkheid? Leiden extreme schendingen van de mensenrechten uiteindelijk altijd tot een bedreiging van de internationale vrede en veiligheid? De geschiedenis lijkt vaak eerder in een andere richting te wijzen. Maar als men de meest recente geschiedenis bekijkt, dan blijkt steeds opnieuw dat extreme schendingen van de mensenrechten die aanvankelijk louter een binnenlands probleem leken (Rwanda, Cambodja) uiteindelijk niet ongemerkt aan de buurlanden voorbijgingen.

Het is daarom niet zozeer idealistisch als wel realistisch om iedere extreme schending van de mensenrechten te beschouwen als een potentiële bedreiging van de internationale vrede en veiligheid. Een niet onbelangrijk voordeel van het leggen van een dergelijk verband is trouwens dat dit het een stuk makkelijker maakt dergelijke schendingen op de agenda van de Veiligheidsraad te krijgen.

Hiermee is overigens niet gezegd dat in geval van ernstige en grootschalige schendingen van fundamentele mensenrechten altijd ingegrepen kan en moet worden. Dat het Westen niet ingrijpt in Tsjetsjenië is niet omdat de mensenrechtenschendingen daar ons niet aangaan, maar, onder meer, omdat ingrijpen, zo dat al mogelijk zou zijn, tot nog grotere problemen zou leiden. Men moet dan ook niet verwachten dat de discussie over humanitaire interventie zal leiden tot een veel grotere bereidheid om her en der gewapenderhand de mensenrechten te beschermen. Wel kan de discussie helpen voorkomen dat we bij extreme mensenrechtenschendingen om oneigenlijke redenen passief blijven, bijvoorbeeld omdat het volkenrecht ons daartoe zou verplichten.