De Jonge maant lezers tot kalmte over Boekenweek

Een vuurrood gekleurd venster op de website van cabaretier Freek de Jonge (www.freekdejonge.nl), waarop onder andere tourdata, De Jonge's columns uit Het Parool en een biografie te vinden zijn, waarschuwt bezoekers sinds vorige week geen geloof te hechten aan `beweringen die in de media worden gedaan' over de voorstelling die hij op 14 maart zal spelen als opening van het Boekenbal. De Jonge raadt zijn fans aan om `niets te lezen dat betrekking op de show heeft', `behalve misschien het boekenweekgeschenk'.

De conferencier is verwikkeld in een kwestie rond het boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid van Harry Mulisch, dat volgende week verschijnt en waarin de schrijver zijn verbeelding heeft losgelaten op de pseudo-ontvoering van de acteur Jules Croiset in 1987. Croiset, die zijn eigen ontvoering in scène zette en dreigbrieven stuurde naar onder anderen De Jonge, wilde met zijn actie waarschuwen tegen herlevend antisemitisme in Nederland. Tijdens een try-out van zijn voorstelling, vorige week in Ommen, vertelde De Jonge het publiek over zijn ervaringen in 1987 en hield hij Mulisch' boek in de lucht met de woorden: ``Dit boekje moet verbrand worden in de piste van Carré.'' De Jonge, die in het boekje een rehabilitatie las van Croiset, heeft zijn programma herdoopt tot De cabaretier, het boekenweekgeschenk en de leugen.

Henk Kraima, CPNB-directeur en in die hoedanigheid ook uitgever van het boekenweekgeschenk, erkent dat de cabaretier deze termen in de mond nam, maar benadrukt het voorlopige karakter van de voorstelling. Kraima werd direct door Freek de Jonge op de hoogte gesteld, toen deze besloot zijn reactie op het Boekenweekgeschenk in de show te verwerken. ``Ik vond dat prachtig. Persoonlijke betrokkenheid is altijd goed voor een kunstwerk.'' Dat de uiteenlopende artistieke interpretaties zouden uitlopen op een mediarel had hij niet verwacht: ``De kranten hebben hun eigen nieuws gecreëerd. Mulisch schrijft fictie, De Jonge combineert zijn persoonlijke reactie op die fictie met zijn beleving van de werkelijkheid. Er ontstaat verwarring als er wordt gesuggereerd dat hier politieke standpunten moeten worden ingenomen.''

Mulisch' boek verschijnt in een oplage van 768.000 exemplaren. Dat aantal is gebaseerd op bestellingen uit de boekhandel, die geplaatst werden vóór het rumoer van de afgelopen weken. Slechts eenmaal eerder verschenen er meer exemplaren van een boekenweekgeschenk: dat was in 1995, toen van Léon de Winters Serenade 884.700 stuks werden gedrukt. Daarvan waren er echter 300.000 bestemd voor middelbare scholen, licht Kraima toe, en dus is Mulisch voorlopig recordhouder met dit `ongelooflijke aantal'.

Maakt Kraima zich zorgen over een confrontatie tussen cabaretier en schrijver, op het Boekenbal van 14 maart? ``Welnee. Mulisch en De Jonge hebben een diep respect voor elkaar. Ze zijn allebei dol op een stevig intellectueel debat, en dat is precies wat hier plaatsvindt.''

Ook Harry Mulisch opende onlangs zijn eigen website (www.mulisch.nl). Volgens zijn uitgever De Bezige Bij gaat het om een `literair en intellectueel avontuur', waarin aan de hand van acht thema's (oorlog, politiek, dood, enzovoort) het `universum van Harry Mulisch' wordt opgeroepen. De website werd een week geleden feestelijk gepresenteerd in de Amsterdamse Vondelkerk, maar gaat pas op de avond van het Boekenbal open voor het publiek.

Literaire smaakmakers volgens De Bijenkorf

Warenhuis De Bijenkorf komt voor zijn eigen Boekenmaand met Literaire smaakmakers van journalist en schrijver Ed van Eeden, waarin `toonaangevende uitgevers' vertellen over hun missers en successen. Het boek opent met een lijst van honderd favoriete boeken van Nederlandse literaire uitgevers. Van een top honderd is geen sprake: de lijst werd samengesteld uit een groslijst van driehonderd titels die de uitgevers (welke precies blijft onvermeld) bij de samenstellers indienden. Daarbij werd rekening gehouden met de leverbaarheid van de boeken, zo wordt vermeld.In het essay `Dramatische missers en denderende successen' worden allerhande weetjes over het uitgeefvak opgediend. J.M. Meulenhoff ontvangt bijvoorbeeld jaarlijks 1200 manuscripten van onbekenden, en beschikt daarmee over de hoogste slushpile onder de uitgevers. Het `in-house enthusiasm' is volgens Prometheus-uitgever Plien van Albada van groot belang bij het aan de man brengen van een boek. De rol van de literaire kritiek in het maken of breken van een boek is volgens alle geïnterviewden vrijwel uitgespeeld.

Van de honderd titels wordt ook kort de drukgeschiedenis weergegeven. Het oorlogsdagboek van Etty Hillesum slingerde dertig jaar lang op de bureaus van verschillende uitgevers, voor het in 1981 werd opgepakt door Unieboek. In 1949 verklaarde Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij De avonden van Gerard Reve in 1949 `geheel dood', waarna de auteur naar Van Oorschot overstapte. Plien van Albada zeurde, toen ze nog redacteur bij Prometheus was, haar baas Mai Spijkers wekenlang aan het hoofd om de vertaalrechten te mogen kopen van De dwaas van de Zweedse Kerstin Ekman. ``Daar heb je haar weer met haar trollen'', verzuchtte Spijkers, die haar tenslotte haar gang maar liet gaan en zo een nieuwe bestseller-auteur in huis haalde.