Daklozenexpositie

Een half jaar zaten schrijver Daniel Pennac en striptekenaar Jacques Tardi gebogen over dezelfde tafel. De zwarte humor van de één voegde zich bij de documentaire nauwkeurigheid van de ander. Het resultaat is La débauche, een fantastische, maatschappijkritische bande dessinée, vol humor. De titel verwijst hier niet naar losbandigheid of verkwisting, maar verwijst eerder naar het tegenovergestelde van embauche ('t in dienst nemen). Het boek is opgedragen `aan allen die ontslagen zijn, de deur gewezen, eruit gesmeten, aan allen die het slachtoffer zijn geworden van reorganisatie, fusie en mondialisering, kortom, aan allen die op straat terecht zijn gekomen.'

Daniel Pennac schreef het scenario voor La débauche en bleef daarbij trouw aan zijn vreemde, vermakelijke, door de maatschappij schuin aangekeken personages, die, ondanks hun talenten, moeten knokken voor een plekje onder de zon – een vast thema bij Pennac. Vorig jaar nog bracht het RO-Theater de familievoorstelling Hondje, naar het door hem geschreven jeugdboek Cabot-caboche, waarin een meisje een straathondje uit het dierenasiel bevrijdt. Weinig zachtzinnig wordt het hondje door volwassenen weer de straat opgegooid. Pas na veel tegenslag vindt hij zijn bazinnetje terug.

Ook La débauche speelt zich voor een groot deel af achter de tralies (van een dierentuin, van een gevangeniscel) en achter gesloten deuren (van een multinational). Op een dag bevindt zich in de dierentuin van de Jardin des Plantes in Parijs, tussen de chimpansees en de tijgers, een wel heel bijzonder dier, de `homo sapiens, labore carens, Europeanus' – een exemplaar van de Europese SDF (sans domicile fixe, persoon zonder vaste verblijfplaats). De in lompen geklede, hondenvoer etende dakloze, met zijn ingevallen, ongeschoren wangen en zijn ongewassen pluizenbol, wordt onmiddellijk een mediahype. Als een ware big brother-held, wordt hij dag en nacht gefilmd, `in de beeldendoos gestopt, verteerd, geproduceerd, gesorteerd'. Het raadsel van het hoe en waarom van de dakloze is het gesprek van de dag en nog nooit kochten er dagelijks zoveel bezoekers een entreekaartje voor de Jardin des Plantes – tot grote tevredenheid van de directeur. De dakloze wordt aangestaard, uitgescholden en vermoord. In het mortuarium merkt iemand cynisch op dat de gehangene van de Jardin des Plantes een mooi plaatsje krijgt in de steeds uitgebreidere toeristische dodengids van Parijs, tussen de zelfmoordenaar van metro Georges V, de springer van de Eiffeltoren en de zelfdoder van de Sacré-Coeur. De vrouwelijke dierenarts van de Jardin des Plantes wordt door haar eigen corrupte vriend van de moord beschuldigd en verdwijnt achter de tralies. Uit protest gaan alle dieren in de dierentuin in hongerstaking. Het onderzoek ontmaskert uiteindelijk de directeur van een hondenvoerfabriek, `naast wie het gewelddadige karakter van Pinochet verbleekt'.

Ondanks het beperkte aandeel dat de tekst in het boek heeft, dat nu eenmaal inherent is aan een stripverhaal, weet Pennac een flink aantal katten uit te delen. De politie van Parijs, de voedingsindustrie, de commerciële televisie, de kunsthandelaren, de pr-bureaus – allemaal worden ze door Pennac in stevig argot op de korrel genomen, zonder dat het er te dik opligt. De uitwassen van de hedendaagse consumptiemaatschappij staan in scherp contrast met het nostalgische decor van Tardi. De striptekenaar tekent met liefde oude Parijse panden die op instorten staan, verliefde paartjes die slenteren in een park of amateurschilders langs de kades van de Seine. Het Natuurhistorisch Museum is bij hem nog een krakend, stoffig gebouw vol spookachtige skeletten, zonder dat er ergens een computer valt te bespeuren. Maar bij een geldautomaat vindt een beroving plaats en kantoorpanden van zijn hand zijn kil en smakeloos. Op het Centre Pompidou tekent Tardi een levensgrote affiche met de tekst `Hélas' – weer zo'n monsterlijk gebouw met een tentoonstelling van de zoveelste nitwit, lijkt hij te suggereren. In La débauche koestert Tardi een wereld die verloren gaat, de wereld uit de romans van degelijk ouderwetse policier-schrijvers Léo Malet, Didier Daeninckx en Jean-Patrick Manchette, wier detectives hij in eerder werk van een getekend smoelwerk voorzag. Pennac, in de loop der jaren steeds cynischer geworden, liet zijn zwarte humor los op geldwolven en misbruikers van macht. Want in de visie van Pennac en Tardi zijn het altijd de verkeerden die achter de tralies belanden.

Buitenlandse literatuur

Jacques Tardi, Daniel Pennac: La débauche. Futuropolis. Gallimard, 76 blz. ƒ40,25