Cohen 2

Het is inderdaad onbegrijpelijk dat Cohen iets niet wist wat in mijn kring destijds algemeen bekend was, namelijk dat als je van iemand hoorde dat hij of zij naar `Polen' was gestuurd, je met 99 procent zekerheid wist dat je die nooit terug zou zien.

In het stuk van Manja Ressler valt [inzake het karakter van Cohen, red.] onder andere het woord `ijdelheid'. Een vriendin van mij, de pianiste Marjo Tal die bij Cohen in huis woonde, vertelde in het begin van 1943 dat er zo'n `prachtig feest' was gegeven ter gelegenheid van Cohens zestigste verjaardag. Een feest, anno 1942! Het was waarschijnlijk ook Marjo Tal, die een gesprek met Cohen voorbereidde, toen ik voor de keus stond, het lidmaatschap van de Kultuurkamer aan te vragen (mijn vrouw was half-joods, dus ik kon niet `automatisch' lid worden) of ontslagen te worden uit mijn functie bij het Concertgebouw. Cohen gaf mij de raad, lid te worden van de Kultuurkamer. Een raad die ik uiteraard niet heb opgevolgd.