April, gevangenis

BRUSSEL. De catastrofe kwam door de telefoon.

Het geluid van de televisie stond zo hard dat ik de telefoon eerst niet hoorde. Ik bekeek Scarface, liggend op bed met mijn kleren aan.

Op de grond lag een bos bloemen, het papier er nog omheen, en naast de telefoon zag ik een notitieboekje van Hotel Metropole met een potlood. Iemand had poppetjes getekend op dat notitieboekje en kubussen. Ik nam op zonder de televisie uit te zetten.

Sommige stemmen herken je meteen, nog voor ze iets gezegd hebben, aan het kuchje herken je ze. Aan de manier waarop ze hun keel schrapen, aan de stilte.

Mijn Duitse uitgever had mij gevonden. Ik mocht hem graag, maar wilde even door niemand worden gevonden.

,,Eindelijk'', zei hij, ,,eindelijk.''

Ik hoorde schoten en zette het geluid zachter.

Vijf minuten duurde het gesprek, toen kwam de catastrofe: ,,Ik heb je cijfers bekeken, een catastrofe. Het spijt me. Het spijt me.''

Sommigen vielen razendsnel omhoog en nog sneller omlaag zoals Tony Montana in Scarface. Andere mensen vielen alleen maar omlaag.

,,Maar ik heb een idee'', zei de uitgever.

,,Ja? Vertel.''

Ik ging staan, trapte de bloemen weg.

,,Mijn zoon vertelde dat je eens kleren hebt gestolen in München.''

,,Nou ja'', zei ik, ,,kleren, één kledingstuk, en ik was eigenlijk meer getuige dan dat ik het zelf deed.''

Water, dat was wat ik nodig had, water voor mij en voor de bloemen.

,,Als je nou weer kleren gaat stelen in München.''

Ik bladerde door het notitieboekje. Overal poppetjes. Er was geen bladzijde meer vrij. Ik herinnerde me nu dat ik een uur lang bezig was geweest poppetjes te tekenen en beneden in de bar zat een Amerikaans echtpaar dat een trui kwijt was. Een heel dure trui. Maar daar had ik niets mee te maken. Ik had alleen met ze gepraat.

,,Ga verder'', zei ik, ,,ga verder.''

,,Je steelt weer wat kleren, iets duurs, en dan word je gepakt'', zei de uitgever.

,,Ik begrijp het niet'', zei ik, ,,wat is dat voor een idee?''

Ik trok de gordijnen open, ik had lucht nodig.

,,Als je gepakt wordt is dat nieuws. Nieuws, hoor je me.''

,,Ik hoor je uitstekend'', zei ik en opende het raam.

,,Zie je het voor je. Auteur met catastrofale verkoopcijfers opgepakt wegens kledingdiefstal.''

,,En dan?''

Koude lucht stroomde de kamer binnen.

,,En dan? Dan vestigen we de aandacht op je boeken. Begrijp je dat niet?''

Ik ademde diep in. ,,Het begint te komen'', zei ik.

,,De publiciteitsmedewerkster staat er 100 procent achter. Wil je voor je werk de gevangenis in, dat is eigenlijk mijn vraag aan jou. Want als deze catastrofe zo verder gaat, kan ik je niet verder uitgeven. Denk er rustig over na.''

Over een stoelleuning hing een handdoek die nog vochtig was. Ik veegde ermee over mijn gezicht. Ze zouden me niet krijgen. Niemand zou me krijgen.

,,Ik hoef er niet over na te denken. Ik heb alles met eigen handen opgebouwd en dat laat ik me niet afnemen door een stelletje ongeletterde Duitsers. Als het mijn werk ten goede komt, ben ik bereid tot moord.''

,,Ze begrijpen je humor niet.''

Iemand klopte op de deur. ,,Nee'', riep ik, ,,ga weg. Niets nodig.''

Ik ging weer op bed zitten.

,,Oké, laten we een plan maken. We moeten niet te lang wachten. Schikt april?''

,,Ja'', zei ik, ,,april, mei juni, maakt me niet uit. Wacht, ik schrijf het op.''

Het notitieboekje was vol, dus pakte ik een enveloppe. Een halfleeg cola-flesje viel op de grond.

,,April gevangenis'', noteerde ik.

,,De gevangenis inkomen is één ding, hoe kom ik er weer uit?''

Ik hoorde het geluid van een aansteker. Hij rookte nu een sigaar.

,,Laat dat aan ons over, daar hoef je je geen zorgen over te maken. Je moet er natuurlijk wel een tijd in zitten, anders heeft het geen effect.''

,,Hoe lang?''

,,Eén week, twee weken, drie weken.''

,,Drie weken'', schreef ik op.

,,En je moet in de gevangenis ook iets schrijven'', ging de uitgever verder, ,,een dagboek bijvoorbeeld. Dat verkopen we dan aan de Stern of een ander blad.''

,,Dagboek bijhouden in gevangenis'', schreef ik op.

,,En het eten, hoe is het eten?''

,,Waar?''

,,In de gevangenis.''

Opeens baarde het eten mij de meeste zorgen. Dat ik drie weken lang smerige bonensoep zou moeten eten.

,,Dat laat ik uitzoeken en anders komen we je wel iets brengen.''

Weer werd er op de deur geklopt, met een metalen voorwerp, een sleutel waarschijnlijk.

,,Bezoek'', zei de uitgever, ,,daar moeten we het nog even over hebben. Denk je dat je moeder je wil komen bezoeken in de gevangenis?''

,,Vast'', zei ik, ,,iedere dag.''

,,En ze moet iets voor je meenemen'', zei de uitgever. ,,En huilen.''

,,Een warme trui'', riep ik. Ik begon steeds enthousiaster te worden.

,,Mama brengt warme trui mee naar de gevangenis'', schreef ik. ,,En huilt.''

De deur ging open. Een kamermeisje kwam binnen, maar bleef staan toen ze mij zag.

,,Is alles in orde?'' vroeg ze.

,,Alles is in orde'', riep ik. ,,Ga weg, alles is in orde.''

,,Hallo'', zei de uitgever, ,,ben je daar nog?''

Op de televisie schreeuwde Al Pacino, `you fuck with me, you fuckin' with the best.'

De sprei op het bed was groezelig.

,,Daar ben ik weer'', zei ik.

,,Oké, nu we je toestemming hebben, gaan wij de zaak verder voorbereiden. We zullen om te beginnen een geschikte winkel in München moeten vinden en dan hoor je over een paar dagen weer van mij.''

,,We moeten op alles voorbereid zijn'', zei ik, ,,wat, als ze de politie niet bellen?''

,,Hoe bedoel je?''

,,Nou, als ik daar sta met handenvol gestolen kleren en ze verdommen het om de politie te bellen. Wat dan? Ik ken de mensen, ze zullen alles doen om je een poot dwars te zetten.''

De uitgever dacht na.

,,Als zij weigeren de politie te bellen, moet je het zelf doen.''

,,Zelf politie bellen'', noteerde ik.

,,Nee nee, toch niet zo'n goed idee. Dat laten wij wel doen, maak je daar maar niet ongerust over. Laat dat maar aan ons over.''

,,Het is een geniaal plan'', zei ik.

,,Het is onze laatste hoop'', zei de uitgever, en zijn stem was nu zo zacht dat ik mijn uiterste best moest doen om hem nog te kunnen verstaan.

,,Ciao'', zei de uitgever.

Ik legde de hoorn niet op de telefoon, maar ernaast. Op de handdoek zaten kleine rode stipjes, iemand had zich gesneden bij het scheren.

Het was etenstijd.

Het Amerikaanse echtpaar zat nog altijd in de bar. Het maakte een rondreis door Europa. Hij had zijn bedrijf net verkocht. En zij was een dure trui kwijt. Daar had hij veertig jaar voor geploeterd. Wat een leven.

Zij zwaaide, hij knikte. Ze vonden me charmant en intelligent. Ha. En zij had gezegd `trouw niet te vroeg jongen, een vrouw moet ook met geld kunnen omgaan en het niet zo het raam uitgooien, zoals jouw zuster.' Toen had ze haar man aangekeken, maar die had zijn glas rode wijn opgepakt en gezwegen.

,,Is de keuken nog open?'' vroeg ik.

De keuken was dicht. Er waren alleen nog zoutjes. ,,Breng dan maar zoutjes'', zei ik.

De ober bracht een soepbord vol.

Het Amerikaanse echtpaar wandelde voorbij. ,,Een mooi hotel'', zei ze, ,,maar wat een onvriendelijke mensen.'' Ik hield het soepbord omhoog. Een oude maar goed verzorgde hand met lange roze nagels graaide in de zoutjes.

Ze kenden me nog niet in de gevangenis, maar ze zouden me leren kennen.

,,Morgen gaan we naar Parijs'', zei de man, ,,en jij?''

Eerst zou ik de lezers van de Stern besturen, daarna de rest van Duitsland en vervolgens de wereld. En allemaal vanuit de gevangenis.

De oude hand met de roze nagels schudde mijn hand.

Over een week werd ik 29. Ik had een toneelkijker gevraagd.