Als ze maar enthousiast worden

Dit schooljaar is kennismaking met kunst en cultuur een verplicht vak voor alle havo- en vwo-leerlingen. `Voetbal is toch ook kunst?'

Kunst? Voor school? Dat zal de Nachtwacht wel zijn, of Bach. Iets ouds, in ieder geval. Niet het multiculturele buurtfestival om de hoek, met zijn kraampjes en straattheater. Niet The Blair Witch Project in de Amsterdamse City-bioscoop, en al helemaal niet het Volumia!-concert in Paradiso. Het schoolvak CKV 1 (Culturele en Kunstzinnige Vorming), dit jaar ingevoerd als verplicht vak voor de bovenbouw van havo en vwo, schept verwarring onder de leerlingen. De leraren kunnen het niet vaak genoeg zeggen: CKV gaat over de leerlingen zelf, over hun verhouding tot de kunsten. Tot welke kunsten dan precies, mogen ze voor een groot deel zelf bepalen. CKV is een `ervaringsvak', geen doorsnee leervak.

De allereerste CKV-opdracht is op de meeste scholen het maken van een `kunstautobiografie'. Wat heb je tot je zestiende zoal aan kunst gedaan en meegemaakt? Liep je wel eens langs een bijzonder gebouw, naar wat voor muziek luister je, welke mode volg je? Welke clip, film, boek of tentoonstelling sprak je aan? Roy uit 4 havo van Scholengemeenschap Reigersbos in Amsterdam Zuidoost, kan er kort over zijn. `Ik vond geen enkel museum leuk omdat elk schilderij en elke foto die ik in een museum heb gezien niet mooi of saai was.' Op het Amsterdamse Montessori Lyceum schrijft een meisje, ook uit een 4 havo-klas, over de reis die ze met haar ouders maakte naar Sri Lanka. `Wat me heel erg heeft geraakt zijn de olifanten waar we op gereden hebben (-). Dat is misschien geen kunstwerk, maar wel een hele mooie ervaring.'

CKV op de havo: dat valt niet mee. Docenten zijn het erover eens. ,,De leerlingen zijn te jong, de meesten staan nog nergens voor open'', zegt Manja Hazenberg uit Reigersbos. ,,Behalve dan voor zichzelf, en voor elkaar.'' Dat blijkt uit de CKV-praktijkopdracht van haar leerling Gary, die een videoclip schoot op een feestje. Onder een koekoeksklok, tussen de kamerplanten, hangen op leren bankstellen wat jongeren. Een doffe dreun klinkt, niemand danst. De camera zwenkt en zoomt willekeurig in de rondte. Flesjes Amstel-bier worden geheven, een paar giechelende borsten in een strak truitje komen lang in beeld. Gary's medeleerlingen vinden het hilarisch. `Haha, Melissa heeft geen koortslip meer'; `Ik ben toch niet in beeld? Gar, ik maak je af.' Juf is minder gecharmeerd: ,,Ik zag geen enkele relatie tussen het beeld en de muziek.Het is me een beetje te toevallig allemaal.''

Vwo-leerlingen, en dan vooral de meisjes, voelen over het algemeen meer voor het vak. ,,Het is een enorm verschil'', zegt Frans van den Boom, docent CKV en Frans op het Amsterdamse Montessori Lyceum. ,,De jongens rotzooien maar wat aan, klieren in de klas. De meisjes worden er wel eens kwaad om.'' Het kunstdossier van meisjes, de map die een weerslag vormt van alles wat ze via CKV op kunstgebied meemaken in de vierde en vijfde klas, doet denken aan hun agenda's. Uitgeknipte foto's van artiesten en kaartjes van bezochte voorstellingen zijn schuin ingeplakt op mooi gekleurd papier. Sterren, hartjes en bloemen dwarrelen eromheen. In gekleurde inkt met rondjes op de i's beschrijven ze de voorstellingen die ze bezochten. Een Surinaams-Hindoestaanse leerlinge uit Reigersbos, die in haar kunstautobiografie haast hartstochtelijk schrijft over Krishna, Rama, Knossos en de Backstreet Boys, schreef over cabaretier Najib Amhali: `Hij vertelt dingen en doet ze na op zo een wijze dat men er om moet lachen.' De reflectie waar het bij CKV om draait, het recenseren, evalueren: voor de meeste leerlingen is het gissen naar wat de docent nou eigenlijk wil horen.

Gereduceerde prijzen

Op het vwo worden leerlingen geacht ten minste tien voorstellingen te bezoeken,op de havo zes. Iedereen krijgt een CJP en voor ƒ 50 aan `vouchers' om aan de kassa mee te betalen. Veel orkesten, dans- en theatergezelschappen bieden de mogelijkheid tegen sterk gereduceerde prijzen generale repetities en try outs te bezoeken. Sommige scholen organiseren collectieve bezoeken, andere streven naar een meer individuele keuze. De invulling van het vak verschilt sterk van school tot school. Op het gymnasium wordt in plaats van CKV KCV gegeven: Klassieke Culturele Vorming, over de cultuur van de oudheid. Voor CKV bestaat geen centraal eindexamen. Iedereen die een kunstvak of een taal doceert, mag het vak doceren. In het op poten zetten van CKV schieten kunstinstellingen, musea, theatergezelschappen, daartoe gesteund en verplicht door de subsidie, de vaak wat verwarde docenten te hulp.

In een repetitielokaal van Toneelgroep Amsterdam roept een kring van zestienjarige `ambassadeurs' elkaar één voor één in een onverstaanbare taal op tot staken. Ze spelen vakbondsleidertje. Woest zwaaien vuisten door de lucht, er wordt geschreeuwd, indringend gefluisterd. `Jabbertalk' heet deze oefening, waarbij je in niet bestaande onzinwoorden dankzij je lichaamstaal en intonatie een boodschap moet zien over te brengen. Vier Amsterdamse scholen stuurden enkele leerlingen voor een `VIP-behandeling' naar de Stadsschouwburg. Deze leerlingen fungeren als ambassadeurs, als afgezanten.

Ze spraken bij Toneelgroep Amsterdam met een dramaturg, met acteurs, woonden een repetitie bij, keken in het kostuumatelier en volgen nu een workshop. Daarna gaan ze hopelijk hun medeleerlingen in de klas overtuigen: de voorstelling Jeanne d'Arc van de slachthuizen van Bertolt Brecht, die zaterdag in première gaat, is het bezoeken waard. Want een leraar kan nog zo enthousiast op en neer springen, wapperend met folders, recensies en speellijsten, echt aanstekelijk is de boodschap pas als hij van een leeftijdsgenoot komt, is de gedachte.

Op initiatief van Wim Wentzel van Orkater sloegen vijf Amsterdamse gezelschappen de handen ineen voor het lokken van CKV-leerlingen. Jeugdtheatergezelschap Het Syndicaat, de Dogtroep, Orkater, de Trust en Toneelgroep Amsterdam startten dit jaar het project `Bekijk `t', voorlopig alleen voor scholen in de regio. Bij de Dogtroep klommen leerlingen in decorstukken, bij Orkater en het Syndicaat analyseerden ze teksten en spiedden ze op, rond en achter het toneel. Bij Toneelgroep Amsterdam, deze maand aan de beurt, verdiepen ze zich via spelopdrachten in het stuk van Brecht. Wie Brecht is, weten ze niet, wie Jeanne d'Arc was zo'n beetje, maar dat mag niet deren. De oefeningen spreken zeer tot de verbeelding.

Saskia van de Christelijke Scholengemeenschap uit Buitenveldert, een spichtig meisje met een helblond staartje, is bij aanvang nerveus. ,,Ik dacht dat we een video gingen kijken'', mompelt ze. ,,CKV is absoluut mijn lievelingsvak, echt waar, maar zelf toneelspelen? Daar baal ik van.'' Maar even later speelt ook zij met verve een strijdbare vakbondsleider en een heilsoldate, groepen die in het stuk een hoofdrol spelen. Daarna zijn er oefeningen in het één zeggen en het ander bedoelen, `in iemand de baan aanraden waarmee je zelf je hand hebt verloren, aan de snijmachine' (een dilemma dat in het stuk voorkomt), en tot slot mag iedereen voor een videocamera zijn mening geven. Over geloof, hoop en liefde, de macht van de mens, over toneel en over CKV. Een meisje zegt gedecideerd: ,,Het is leuk bedacht door de overheid hoor, maar het is te veeleisend, want verplicht. Door de hoeveelheid werk is het op veel scholen mislukt.'' Zelf vindt ze het wel een leuk vak, maar dat is toeval.

Trommelen

Onder leerlingen heeft CKV de status van gymnastiek of maatschappijleer. Je moet erheen, ze zeggen dat je erop kunt blijven zitten, maar je krijgt er `geeneens' een cijfer voor. Op Scholengemeenschap Reigersbos besloten ze onlangs toch cijfers te gaan geven. ,,Een stok achter de deur'', zegt Manja Hazenberg, gedreven CKV-docente die bij aanvang van het schooljaar in de introductieles rappend en djembe-trommelend langs de klassen trok.

,,Het eindoordeel moest voorheen `voldoende' zijn, maar dat zei de leerlingen niets. Net zomin gingen ze zomaar uit zichzelf naar voorstellingen. Ja, naar voetbal, `da's toch ook kunst', zei er een. Of hoogstens naar Holiday on Ice. Ik moest een rooster maken van wanneer ze ergens heen moeten. Al die vrijblijvendheid klinkt mooi, maar dat kunnen ze niet aan.'' Hazenberg heeft net met de Artotheek in de buurt geregeld dat leerlingen kunnen komen helpen met het afleggen van atelierbezoeken en het aanschaffen van kunst. ,,Hopelijk lopen ze daar wel warm voor'', zegt ze, een beetje vermoeid. Het doel van CKV is tenslotte enthousiasmeren. Leerlingen voelen feilloos aan dat dat niet hetzelfde is als leren.

Op het Montessori Lyceum zijn de leerlingen eraan gewend geen cijfers te krijgen. Ze hebben ervaring in het zelfstandig werken en veel hebben er cultureel ingestelde ouders. ,,Dat kan ook tegenwerken'', meent Frans van den Boom, CKV-docent van de Montessorischool, ,,als ze in vakanties al eindeloos musea en kathedralen zijn ingesleept. Maar over het algemeen maakt het mijn werk wel makkelijker, ja.'' Zoals op bijna alle scholen zijn de lessen CKV op het Montessori opgesteld rond thema's. Zoals `De stad', `Grenzeloos' (waarin ruimte voor `wereldliteratuur', dat ook onder CKV valt) , `Tegendraads' en `Onmogelijke Liefde'. CKV scheert op deze manier door de tijd en door de kunsten. Tegenstanders veroordelen de willekeur, het `hapsnapwerk', voorstanders vinden het avontuurlijk, afwisselend en lekker `on-schools'.

Onmogelijke liefde als thema? Romeo en Julia natuurlijk. De vierde klas van Van den Boom leest om te beginnen over Pyramus en Thisbe uit de Metamorfosen van Ovidius. ,,Shakespeare's inspiratiebron'', zegt Van den Boom. Een jongen begint er prompt doorheen te neuriën, de bekende hit van de Pointer Sisters: `Romeo en Juliette, Samson en Delilah...' Aangezien CKV draait om het leggen van verbanden tussen diverse kunstuitingen, en deze les bovendien gewijd is aan de `doorwerking van de klassieken', is het geen ongepaste verstoring.

Daarna zakken de leerlingen onderuit voor de balkonscène, in de verfilming van Zeffirelli en in de toneelbewerking van Dirk Tanghe. Het filmfragment levert geproest op. Julia's borsten, opgestuwd tot vlak onder haar kin, Romeo's maillot, het ,,bekakte Engels met veel gij en zo.'' Tijdens Tanghe is het een stuk stiller, het gelach klinkt oprechter. Maar de leerlingen blijken toch behoudend, als er wordt nagepraat. Romeo en Julia, dat hóórt oubollig te zijn, dat is `nou eenmaal aanstellerig', want oud, daar moet `niet zo modern mee geprutst worden'.

CKV is een heerlijk vak om te geven, vindt Frans van den Boom. Ook al kost het moeite om tijd te vinden in het volle rooster van het Studiehuis, en ook al is het soms nog zo moeilijk leerlingen te motiveren. ,,In het begin vinden ze bijna allemaal dat ze niets met kunst te maken hebben'', zegt hij. ,,Kunst, dat zit ergens opgesloten in een oud gebouw. Maar op het dwarsliggen volgt vaak enthousiasme. Zij raken verrast, en de docenten ook. Het is het spannendste vak van de school.'' Alleen al dit jaar kreeg Van den Boom werkstukken te lezen over Stanley Kubrick en Quentin Tarantino, over de winkels in de Kalvertoren en de Kinkerstraat, over Jiskefet, Rembrandt en kunstzwemmen.