AFNORTH voorbereid op nieuwe bedreigingen

In Brunssum wordt vandaag het nieuwe Regionale Hoofdkwartier Noord-Europa van de NAVO opgericht (AFNORTH), dat vanuit Limburg een gebied bestrijkt van de top van Noorwegen tot de Alpen.

Pas acht jaar na de val van de Muur besloot de NAVO het aantal hoofdkwartieren terug te brengen van 65 tot 20. Het commando over het noordwestelijke gebied van de NAVO in High Wycombe in het Verenigd Koninkrijk is samengevoegd met AFCENT (Middenwest-Europa) in Brunssum. Het Limburgse hoofdkwartier boven de voormalige staatsmijn Hendrik is daardoor uitgebreid met 150 militairen.

De directe dreiging in het noordelijk gebied van de NAVO is nauwelijks nog aanwezig, maar de in totaal 2.500 militairen en burgers uit vijftien NAVO-landen maken vanuit Brunssum plannen tegen gevaren zoals terrorisme, lekkende nucleaire reactoren en conflicten tussen staten. Ook wordt gewaakt over het veilig houden van de zeevaartroutes en wordt de onrust in de Baltische staten gevolgd.

Vanuit AFNORTH wordt de uitzending en ondersteuning verzorgd voor troepen die naar Kosovo en Bosnië zijn gestuurd in het kader van de crisisbeheersing. De snel inzetbare troepen van de NAVO zijn geconcentreerd in het noordelijk gebied, maar de huidige conflicten doen zich voornamelijk in het zuidelijk gebied van de NAVO voor, dat onder het commando valt van AFSOUTH in Napels. Onder dat commando vallen ook mogelijke conflicten in Noordelijk Afrika, het Nabije Oosten en de Kaukasus, waarbij een beroep op de NAVO kan worden gedaan.

De Duitse generaal Joachim Spiering is de commandant van AFNORTH. Hij zegt dat de dreiging in zijn vak van 2.500 bij 2.700 kilometer voor een goed deel is weggevallen en dat het nu vooral gaat om een goede voorbereiding op nieuwe taken. Hij maakt zich zorgen over de NAVO-operaties in Kosovo en ook over die in Bosnië, die van hieruit logistiek worden ondersteund en voorbereid. De NAVO beschikt weliswaar over voldoende troepen, maar dienstplichtige militairen kunnen niet naar crisishaarden als Kosovo worden gestuurd. Ook noemt Spiering het moeilijk voor de commandant van KFOR in Kosovo, generaal Klaus Reinhardt, om op de Balkan bevel te voeren. Het is bekend dat een aantal deelnemende landen aan KFOR waaronder de Verenigde Staten, Frankrijk en Italië, voorwaarden verbinden aan de inzet van hun eigen militairen in Kosovo. Daardoor is het voor de NAVO moeilijker om snel te reageren op nieuw geweld of om dat geweld te voorkomen.

Generaal Spiering onthoudt zich van commentaar op de beslissing van Nederland om de Nederlandse troepen over enkele maanden uit Kosovo terug te trekken op een moment dat daar juist meer troepen nodig zijn. Wel spreekt de generaal over ,,een gezamenlijke opdracht van de NAVO-partners om lasten te delen. Ik vrees dat we over een lange periode een taak zullen hebben op de Balkan. Dan is het nodig om soepel te opereren en in staat te zijn om aan verschillende situaties militair het hoofd te bieden. Als zich nieuwe crises voordoen, bestaat het gevaar dat we daarop onvoldoende antwoord kunnen geven door het tekort aan troepen die direct kunnen worden ingezet. Slechts 50.000 militairen van de twee miljoen onder de wapenen van de NAVO kunnen redelijk snel worden uitgestuurd. Maar het ontbreekt ons ook aan voldoende eigen transportcapaciteit door de lucht en over zee. Ook de beperkingen die NAVO-lidstaten aan het NAVO-commando ter plekke opleggen, belemmeren crisisbeheersing.''

Volgens Spiering kan AFNORTH ook ten dienste staan van een nieuw te vormen Europese Defensiemacht als de NAVO-Raad daarmee instemt. ,,Het instrumentarium hebben we en we kunnen dat heel gemakkelijk ten dienste stellen. Dat doen we nu al voor de CJTF's, de Combined Joined Task Forces waaraan ook niet-NAVO-leden kunnen deelnemen.''

Op AFNORTH werken ook militairen uit het voormalige Warschaupact. Voor de Poolse kolonel Kazimierz Wojcik was het een openbaring dat de NAVO zichzelf slechts een verdedigingstaak toekende. ,,We hebben jaren moeten geloven dat de NAVO ons wilde aanvallen en toen we met eigen ogen konden nagaan wat die plannen waren, bleek die inschatting van onze veiligheidsdiensten allemaal bullshit.'' Hij zegt dat de politieke wil in Polen om sneller in de NAVO te integreren aanwezig is, maar dat er te weinig geld is voor tijdige omscholing.

De Tsjechische kolonel Pieter Pavel ziet toch militaire voordelen bij zijn vorige werkgever, het commando van het Warschaupact. ,,Alles werd van bovenaf vanuit Rusland geregeld, dus je wist waar je aan toe was. Met democratie duurt het allemaal veel langer. Wat me verbaast in tegenstelling tot vroeger bij ons, zijn al die verschillende soorten wapens en munitie en voertuigen en vliegtuigen bij de NAVO. We hebben elkaar onderschat en tegelijkertijd overschat. Dat proberen we nu bij nieuwe operaties te vermijden. Het moet een stuk efficiënter.''