Zwart geld en witte stranden

en catalogus van offshore-centra ziet er uit als een vakantiegids. Tropische baaien met palmstranden, exotische eilanden of besneeuwde berglandschappen moeten de financiële nomaden lokken. Deze belastingparadijzen hebben maar één doel: wie hier zijn kapitaal onderbrengt, weet zich gevrijwaard van opdringerige vragen naar de herkomst van het geld of bereidheid om informatie openbaar te maken. Een offshore-rekening is een ander woord voor zwart geld. En daarvan is veel, heel veel in omloop in de wereld. Zowel afkomstig uit criminaliteit (dirty money) als uit kapitaalvlucht (hot money).

Pino Arlacchi, de directeur van het VN-Bureau voor drugs- en misdaadpreventie in Wenen, schat op basis van gegevens van het Internationale Monetaire Fonds dat 2 à 4 procent van de internationale kapitaalmarkten bestaat uit crimineel geld, afkomstig uit drugs-, wapen- en mensenhandel. Volgens hem gaat er vijf keer zoveel geld om in belastingontduiking, corruptie en andere vormen van kapitaalvlucht. ,,Belastingontduiking is de grootste afzonderlijke bron van illegaal geld in de wereld'', zegt Arlacchi.

Het IMF schat dat vorig jaar 5,5 biljoen dollar wereldwijd in offshore-centra was ondergebracht, onbereikbaar voor politie- of belastingsautoriteiten. Er bestaan ongeveer negentig grote en kleine offshore-centra in de wereld: van Zwitserland, Liechtenstein, Luxemburg, Cyprus, de Kanaaleilanden in Europa, tot Vanuatu en de Cook Eilanden in de Stille Oceaan en Panama, de Kaaiman Eilanden en de Nederlandse Antillen in het Caraïbisch gebied. Opmerkelijk is dat een groot aantal offshore-centra directe of indirecte banden met de Europese Unie heeft.

Als het aan Arlacchi ligt, komt binnenkort verandering in de ongrijpbaarheid van deze financiële vrijplaatsen. Deze maand zal op de Kaaiman Eilanden het Verenigde Naties Offshore Forum worden opgericht met als doel om minimale gedragsregels voor offshore-centra vast te leggen. Het Forum moet leiden tot een soort `keurmerk': offshore-centra die zich erbij aansluiten, verklaren zich bereid mee te werken met internationale onderzoeken naar witwassen van crimineel geld of kapitaalvlucht. Landen die zich niet bij het Forum aansluiten, veroordelen zichzelf tot een pariastatus. Hierdoor zal, zo is de verwachting, zich een scheiding voordoen tussen `fatsoenlijke' en `criminele' offshore-centra.

Bovendien zal voor het einde van het jaar in Palermo een VN-Conventie tegen georganiseerde misdaad worden ondertekend. De onderhandelingen over deze conventie spelen zich op het ogenblik in VN-verband in Wenen af. De conventie moet dienen als politiek instrument om de misdaad te bestrijden. Behalve de Weense VN-organisatie houdt ook de Financial Action Task Force (FATF) die is verbonden met de OESO in Parijs, zich op technisch niveau met offshore-centra bezig.

,,De VN-Conventie is een signaal dat de internationale gemeenschap criminaliteit als één van de grote bedreigingen van de stabiliteit in de wereld beschouwt'', zegt Arlacchi, van huis uit een Italiaanse professor in de sociologie die zijn sporen verdiend heeft in onderzoek naar de mafiabestrijding. Hij signaleert dat steeds meer regionale, etnische of religieuze conflicten in de wereld gevoed worden door criminaliteit: geld van de georganiseerde misdaad financiert burgeroorlogen en politieke instabiliteit. De oorlogen in de Balkan en de Kaukasus kunnen volgens hem het best gekanaliseerd worden vanuit de invalshoek van rivaliserende criminele bendes.

Een van de grootste probleemlanden is volgens de VN-directeur Afghanistan, de belangrijkste heroïne-leverancier aan West-Europa. Afghaans heroïne-geld, zegt hij, voedt terrorisme, religieus extremisme en lokale oorlogen. Het geeft dan ook te denken dat Afghanen de grootste afzonderlijke groep asielzoekers in Nederland zijn. In hoeverre hiermee kanalen voor drugshandel worden opgezet, is onbekend.

De VN-Conventie tegen georganiseerde misdaad krijgt vier hoofdpunten. Ten eerste wordt de mogelijkheid om crimineel geld in beslag te nemen, aanzienlijk verruimd. De justitiële samenwerking tussen landen die deelnemen aan de conventie, zal worden uitgebreid. De opheffing van het bankgeheim voor onderzoek naar crimineel geld zal worden vergemakkelijkt. En tenslotte zal er een beschermingsprogramma komen voor getuigen die bereid zijn mee te werken met de autoriteiten.

Volgens Arlacchi heeft een dergelijke conventie alleen maar kans van slagen als zoveel mogelijk landen eraan meedoen. Rijke landen beschikken over behoorlijke instrumenten om internationale misdaad te bestrijden, maar het ontbreekt in ontwikkelingslanden aan middelen. Het is de bedoeling om een deel van de geconfisqueerde vermogens te storten in een fonds om ontwikkelingslanden te helpen bij de verbetering van de misdaadbestrijding.

Crimineel geld wordt verdiend met de handel in drugs en in handwapens, maar de internationale mensenhandel vormt op het ogenblik de snelst groeiende criminele markt. Verder bloeit de financiële witteboordenmisdaad: oplichterij, corruptie, kapitaalvlucht en belastingontduiking.

Arlacchi hoopt dat met het Forum en de Conventie de hoogtijdagen van offshore-centra als financiële vluchthavens voorbij zullen zijn. Dat lijkt ijdele hoop. De recente schandalen over de miljoenen van de Duitse CDU die zijn verdwenen op rekeningen in Liechtenstein en van de miljarden Russisch kapitaal dat weggesluisd werd naar een bank in New York, zijn topjes van een ijsberg. Vooralsnog zal geen einde komen aan de stromen zwart geld naar witte stranden.

rjanssen@nrc.nl