Woeste Hoogten

Dartmoor, in Zuidwest-Engeland, is een van de laatste gebieden in Europa waar de natuur nog echt ruig is. Zo ruig dat je er gemakkelijk wegzinkt in moerassen of voor de eeuwigheid verdwaalt. Het weer is er immer wisselvallig en de prehistorie is ruimschoots vertegenwoordigd. Maar het meest bijzonder aan dit zuidelijkste nationale park van Engeland is wel dat hier het letterboxen wordt beoefend, een bizarre hobby die heel wat doorgedraaide managers op de been houdt.

Toen zuinigheid nog een deugd was en schaarste de toon van ons dagelijks leven zette, was de ideale vakantie een onderdompeling in zorgeloosheid en luxe. Tot het geld op was, dan floepte je weer voor een week of vijftig terug in relatieve armoede. Nu is dat andersom: met het stijgen van wooncomfort en AEX verhevigt ons snakken naar afzien en contact met de elementen. Het teveel aan vitamines, centrale verwarming, voorspelbaarheid, verzekeringen en rimpelloos tv-amusement maakt de oermens in ons wakker, vooral als de vakantie nadert. Mondhygiënistes zien zich onder het flossen door lianen slingeren, vergaderende ministers tijgeren in gedachten door moerassen, testamenten voorlezende notarissen bungyjumpen tussen hun oren.

Dergelijke driften raak je niet kwijt in Tirol of Torremolinos. Een betere bestemming is Dartmoor, duizend vierkante kilometer graniet dat zich een paar honderd meter verheft boven de rest van Devon. In het midden van Engelands zuidelijkste nationale park valt nog drie keer zoveel neerslag als aan de randen, stralend helder weer kan er in een paar minuten omslaan in regen en storm, en soms, nee, vaak daalt het zicht in een oogwenk van kilometers naar meters. Komt allemaal door de nauwelijks aflatende stroom waterverzadigde oceaandepressies die ineens moeten stijgen en daardoor afkoelen; maar aan die wetenschap heb je weinig als je ineens omgeven raakt door mist zo dicht als de clotted cream waar Devon beroemd om is. Dan heb je meer aan de Dartmoor Rescue Group: 200 vrijwilligers (m/v) en enkele tientallen speurhonden die bij nacht en ontij met schijnwerpers en trompetten uitrukken om kinderen terug te vinden voor ze te ver onderkoeld zijn of om slecht geëquipeerde notarissen en survivalende managers uit zuigende moerassen te trekken.

In Dartmoor is nacht nog gelijk aan duisternis. Behoedzaam stuurt Tom Baxter, deputy controller van de Dartmoor Rescue Group-afdeling Okehampton, zijn auto bergopwaarts over een weg vol kuilen. Hozende regen weerkaatst als een zee van lichtstrepen in de stralen van de koplampen, in de berm flonkeren fletsgroen de ogen van herkauwende schapen. We stoppen naast een geparkeerde Landrover. Binnen onderhoudt Les Agar radiocontact met een paar groepjes DRG-leden die met een kompasloop bezig zijn: van middeleeuwse brug A via rivierbocht B naar grafheuvel C en zo voort. ,,We hebben natuurlijk satellietkompassen, maar dit moeten ze ook kunnen'', verduidelijkt Baxter, terwijl de regen op het autodak roffelt. ,,De laatste tijd hebben we vooral lijken gevonden'', memoreert hij. Agar: ,,Inderdaad. Het is veel leuker een toffee te kunnen geven aan een doorweekte kleuter.'' Altijd meenemen als je in Dartmoor het terrein in wil: een GSM (al werkt die niet in afgelegen delen), een fluit (de internationale code voor alarmsituaties is zes gelijke signalen per minuut), een kompas, een kaart, extra eten en waterdichte kleding. En als je verdwaalt: heuvelafwaarts lopen tot bij een beek of rivier en dan de stroom volgen tot bij bebouwing. ,,Dat zou ik doen als ik geen kaart en kompas had'', zegt Baxter, ,,anders riskeer je in cirkels te gaan lopen. In andere berggebieden is het volgen van waterstromen riskant, maar hier heb je nauwelijks echt steile hellingen.''

De meest dwingende reden om naar Dartmoor te gaan heet letterboxing, een supergoedkope sport – afwijking is misschien een beter woord – die vrijwel nergens anders wordt bedreven. Een letterbox is een kleine bus of doos die ergens is verstopt, doorgaans onder een steen. Na het verbergen publiceert de eigenaar in de tweewekelijkse letterboxers nieuwsbrief een paar clues die in cryptische omschrijvingen vertellen waar de letterbox ligt. Vervolgens kunnen de ruim tienduizend praktizerende, maar overigens compleet ongeorganiseerde letterboxers gaan zoeken. Toeristen mogen ook meedoen. In de letterbox zit een uniek stempel waarmee je een afdruk maakt in je letterboxboekje en met je eigen unieke stempel markeer je een soortgelijk boekje in de letterbox. That's all, met de aantekening dat er duizenden briefdozen op Dartmoor liggen.

Een stuk of twintig daarvan zijn verstopt door Pat Clatworthy uit Exeter. ,,Als je dagelijks van negen tot vijf op kantoor zit, is niets zo ontspannend als een dag letterboxen'', vertelt ze, terwijl we het terrein in lopen en zij een briefje met clues bestudeert. Van markante punten in het terrein zijn kompasrichtingen gegeven (nok van boerderij op 288 graden – tv-mast op 130 graden et cetera) en verder zijn er aanwijzingen (under large flat rock) waar je op Dartmoor niet echt verder mee komt. Heerlijk, vindt Pat. ,,Ik doe het al twintig jaar bijna elk weekend, je vergeet al je zorgen.'' Een extra zorg is wel dat je al letterboxend niet wordt gebeten door een adder, dus port ze steeds eerst met een stok in te onderzoeken holtes. ,,Hoe lastiger een briefdoos is te vinden, des te fanatieker je wordt'', garandeert Clatworthy, een kompasrichting schietend. En ze waarschuwt: ,,Hoe meer je er vindt, hoe meer je er nog wilt vinden.'' Nooit zal ze het exemplaar vergeten dat ze binnen een kleine straal had gelokaliseerd, maar dat ze pas in handen kreeg na twee uur wroeten in een veenpakket.

Letterboxen lijkt een goed antigif voor wie een overdosis van onze hyperfunctionele samenleving heeft binnengekregen. Net als het gemiddelde beleidsplan zijn de clues logisch en ondoorgrondelijk tegelijk, volledige inzet is ook hier vereist, risico's zijn even onvermijdelijk als bij de introductie van een nieuw merk waspoeder – alleen is er geen enkel ander doel dan een munitiekistje of een stevig stuk pvc-pijp met doppen aan weerszijden. `Ah! There it is! Pat heeft er weer een. Routineus en snel stempelt ze beide boekjes. En ze bekijkt zorgvuldig alle stempels in het boekje in de box. ,,Er zijn mensen van wie ik al jaren de afdrukken tegenkom, zonder ze ooit ontmoet te hebben'', zegt ze bladerend. Netwerken dus, maar dan anders.

Er zijn nog duizenden redenen om naar Dartmoor te gaan, daarbij inbegrepen drieduizend halfwilde ponies en een ruige verlatenheid waarin herinneringen aan de moderne beschaving vervagen. Misschien wel nergens in Europa zijn sporen uit de prehistorie zo dicht gezaaid als op Dartmoor.

In de Bronstijd werden ook de hooggelegen delen bebouwd en bewoond, maar rondom 1000 voor Chr. had er een massale exodus plaats. Waarom blijft giswerk, het resultaat is dat je nu struikelt over honderden hut circles – kringen van grote keien waar ooit huizen stonden – eindeloze perceelomwallingen, rissen grafkelders, grafheuvels, en de vrijwel niet te verklaren steencirkels, steenrijen en eenzame megalithen.

Vanaf een hoog punt maakt Willem Montagne, hoofd educatie van het Dartmoor National Park, een weids gebaar naar een heuvelflank vol reaves – rechte rijen keien uit de Bronstijd om akkers of weiden te scheiden. De boeren waren geen primitievelingen: planologisch lijkt het allemaal erg doordacht en grootschalig is het zeker. ,,In de Middeleeuwen kwamen de mensen weer uit de dalen naar de hogere delen van Dartmoor en namen ze de reaves gewoon opnieuw in gebruik'', zegt Montagne. ,,En sommige zijn nog steeds functioneel. Dat is uniek, voor iets van drie à vierduizend jaar oud.''

Over veen, hei, modder, graspollen en rotsen gaan we nog verder heuvelopwaarts het terrein in, langs een veelheid aan archeologische oneffenheden in het terrein. Ook de hei is oud, want al in de prehistorie werd Dartmoor kaalgehakt. Alleen in de dalen staan hier en daar bomen. Voordeel is dat je tientallen kilometers zicht hebt en dat het ontberen zoveel beter wil lukken omdat geen boom de depressies afremt. Montagne trekt zijn zuidwester nog wat verder over de oren, mijn schoenen capituleren tegen de dubbele aanval van neerslag en modderplassen, en het middeleeuwse stenen kruis dat op deze hoge verlatenheid werd opgericht om een pad te markeren, wint aan schoonheid in de razende wind en de kletterende regen. Typisch Dartmoor: terwijl we even verder een dassenburcht inspecteren en Montagne, op zijn knieën snuivend voor een tunneluitgang, concludeert dat er ook vossen huizen, klaart het snel op en verdwijnen regen en mist. Ook typisch Dartmoor: nog geen tien minuten later hoost het weer als op de dag des oordeels uit een loodgrijs zwerk. Dat is juist leuk, daar kwamen we voor, al was het alleen om de beschaving weer te gaan waarderen.

Duisternis vermengt zich ruimschoots met het ontij als de lichten van het gehucht Two Bridges door mijn voorruit zichtbaar worden. Veel zijn het er niet. Er staat alleen een groot, twee eeuwen oud hotel met lage, zwaar bebalkte plafonds, dikke tapijten, een open haard waarin een bureau zou passen, daarboven een foto van prins Charles die kijkt of hij net een hert heeft geschoten, een handvol wintergasten die bij de gloed van het vuur nette tijdschriften doornemen en mogelijk de beste cream tea van Engeland. Een ober zet thee, jam, scones en clotted cream op een tafeltje halverwege het vuur en de damp die van mijn doorweekte broek begint te slaan. Gone is the wind en de rest van het slechte weer. Geen wonder dat Vivian Leigh (1911-1967) hier zo graag kwam. In de gezellige suite die haar naam draagt, hangt boven het bad een affiche van de film die haar onsterfelijk maakte, als ultiem contrast met de ruigte buiten.

Het heeft toch ook wel wat, beschaving.