Veiling

Omdat het leven mét een bepaalde kleurkrijttekening mij opeens oneindig veel spannender toescheen dan zónder die bepaalde kleurkrijttekening, toog ik naar een veilinghuis aan de Leidsegracht in Amsterdam. Het was al tien uur 's avonds, geen goed uur voor onbezonnen stappen waarvan je nog de halve nacht kon wakker liggen.

Maar wat kon mij overkomen? Ik had thuis beloofd dat ik me niet tot grote financiële hoogten zou laten opjagen. Twee-, driehonderd gulden, nou ja, vijfhonderd desnoods, maar dan was de grens echt bereikt. Per slot van rekening had de betreffende kunstenaar geen grote reputatie.

Nu was het de eerste keer van mijn leven dat ik iets op een veiling ging kopen, en de ambiance die ik er aantrof, intimideerde me nogal. Om een biednummer te krijgen, moest ik een formulier met naam, adres en telefoonnummer invullen, en vanaf dat moment voelde ik me al bevangen door een vaag noodlotsbesef. Ik was geregistreerd, ik kon niet meer terug, alle alibi's zouden falen.

Het publiek versterkte dat gevoel nog. Bij de eerste aanblik denk je dat er allemaal gewone burgers zitten, die de volgende morgen weer vroeg naar hun baas moeten. Maar na een poosje valt je op hoe geroutineerd velen zich gedragen. Een onbestemd volkje, de mannen vaak nogal ongeschoren, en met een beetje verveelde berusting om zich heen kijkend maar altijd weer op tijd bij de les. Journalisten leken het wel, alleen waren dit geen handelaren in nieuws, maar in kunst.

Ik moest nog een uurtje wachten voordat mijn tekening aan bod kwam. Dat deed me geen goed. Forse bedragen vlogen me schreeuwend om de oren, ik begreep dat mijn grens drastisch moest worden bijgesteld.

Vlak voor mij zat een jonge man te bieden op een winters stadsgezicht uit de vorige eeuw van een mij volstrekt onbekende schilder. Hij moest opbieden tegen twee concurrenten die geen krimp gaven. Ze gingen in enkele minuten naar de dertien duizend gulden toe. Bij elke verhoging met vijfhonderd gulden gaf de jonge man een vermoeid knikje naar de veilingmeester, alsof hij het deed om hém een plezier te doen.

Ja, zó moest het. Ik zakte wat onderuit in mijn stoel met de lome onverschilligheid van de habitué. Mijn tekening naderde. De onwaarschijnlijkste kitschgevallen gingen voor honderden guldens onder de hamer. Ik zette me schrap. Hoe hield ik me deze doorknede handelaren van het lijf? Ik zou me niet zonder slag of stoot gewonnen geven, dat stond vast. Ze moesten niet denken dat ik een slappeling was.

Mijn tekening! De veilingmeester begon bij vijftig gulden. Ik stak verstijfd mijn hand op. ,,Wie biedt er meer dan vijftig gulden?'' vroeg hij. Geen enkele reactie. Ik wilde weer mijn hand opsteken, maar één keer is echt genoeg als er geen tegenbieders zijn. ,,Voor die meneer'', zei de veilingmeester.

De volgende dag heb ik hem in alle stilte opgehaald. Ik blijf erbij dat het een prachtige tekening is.