Utrecht baalde van Karel V

De stad Utrecht herdenkt dit jaar de 500ste geboortedag van Karel V, heerser over het Heilige Roomse Rijk van Duitse Natie. Het Karel-jaar wordt gevierd met muziek, exposities en rondwandelingen door het historisch centrum.

Het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht dankt zijn naam aan een dwangburcht die in de 16de eeuw op die plek is gebouwd. Dat gebeurde in opdracht van Karel V, keizer van het Heilige Roomse Rijk van Duitse Natie en heerser over een immens gebied, waaronder Spanje met zijn overzeese gebieden, Milaan, Oostenrijk, Napels, Vlaanderen en Holland vielen. Als zesjarige al werd Karel, na de dood van zijn vader, vorst van de meeste Nederlandse gewesten. De stad Utrecht en het Sticht werden in 1528 bij zijn rijk gevoegd.

Karel V werd op 24 februari 1500 in Gent geboren als zoon van Philips de Schone en Johanna de Waanzinnige van Castilië. Het vijfhonderdste geboortejaar wordt onder meer in België en Spanje uitgebreid herdacht en ook Nederland blijft niet achter. In Utrecht begint deze week een groot aantal culturele evenementen, waaronder exposities, concerten, stadswandelingen en lezingen. Voorop staat daarbij de historische betekenis van Karel V voor de stad Utrecht. De evenementen die tot en met oktober duren zijn geconcentreerd in het museumkwartier rondom de Domkerk, het historisch hart van Utrecht.

Rijk en machtig was de keizer, maar persoonlijk zat het hem niet mee. Zijn abnormaal ver vooruitstekende onderkaak, waardoor zijn mond steeds openhing, maakte hem het spreken en eten bijna onmogelijk. Hij lispelde, stotterde en kon nauwelijks kauwen. Zijn eten slurpte hij in grote hoeveelheden tegelijk naar binnen die hij doorspoelde met bier of wijn. Nadat hij in 1550 bij een ongeluk al zijn tanden verloren had, werd het er niet beter op. Vanaf dat moment ging het ook met zijn gezondheid bergafwaarts. Daarbij leed hij nog, vooral na zijn 40ste, aan hevige jichtaanvallen waardoor hij zich soms weken niet kon verplaatsen. Op zijn reizen liet hij zich vervoeren in een draagbed.

In 1526 trouwde Karel met zijn nicht Isabella van Portugal (1503-1539). Het schijnt een gelukkig huwelijk te zijn geweest, tenminste in het begin. Daarna was de keizer voortdurend op reis, tot verdriet van zijn echtgenote die eenzaam in Toledo op zijn brieven bleef wachten. Karel kwam wel steeds bijtijds terug om haar weer zwanger te maken. Isabella was bijna aan één stuk door in verwachting en meestal ging het mis. Ze stierf in 1539, uitgeput, aan kraamkoorts bij de vroegtijdige geboorte van haar tiende kind, een levenloos zoontje. Van de kinderen werden er maar drie volwassen, onder wie Filips II.

Ondanks al zijn gebreken - hij leed ook nog aan syfilis – had Karel wel her en der maîtresses die ook weer kinderen baarden. Karel zag erop toe dat ze goed terechtkwamen. Onder zijn bastaardkinderen bevonden zich twee latere landvoogden over de Nederlanden: Margaretha van Parma, dochter van een dienstbode uit Oudenaarde, en Don Juan van Oostenrijk, zoon van een koperdrijversdochter in Regensburg.Zijn vele reizen brachten Karel V twee maal naar Utrecht, de eerste keer in 1540, de tweede keer van 30 december 1545 tot 2 februari 1546. Samen met zijn zuster Maria van Hongarije logeerde hij in het onlangs gerenoveerde `Duitse Huis', destijds het onderkomen van een orde van adellijke Duitse ridders die in de geestelijke stand waren opgenomen. Het huis heeft inmiddels een profaner karakter gekregen. Er is een hotel in gevestigd met de toepasselijke naam Grand Hotel Karel V. Ter gelegenheid van het Karel-jaar worden er rondleidingen gegeven.

Een van de eerste daden van de keizer was het invoeren van een centraal monetair stelsel ter vervanging van de toen gebruikelijke bisschoppelijke munt. De ontwikkeling van de munten in die tijd is te zien op een tentoonstelling in het Centraal Museum, waaraan is samengewerkt met het Nederlands Muntmuseum. Behalve de munten worden ook bodemvondsten en schilderijen geëxposeerd, onder meer van de dwangburcht Vredenburg en de andere bolwerken die de keizer in de stad liet bouwen. Pronkstuk van de tentoonstelling is wel het gevelbeeld van Karel V, dat in 1556 tegen het huis van Frans van Nijenrode aan de Oudegracht hing. Van Nijenrode was een edelman die zich oorspronkelijk tegen de keizer verzette, maar in 1530 tot raadsheer van het Hof van Utrecht werd benoemd.

De tentoonstelling in het Centraal Museum is deze week geopend, evenals een tentoonstelling in de Domkerk, waar aan de hand van foto's van schilderijen de politieke beslommeringen en het dagelijks leven van de keizer worden belicht. In april zet museum Catharijneconvent het eigen gebouw in het zonnetje met een expositie waarop onder meer een bijzondere stamboom van Karel V is te zien.

De Utrechters waren destijds niet onverdeeld gelukkig met de inlijving. Het betekende het einde van de zelfstandige positie van de stad in de Middeleeuwen. In mei opent een mini-tentoonstelling in het Utrechts Archief, met als onderwerp de dwangburcht Vredenburg, die de keizer had laten bouwen om het morrende volk onder de duim te houden. Spaanse troepen namen er hun intrek in. Toen bijna vijftig jaar later de gehate troepen waren verdwenen, maakte het volk met bijlen en houwelen korte metten met het bouwwerk. Volgens de overlevering zou de hopmansvrouw Catrijn van Leemput, die een groep vrouwen aanvoerde, de eerste steen hebben kapotgeslagen. Van deze voortvarende dame zullen in het archief gravures, een schilderij en een aantal gedichten te bewonderen zijn. Daarnaast gaat de tentoonstelling over de inventaris van het kasteel en het leven van de Spaanse soldaten.

Ook op muzikaal gebied wordt de keizer herdacht. De kerken in de binnenstad laten op geregelde tijden oude muziek horen en ook het Holland Festival Oude Muziek staat in het teken van de muziek uit het wereldrijk van Karel V.