Tweede Kamer hoeft geen lam te zijn

Het zijn de `Herders van Paars' die ervoor zorgen dat de Tweede Kamer uit zoveel makke schapen bestaat, meent Jan Marijnissen.

Met een paar eenvoudige wijzigingen kan de Tweede Kamer machtiger worden. Maar willen de fractievoorzitters van de coalitie dat ook?

Enkele fractievoorzitters in de Tweede Kamer hebben recentelijk kritiek geuit op de werkwijze van het parlement. Met name Thom de Graaf van D66 en Hans Dijkstal (VVD) deden van zich spreken. Maar de tranen die zij plengden over het gebrekkige functioneren van de Kamer zijn niet erg geloofwaardig, want het zijn vooral de paarse partijen zelf die ervoor zorgen dat de volksvertegenwoordiging niet een `leeuw' is, maar een `lam'. Want, omdat zíj zich opstellen als de Herders van Paars, gedragen de leden van hun fracties zich als makke schapen.

Dijkstal wil dat er minder parlementaire enquêtes worden gehouden. Maar hoe valt dat te rijmen met zijn bewering dat hij er niet zit om de rust van het kabinet te garanderen, maar om te zorgen dat het kabinet scherp blijft, en dat dit alleen kan met scherpe wapens'? Waarom wil hij dat een minister, die in eerste termijn de Kamer beantwoordt, niet meer wordt geïnterrumpeerd? Waarom wil hij de kleine partijen aan banden leggen? Waarom noemt hij het wekelijkse mondelinge vragenuur een `vertoning', zonder met voorstellen ter verbetering te komen? De opmerkingen van de VVD-fractievoorzitter over het functioneren van de Tweede Kamer, eind vorig jaar gedaan in een vraaggesprek met de Telegraaf dragen bij aan een parlement dat zich onafhankelijker opstelt ten opzichte van het kabinet en zijn taak als controleur van de regering serieuzer opvat.

Ook D66-fractievoorzitter De Graaf stoort zich aan de praktijk van de Kamer. Hij zei onlangs in een vraaggesprek met Het Parool: ,,Het is allemaal obligaat geworden. Het tintelt niet in Den Haag. Er is steeds meer incidentenpolitiek. Het is een mediacratie. Het heeft de kracht van een windvlaagje.'' In belangrijke mate ben ik het met hem eens. Maar, waarom onderwerpt ook D66 zich dan aan de coalitiedwang? Waar zijn de voorstellen van de D66-fractie om iets te doen aan het gebrekkige functioneren van de Kamer?

Ook D66 is onderdeel van het staatsrechtelijk systeem dat men ooit zei te willen opblazen. Enerzijds is er de controletaak van de Kamer en anderzijds bij een meerderheid de loyaliteit ten opzichte van het kabinet in het algemeen en de eigen bewindspersonen in het bijzonder. Dit verklaart voor een groot deel de dubbele agenda van menig politicus, en de dubbele tongen die er het gevolg van zijn.

Daarom is het niet verwonderlijk dat vooral de oppositiepartijen de aanjagers van het parlementaire debat zijn. Maar wanneer dan fractievoorzitters van regeringsfracties gaan klagen over de vele vragen die gesteld worden, terwijl ze tevens zeggen het te betreuren dat de Kamer geen vuist maakt dan klopt er iets niet.

Wanneer een onderwerp speelt met ook nog een enigszins spoedeisend karakter, dan staat voor een Kamerlid de mogelijkheid open een zogenaamd interpellatie-debat aan te vragen. Zo'n debat wordt meestal nog dezelfde dag gehouden en heeft het karakter van een bevraging van een minister of staatssecretaris. Tot voor kort bestond er in de Kamer de ongeschreven regel dat de meerderheid de wens van een fractie zo'n debat te houden, honoreerde. Desondanks wordt sinds het aantreden van paars II vrijwel elk interpellatie-verzoek geweigerd. Veel initiatieven van Kamerleden worden verwezen naar de besloten procedurevergaderingen van de verschillende Kamercommissies. Maar aldaar loopt een kamerlid ook weer aan tegen een kamermeerderheid (vaak de coalitiefracties) die het laatste woord heeft.

Een oppositiefractie kan er ook voor kiezen bij `de regeling van werkzaamheden' een brief te vragen van het kabinet. Ook deze verzoeken worden steeds vaker naar de procedurevergaderingen verwezen. Blijft over de mogelijkheid van het stellen van vragen. Vragen stellen doe je om opheldering te krijgen over een bepaalde zaak, dan wel – in het licht van het voorafgaande, erg begrijpelijk – om een bepaald punt politiek te agenderen. Het mondelinge vragenuur op dinsdagmiddag zou ik niet, zoals Dijkstal denigrerend doet, `een vertoning' willen noemen, maar is zeker voor verbetering vatbaar. Het is nu niet zelden zo, dat een minister zijn antwoorden opleest van een velletje papier, terwijl hij van te voren niet kon weten wat de vragen van het Kamerlid in kwestie precies zouden behelzen.

Hier wreekt zich het feit dat er niet geïnterrumpeerd mag worden. De minister of staatssecretaris heeft het laatste woord en kan het ononderbroken uitspreken. De kwaliteit van de antwoorden is dan ook vaak ontwijkend en meestal niet adequaat. Hetzelfde probleem doet zich voor bij de schriftelijke vragen. Vaak zijn er vervolgvragen nodig, en soms daarna weer. En dat is zeer hinderlijk bij het uitoefenen van je taak als Kamerlid. Toch is dit voor de oppositiefracties een van de belangrijke, resterende middelen om ergens opheldering over te krijgen. Zij hebben immers geen directe lijntjes naar de bewindslieden en mogen – sinds de directieven van de premier in 1998 – geen rechtstreeks contact meer hebben met ambtenaren.

Niet alleen door de spelregels wordt de `lamheid' van de Tweede Kamer veroorzaakt, maar ook doordat de regeringsfracties weinig politieke speelruimte laten voor oppositiepartijen. De speelruimte van de oppositie wordt namelijk sterk beperkt door het zeer gedetailleerde regeerakkoord als het gaat om de grote lijnen, en door het wekelijkse overleg in het Torentje tussen minister-president en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen als het gaat om de actualiteit. Daarnaast vindt er aan de vooravond van belangrijke debatten ook nog eens apart overleg plaats tussen de woordvoerders van de coalitiepartijen en de verantwoordelijke bewindspersonen. In die besloten overleggen wordt bepaald wat de marges in het aanstaande debat zijn.

Na drie kabinetten Lubbers beloofde paars dat het dualisme in ere hersteld zou worden. Die belofte is niet nagekomen, want onder paars is het dualisme alleen maar verder uitgehold. Van een onafhankelijke positie van de Tweede Kamer ten opzichte van de regering is niet veel te merken.

Wat de parlementaire gang van zaken zou verbeteren is natuurlijk niet, zoals Dijkstal voorstelt, het aanscherpen van de regels waardoor de oppositie nog minder speelruimte krijgt dan ze nu al heeft. De Tweede Kamer zou juist de instrumenten die ze heeft moeten verruimen en optimaal moeten benutten om de regering effectief te kunnen controleren en weerwerk te kunnen bieden.

Daarom zou het `gewoonterecht' om een verzoek tot een interpellatie of spoeddebat in principe altijd toe te staan, moeten worden hersteld. Voorts moeten bij het mondelinge vragenuur interrupties worden toegestaan, zodat een bewindspersoon er niet met een nietszeggend antwoord vanaf kan komen. Fractievoorzitters moeten over belangrijke kwesties vaker debatten op hoofdlijnen voeren. Verder zou de Tweede Kamer het instrument van parlementair onderzoek juist vaker moeten inzetten: niet alleen voor controle achteraf, maar ook ten behoeve van onderzoek naar grote maatschappelijke problemen.

Willen de `critici' Dijkstal en De Graaf hierin meegaan? Hun reactie op deze voorstellen zal een indicatie geven over de juistheid van mijn vermoeden dat zij hun tranen over de rol en werkwijze van de Kamer hebben geleend van krokodillen.

Jan Marijnissen is fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer.