Tuin der kunsten

Het mooiste zou zijn om de Berkshires bij toeval te ontdekken. Je toert in de zomer wat rond door New England of de staat New York. Je bent vol van de heuvels, de meren, de stille bossen en de kleine plaatsjes met hun rode schuren en witgeschilderde, houten kerkjes. Maar er knaagt wat, een onbestemde honger.

Het is geen verlangen naar de stad, New York of Boston kun je nog wel even missen. Maar de stilte, de schoonheid van de natuur en het kampeergevoel vragen om een contrapunt. Even geen nacht onder de sterren, maar een lekker rumoerig toneelstuk of een aangrijpend concert. Even geen boswandeling, maar een middag in een interessant museum.

Wie zo rondrijdt is rijp voor de Berkshires, het heuvelachtige gebied in het westen van Massachusetts, waar het culturele leven in de zomer Manhattan naar de kroon steekt. Hier speelt het Boston Symphony Orchestra sinds de jaren dertig op het befaamde Tanglewood muziekfestival. Hier komen liefhebbers van moderne en klassieke dans om de voortreffelijke voorstellingen van Jacob's Pillow, Amerika's oudste dansfestival, te zien. Er is opera, toneel, jazz, hedendaagse muziek en kamermuziek. Er zijn een paar bijzondere musea. En er is tegelijkertijd ook buiten, veel buiten, met bos en schaduw en koelte en krekels.

Behalve de hoge kwaliteit van de uitvoeringen geeft juist de landelijke sfeer Tanglewood (bij het plaatsje Lenox) en Jacob's Pillow (bij Becket) zijn bijzondere karakter. Concerten in open zalen of in de buitenlucht, publiek met picknickmanden op glooiende gazons, een informele campus-achtige bebouwing met grote en kleine podia waarop repetities, lezingen en de uitvoeringen elkaar afwisselen.

Een vrouw van bijna tachtig bracht vorig jaar op een avond in augustus haar eigen klapstoel mee naar een gratis dansvoorstelling van Jacob's Pillow, aan de rand van een bosrijk dal. De rest van het publiek zat op bielzen te kijken naar de jonge dansers van de Seán Curran Company, die een voorproefje gaven van het programma dat ze een dag later binnen zouden opvoeren. Op sombere, keltische klanken voerden de acht dansers een ingetogen drama op. De krekels zaagden het laatste restje van de dag aan stukken. De bomen, de schemering en een heuvelrug in de verte vormden een imposant decor.

De vrouw in de klapstoel komt ieder jaar naar de Berkshires, vertelde ze. Ze woont in New York en 's zomers werkt ze bij Tanglewood als verkoopster van consumpties en programma's. Wat er aan vrije tijd overblijft, brengt ze door bij concerten en dansvoorstellingen, want ,,er is hier altijd wat te beleven''.

Een van Amerika's braafste en meest geliefde schilders, de illustrator Norman Rockwell (1894-1978), woonde de laatste 25 jaar van zijn leven in het nabijgelegen Stockbridge. Het plaatsje lijkt hét voorbeeld van het keurige small town America dat Rockwell zo vaak schilderde: de witte houten huizen, de groene lanen waarlangs men nog fietst, de winkelstraat, de kerk, het stadhuis en niet te vergeten de keurige bewoners. Rockwell was de lievelingsschilder van Ronald Reagan en Steven Spielberg, en dat is niet verbazingwekkend, want hij schilderde Amerika in een gedroomde tijd waarin alles beter was. Stockbridge lijkt een perfect geconserveerd overblijfsel uit die tijd.

Het enige dat het ideaalbeeld verstoort, is de aanwezigheid van de vele toeristen en de bijbehorende souvenirwinkeltjes om hen op hun wenken te bedienen. Het Norman Rockwell Museum, even buiten het stadje, is een trekpleister en een belangrijke inkomstenbron van de toeristenindustrie. Het museum wordt efficiënt geleid als een bedrijf dat dagelijks enorme aantallen bezoekers moet verwerken. De schilderijen van Rockwell zijn altijd aardig om te zien: de huiselijke scènes, vaak met een knipoog, soms met een moraal, zijn altijd raak getroffen. Hij maakte ze meestal als omlagen voor het tijdschrift Saturday Evening Post, maar ze doen het ook prima als puzzels en op koektrommels, allemaal te koop in de museumwinkel.

Wie een voorkeur heeft voor moderne kunst, kan sinds vorig jaar terecht in het MASS MoCA, het Massachusetts Museum of Contemporary Art. Het is een kolos van een museum, gevestigd in een verlaten negentiende-eeuws fabriekscomplex in North Adams, het noordwesten van de Berkshires. Zo kneuterig en kleinschalig als de wereld van Norman Rockwell is, zo ongeremd heeft men zich hier uitgeleefd in de Amerikaanse obsessie voor groot en groter.

De reusachtige, lichte fabriekshallen, voorzien van fraaie, blankhouten vloeren, zijn ideale ruimten voor het tentoonstellen van grootschalige kunst en installaties. Het is er heerlijk dwalen en slenteren of – voor kleine kinderen – hollen. In een zaal zo groot als een voetbalveld hangt langs de wanden het monsterwerk van Robert Rauschenberg `The 1/4 Mile or 2 Furlong Piece', een collage van zo'n 300 meter lang die nog niet is voltooid. Van Bruce Nauman is de smalle gang, die baadt in groen licht `Green Light Corridor'. Er is werk van Joseph Beuys, Carl Andre, Tony Oursler en ook minder bekende kunstenaars. Er zijn sculpturen, video-installaties, schilderijen en zelfs muziekuitvoeringen. Niets is te groot, voor alles is een plek.

Wie reizend door New England bij toeval stuit op de Berkshires, die tuin der kunsten, zal niet makkelijk meteen weer doorreizen. Wie eenmaal weet waar hij de Berkshires moet zoeken, treft zijn voorbereidingen voor het volgende bezoek en reserveert alvast kaartjes. En wie er per ongeluk voorbijrijdt, zal het voortaan moeten doen met krekels zonder dans, met boslucht zonder orkest en fabrieken zonder videokunst.