SURVIVOR

André Kraan (72)

Functie: oud-bestuurslid.

,,De één houdt van postduiven, de ander van mooie auto's of vrouwen. Ik houd van Ajax; het is mijn lust en mijn leven.

,,In 1940 – ik was 13 – werd ik lid van de club. Ik speelde in het voetbalelftal van de Mercatorschool in Amsterdam-West. We haalden dat jaar de kwartfinale, die in De Meer werd gespeeld. Ik moet die dag in vorm zijn geweest, want nog geen week later werd ik gebeld: of ik voor Ajax wilde spelen. Nou, daar hoefde ik niet lang over na te denken.

,,Ik begon bij de C-junioren, klom langzaam op naar het vierde. Maar net toen het een beetje begon te draaien werd ik opgeroepen voor militaire dienst in Indonesië. Van voetballen kwam drie jaar lang niets meer. Eenmaal terug kon ik van voren af aan beginnen. Mijn jarenlange droom – het eerste van Ajax – werd ruw verstoord.

,,In 1958 hing ik mijn voetbalschoenen aan de wilgen; amper drie jaar later werd ik op de algemene ledenvergadering gekozen tot bestuurslid betaald voetbal. Er waren minstens vier, vijf concurrenten voor die positie, maar de jonge achterban was al een tijdje op zoek naar een spreekbuis. Ik was geen voetbalvedette, maar met mijn 34 jaar wel een jeugdige verschijning.

,,In de kwart eeuw die volgde – ik ben bestuurslid af sinds 1997 – zijn er heel wat besturen gesneuveld. Nu eens lag de voorzitter niet goed, dan weer vielen de prestaties op het veld tegen of werden we opgeschrikt door een zwartgeldaffaire. Wonderbaarlijk genoeg heb ik al die crashes overleefd. Behield ik het vertrouwen.

Alleen tussen 1977 en 1986 was ik niet beschikbaar. Mijn toenmalige werkgever bood me een promotie aan – op voorwaarde dat ik mijn tijdrovende bestuursfunctie bij Ajax voorlopig opgaf.

,,Waarom besturen? Tja, ik sta graag met mijn snufferd vooraan. Bovendien: je maakt de leukste dingen mee. Banketten, koninklijke ontmoetingen, rondleidingen door Nederlandse ambassades, Europa-Cup-finales. Ronduit angstaanjagend was ons bezoek aan Argentinië, in 1972. Even daarvoor was de Fiat-directeur ontvoerd; we waren bang dat Cruijff hetzelfde zou overkomen. Ons hotel werd zwaar bewaakt, ook op het veld was de spanning om te snijden. Ajax houdt niet van verliezen, maar geloof me: toen Independiente gelijk kwam, ging er een zucht van verlichting door het veld. `Dàt nooit weer', zeiden we na afloop tegen elkaar.''