Stappen in het hoge Noorden

Reykjavik is dit jaar een van de culturele hoofdsteden van Europa. Velen kennen IJsland alleen als land van geisers en vulkanen. Maar Reykjavik heeft ook een `hippe' kant met eigentijdse muziek, mode en `goede energie'.

Elke vrijdag- en zaterdagavond rijdt een eindeloze stroom auto's stapvoets over Laugavegur, Reykjaviks belangrijkste winkelstraat met trendy boutiques en café's. De `rundurinn' is de IJslandse variant van de mediterrane avondwandeling die al sinds de komst van de eerste taxi's, in de jaren twintig van de vorige eeuw, bestaat. Tegenwoordig is het rondjes rijden een parade van de welvaartsstaat: gewone auto's zijn in de minderheid tussen de jeeps, luxueuze four-wheeldrives en gigantische terreinwagens met bijna een meter hoge banden en soms een enkele Hollywood-limousine. Wie wil opvallen moet er iets voor over hebben. Op de trottoirs is het een komen en gaan van uitgaanders, op weg naar de café's en bars waar bandjes spelen.

Rond middernacht in een weekeinde zijn in het kleine centrum van Reykjavik (bijna 110.000 inwoners) meer mensen op straat dan overdag. IJslanders, jong en oud, gaan laat uit. De hoge prijzen een glas bier kost twaalf gulden houden de mensen lang thuis. Tot driekwart jaar geleden moesten alle café's, restaurants en bars om drie uur 's nachts dicht. Dan kwamen minstens drie- tot vijfduizend mensen tegelijk op straat. Vaak duurde het een uur voor je een van de 600 taxi's had gevonden. In de menigte ontstonden soms vechtpartijtjes, maar moord en doodslag komen niet voor, net zo min als stalen deuren voor disco's. Op aandringen van de politie zijn de sluitingstijden inmiddels vrij: uitgaan kun je nu tot diep in de nacht.

,,Er is geen enkele stad in het noorden van Europa waar het uitgaansleven zo intensief is'', zegt Haukur Birgisson, marketing manager van de Icelandic Tourist Board. ,,En dat is geen marketingpraatje', bevestigt Einar Orn Einarsson, die al ruim twintig jaar een belangrijke rol speelt in de IJslandse popscene. Einar maakte deel uit van de Sugarcubes, de popgroep met Björk Gudmunsdottir die van 1987 tot 1992 internationale faam verwierf. Björk ging alleen verder en is nu IJslands enige mega-popstar.

,,Reykjavik is een kleine stad, maar je vindt er alles wat je in een grote Europese stad aantreft. En er is hier goede energie'', zegt Einar, die de muziek maakte bij de film `101 Reykjavik' (het uitgaanscentrum tevens postdistrict rond Laugavegur) die over enkele weken op het filmfestival in Cannes te zien is.

Goede energie is IJslands voor goede sfeer: buitenlanders vinden gemakkelijk aansluiting bij IJslanders. Je hoeft niets te plannen: je komt iedereen tegen. Bekende buitenlanders, zelfs bekende popmusici, worden nietlastiggevallen door bewonderaars.

Jacob Friman Magnusson, twintig jaar geleden mede-oprichter van een IJslandse kloon van Monty Python en al vele jaren spin in het web van het culturele leven, noemt Reykjavik een centrum van creativiteit. ,,Dat is vooral aan Björk te danken. Popmusici uit Engeland komen daarom graag hier. Maar ook omdat ze womanizers zijn en IJsland veel mooie vrouwen heeft.'' De Engelse popmusicus David Albron, van Blurrr, heeft een flat in Reykjavik. Hij is mede-eigenaar van Kafibarinn, een bekend muziekcafé. Met zijn slechts 275.000 inwoners van wie 160.000 in Reykjavik en omliggende plaatsen kreeg IJsland vorig jaar 262.000 toeristen. Amerikanen vormen het grootste aantal, Nederland komt op de achtste plaats.

De `goede energie' komt niet alleen tot uiting in het uitgaansleven, waaraan ook de oudere generaties IJslanders van harte deelnemen in hun `eigen' café's, zoals `Romance'. Bij speciale gelegenheden zijn er feesten in overvloed. Afgelopen nieuwjaarsdag waren de meeste grote café's en sommige restaurants afgehuurd voor besloten feesten, waarop jong en oud in smokings van Georgio Armani en creaties uit trendy boutiques als DNKY aantreedt. Al sinds jaren geldt dat de nieuwste mode een dag na de presentatie in Milaan of Parijs op Laugavegur te koop is. Wie waar was, is te zien in `Gehoord en gezien', een lokaal society-blaadje dat alleen foto's afdrukt. Voor Catherine Deneuve was in het eerste nummer van 2000 slechts een kleine foto ingeruimd, genomen tijdens een receptie op oudjaarsdag. Waar en met wie ze verbleef, blijft op IJsland privé.

In Reykjavik moet uiteraard veel van ver komen, maar niet alles is mooi of wordt een succes. Café Amsterdam, vlak bij Austerstraeti, is al weer verdwenen het was veel te kostbaar ingericht om op een bruin cafe te lijken. Sinds enkele jaren zijn er ook nachtclubs met strippers en andere dames uit Canada en Oost-Europa (met verblijfsvergunning als `artiest') die dronken zeelui van hun geld afhelpen. Drugs zijn er al langer, ondanks een stevig repressief beleid. Een 23-jarige Nederlandse stripper werd enkele weken geleden tot 3,5 jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat ze bijna duizend ecstasy-tabletten, verborgen in een pop, het land had binnengesmokkeld.

Het welvarende Reykjavik heeft talrijke dure restaurants, sommige met zeer goede chefs, zoals bij Jonatan Livingston Mavur (Meeuw), Thrir Frakkar of hotel Borg, het oudste hotel van de stad, waar men de politieke en business-elite kan aantreffen. Wie iets anders wil dan de nationale haute cuisine van vis en lamsvlees, gans of gerookte papagaaiduiker kan terecht bij restaurant Baldur voor walvis of rendier.

De uitgaansexpansie van de laatste jaren heeft ook een nadelige kant. Klassieke winkels maken plaats voor gelegenheden die vaak volgens de nieuwste formule worden ingericht. De fraaie apotheek in Austerstraeti, waar je gezeten in gerieflijke stoelen op je medicijnen kon wachten, is veranderd in een restaurant veel licht-metaal en weinig sfeer. Aan de overkant is de oude textielwinkel van Egill Jacobsen veranderd in Rex, een peperduur café-restaurant, ingericht door de Engelse architect Sir Terence Conran. Apotek en Rex zijn `hip', maar voor de gemiddelde rugzaktoerist onbetaalbaar een hoofdgerecht kost al gauw zeventig gulden. Maar er zijn ook eetcafé's zoals Fantasia, waar een eenvoudige doch voedzame maaltijd betaalbaar is.

Ook het artistieke leven in Reykjavik bruist. Boeken schrijven is al eeuwen de nationale hobby, waaraan ook zakenlieden en politici zoals de populaire premier David Oddson meedoen. Een minister die een dag voor Kerstmis plotseling tot directeur van de nationale bank, rusthuis voor mislukte politici, werd benoemd, gaf enkele dagen later een cd-tje uit met zijn verhaal over wat er met de politiek mis is. De kunsten floreren – alleen Reykjavik telt al 400 beeldende kunstenaars. Exposities in musea en galeries worden druk bezocht, evenals producties van vier professionele theatergroepen en concerten van het nationale symphonieorkest, de opera, het nationaal ballet en vele kleine ensembles.

Behalve met cultuur voelt iedereen in IJsland zich verbonden met de natuur de bergen rond Reykjavik, de veertig actieve vulkanen en het ongerepte binnenland. Maar de natuur heeft ook haar nadelen. De vulkaan Hekla, in de zeventiende eeuw in Nederland al bekend als `de ingang tot de hel', braakt sinds enkele dagen weer lava en as uit en afgelopen weekeinde zaten 1.700 mensen urenlang in hun auto's vast wegens overvloedige sneeuwval. Dan is hip Reykjavik een stuk gerieflijker.