Spijtbetuiging jegens Indonesië is misplaatst

Ik ben de weduwe van generaal S.H. Spoor, legercommandant van het leger in Indonesië van februari 1945 tot zijn overlijden 25 mei 1949.

Ik teken fel protest aan tegen uw voornemen bij een eventueel bezoek aan Indonesië uw spijt te betuigen voor het Nederlandse optreden tijdens de koloniale periode, zoals ik dit weekeinde in de NRC las.

Mijn protest is – dat weet ik zeker – mede namens duizenden Nederlanders die in Indië gewoond en gewerkt hebben en er voor een groot deel ook zijn geboren, alsmede de Nederlandse militairen – vrijwilligers en dienstplichtigen —, die na de oorlog door de Nederlandse regering naar Indonesië zijn gezonden.

U zegt minister-president van alle Nederlanders te zijn. Als zodanig mag u een dergelijke spijtbetuiging niet doen, want dat is niet namens ons, Nederlanders, waar u zo graag de minister-president van wilt zijn.

Met een verklaring van spijt geeft u blijk van weinig kennis en inzicht te hebben van hetgeen in Indië is opgebouwd door Nederlanders, vóór en na de Tweede Wereldoorlog en na de oorlog is geleden door Nederlanders, Indonesiërs en Chinezen, die met ons wilden samenwerken naar de vrije en onafhankelijke staten van Indonesië.

Zegt de Overeenkomst van Malino u iets of de tekening van de wapenstilstand in september 1946 en de overeenkomst van Linggadjati, om maar een paar dingen te noemen. Weet u iets van de afgesproken demarcatielijnen, die voortdurend door Indonesische legerbendes werden overtreden en zegt de Bersiap-periode van augustus 1945 tot ver in 1946 u iets, de vreselijke periode waarin niemand zijn leven zeker was en niet alleen Nederlanders en Chinezen maar ook vele Indonesiërs op beestachtige manier door jonge Indonesiërs zijn vermoord?

Kennelijk heeft u zich daarin nooit verdiept. Ik wel en ik was er bij! Heeft u iets begrepen van de inzet en de zelfopoffering van de na-oorlogse Indische gemeenschap, die probeerde recht en veiligheid te brengen? Weet u dat de vele, vele Nederlandse militairen die na de oorlog zijn uitgezonden bij honderden teruggaan naar de plaatsen waar zij gelegerd waren en de meest hartelijke relatie hebben met hun vroegere tegenstanders?

Wij proberen aan de ellende van die jaren zo min mogelijk terug te denken en ons de goede dingen van het land en de bevolking, waarvan wij hielden, te herinneren.

U en vele jonge mensen die publiceren – vaak om er zelf beter van te worden – rijten oude wonden open bij degenen die het nog weten, een groep die uitsterft.

De Indonesiërs verwachten geen spijtbetuiging, zij verwachten alleen hulp, liefst financieel.

Mijn raad aan u is om, mocht u in de naaste toekomst meer tijd hebben, de twintig delen van de Officiële Bescheiden betreffende de Nederlands-Indonesische betrekkingen 1945-1950 en de vele boeken over Indië en Indonesië te lezen om enig inzicht van onze geschiedenis te krijgen.

Bovenstaande tekst is de `Open brief aan de minister-president van Nederland, de heer W. Kok', die het ANP gisteren van mevrouw H.T. Spoor-Dijkema uit Soest ontving.