Ruimte voor vrolijkheid

De twee meisjes op het balkon van het uitgeholde betonblok The Max moesten er een beetje om giechelen. Opeens stonden ze zomaar het nummer Breakout mee te zingen, in de pauze die de Foo Fighters daar welbewust voor lieten vallen. Eigenlijk leent de groep van voormalig Nirvana-drummer Dave Grohl (nu zang en gitaar) zich helemaal niet voor zulke frivole meezingmomenten, `underground' als ze zouden moeten zijn met hun grunge-verleden en Grohls stoere hardrockgitaar. Maar het tekende de nieuwgevonden lichtheid van het songmateriaal op het derde Foo Fighters-album There Is Nothing Left To Lose, dat er na de grimmige punkmuziek van eerdere concerten opeens ruimte was voor vrolijkheid.

De Foo Fighters houden van live spelen en dat stralen ze uit. Toen er vorige week opeens een gaatje leek te vallen in het Europese promotieschema, werd een concert in Amsterdam ingelast dat dank zij een hechte fanclub van alerte internet-watchers binnen een dag was uitverkocht. Langzaam maar zeker heeft het kwartet zich los gemaakt uit de schaduw van Nirvana, met muziek die misschien niet zo groots en meeslepend is maar die altijd wel enkele briljante momenten kent. Vooral de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn belangrijk voor Grohl. Dat blijkt uit zijn liefde voor hoekige gitaarriffs als in Monkey wrench en uit zijn cover-versies van klassiekers uit de jaren zeventig als Have a cigar (Pink Floyd) en Lynyrd Skynyrds Sweet home Alabama, een evergreen die hij van zijn bandleden slechts gedeeltelijk mocht voltooien. Zelfs de door Peter Frampton bekend geworden talking box kwam uit de kast voor het Foo Fighters-nummer Generator, dat expres verkeerd werd ingezet om het absurde van die gekke tuinslang in de mond van de zanger/gitarist te benadrukken.

Grohls zang is adequaat voor een rockgroep van het tweede plan, maar valt in het niet bij de lading die Kurt Cobain aan zijn getergde teksten kon meegeven. De vergelijking is niet helemaal eerlijk, want vóór zijn zelfmoord in 1994 was Cobain de meest tot de verbeelding sprekende rock & roll-persoonlijkheid van zijn generatie. Zo'n opvallende figuur is Grohl niet en nieuwe gitarist Chris Shifflet uit de groep No Use For A Name kon gemakkelijk alle aandacht naar zich toe trekken met bestudeerd nonchalante rock & roll-poses. De paradox van Dave Grohls wissel van drumstel naar bandleider is dat hij nu ondanks zijn rol als frontman in betrekkelijke anonimiteit rockmuziek zonder veel pretenties kan maken. Voor Have a cigar nam hij zelfs weer even achter het drumstel plaats, om fijntjes te tonen dat een goede drummer als Taylor Hawkins altijd nog overtroefd kan worden door een echte vedette. De Foo Fighters speelden werkelijk alsof ze niets te verliezen hadden. De muziek, met het tot een bescheiden popklassieker uitgegroeide This is a call aan het slot, werd er alleen maar leuker door.

Concert: Foo Fighters. Gehoord: 29/1 Melkweg Max, Amsterdam.