Onzekere hellraiser

Dusty Springfield was bekend om haar stem en haar gebaren. Die stem was uitzonderlijk mooi, want hij klonk krachtig maar niet uitsluitend; de stem had ook een hint van kwetsbaarheid. Om hem ten volle te kunnen benutten had Dusty Springfield haar gebaren nodig. Ze schreef de teksten op haar armen, handen en polsen en als ze iets dreigde te vergeten keek ze daarop. Maar Springfield was extreem bijziend, dus ze moest die polsen tot vlak voor haar ogen brengen om de woorden te kunnen ontcijferen; vandaar de typische knakkende armbewegingen.

Dit vertelt zangeres Lulu in de documentaire Dusty die de NPS vanavond uitzendt in Het Uur van de Wolf. Dusty werd gemaakt na Springfields dood vandaag precies een jaar geleden, door regisseur Serena Cross. Cross interviewde naasten en bekenden van de Engelse ster (ex-vriendin Norma Tanega en managers Vicky Wickham en Pat Rhodes), en collega's uit het vak, als Elton John, The Pet Shop Boys en Martha Reeves. Ze ging naar plekken waar Springfield verbleef, zoals het opvangcentrum voor verstoten huisdieren in Los Angeles, en haar huis in Berkshire - niet naar de met Dusty verbonden locaties in Amsterdam, helaas. De interviewfragmenten worden verbonden door opnames van een zingende Dusty. Mooi gekozen uit allerlei stadia van haar bijna veertig jaar durende carrière, maar iets te strak gecoupeerd.

Het is onthullend te horen dat Dusty Springfield zichzelf als tienermeisje `opnieuw uitvond': hoe ze van bebrilde kortgeknipte tomboy veranderde in een kokette jongedame met opgespoten blond haar en duistere zwarte oogmake-up. Bij die transformatie hoorde een nieuwe naam, Mary O'Brien werd Dusty Springfield. De centrale these van Cross' film is dat er daarna twee persoonlijkheden waren: de onzekere privé-persoon Mary en de flamboyante hellraiser Dusty die precies wist hoe ze het allemaal wilde hebben.

Die uitgesproken meningen werden haar niet in dank afgenomen. Vriendin Madeleine Bell citeert Dusty: ,,Een man mag ergens voor staan, maar als een vrouw dat doet is ze een B-I-T-C-H.'' Haar eigenzinnigheid bepaalde ook haar muziek. Springfield was gegrepen door de zwarte Amerikaanse muziek van Motown en Curtis Mayfield. Voor haar Engelse producers en muzikanten draaide ze die platen als voorbeeld van hoe een echo of een stem moest klinken. Ze wilde dat de bassist met zijn vinger speelde in plaats van met een plectrum, naar Amerikaans voorbeeld. Voor de cd Dusty in Memphis ging ze naar Amerika om samen te werken met producer Jerry Wexler, bekend van soul-grootheden als Aretha Franklin en Sam & Dave.

Maar tot Wexlers wanhoop zong ze geen noot, daar in de studio in Memphis, geïntimideerd als ze was door de gedachten aan al die beroemde voorgangers. ,,Waarom zou iemand dan nog met mij willen werken'', horen we haar zeggen. Ze deed haar mond pas open toen ze in een studio in New York mocht opnemen.

Na Springfields glorieuze opkomst in de jaren zestig, was haar neergang in de jaren zeventig al even drastisch. Verstrikt in drank, drugs en haar biseksualiteit verbleef ze in Los Angeles, waar ze verschillende zelfmoordpogingen deed. Maar Dusty kwam terug, met dank aan The Pet Shop Boys, en op het eind van haar leven was ze in harmonie met zichzelf, haar vak en haar omgeving. Een vrouw van haar kaliber wens je niets anders toe.

Dusty, Ned.3, 19.55-20.55u.