Nummer 14, de strateeg

Wie is de beste voetballer van Ajax uit de geschiedenis? De toptien van een kenner, die vele Ajacieden heeft zien spelen.

1 Johan Cruijff

Het spijkerdunne jongetje uit Betondorp was een uniek talent, technisch meesterlijk, tactisch origineel, niet sterk in koppen, geniaal in spel verdelen. Een `denkende' voetballer, een strateeg. `Nummer 14' miste de kroon op zijn talent door geen wereldkampioen te worden in '74, toen het Nederlands elftal met 2-1 verloor van de West-Duitsers. Tot troost werd hij uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Ging naar Barcelona, eerst als speler, omdat de spelers van Ajax hem niet wilden herkiezen als aanvoerder, later als trainer. Haalde grote successen in Spanje. 'De verlosser' werd zijn erenaam.

2 Marco van Basten

Zoon van Joop van Basten, trainer van onder meer Velox. Marco voetbalde in grootse stijl, waarbij hij geweldig zelfvertrouwen uitstraalde. Groot en sterk gebouwd, dreef hij toch vooral op techniek, plus een machtig schot in het rechterbeen. Zijn grootste internationale triomfen boekte hij bij AC Milan. Hij werd al op 28-jarige leeftijd tot stoppen gedwongen. Een versleten enkel dwong hem ertoe. Tekenend voor zijn populariteit was de bewondering van het Nederlandse publiek in '99 bij de showwedstrijd ter ere van Cruijff in de ArenA, waar Marco's doelpunt werd bejubeld als iets heel speciaals.

3 Piet Keizer

Werd op 12-jarige leeftijd lid van Ajax en zou nooit voor een andere club spelen. Technisch gesproken was Keizer de gelijke van het fenomeen Cruijff. Hij bezat schijnbewegingen die dichters inspireerden tot gevoelvolle verzen. Maar hij was grillig. Het moest aan alle kanten lukken, wilde hij zijn stempel op de wedstrijd drukken. Het grote publiek is Keizer nog niet vergeten. Dat komt mede doordat op de televisie nogal eens te zien is hoe hij in de Europa Cup-finale van '71 het doelpunt van Dick van Dijk tegen Panathinaikos voorbereidde: een schitterende passeerbeweging op links, gevolgd door een ideale voorzet.

4 Ruud Krol

Hij was wat Maarten de Vos in zijn boek De Ajacieden een talentvol juniortje bij de amateur-vierdeklasser Rood Wit noemde, die voor een habbekrats door Ajax werd ingelijfd. Een paar jaar later was Krol in Ajax gesetteld. Eerst als linksachter, later als centrale verdediger. Toen het elftal, na de gewonnen eindstrijd tegen Panathinaikos, zich naar een feestje in Londen repte, zei Vasovic in de bus tegen de anderen: ,,Daar zit mijn opvolger.'' Krol vormde een grandioos backstel met Wim Suurbier ('Schnabbel en Babbel'). In staat tot een aantal lange sprints, hard in de tackle, Amsterdams brutaal. Krol bracht het tot 83 interlands: een record.

5 Wim Anderiesen

Ooit was Anderiesen de spil (halfaanvallend) van 't Gooi, later van Ajax. Een rijzige, stijlvolle figuur die overal te vinden was op het veld. Anderiesen was een van de redenen waarom het zo lang heeft geduurd dat in het Nederlandse voetbal de stopperspil werd ingevoerd. Het ging toch goed zoals het ging? Anderiesen zat zowel achter zijn voorhoede aan als dat hij verdedigende klussen opknapte. Hij was een van de bewerkers van de opbloeiperiode tussen '34 en '38 van Oranje. Bewonderaar van Karel Lotsy, de man die de mentale hoogstandjes bewerkstelligde die voortleefden als `het krankzinnige kwartiertje' van Oranje.

6 Sjaak Swart

Hij heet eigenlijk Jesaia. Swart was snel, agressief en had een uitstekend schot. Hij had ook dingen tegen, zoals de neiging in belangrijke wedstrijden erg zenuwachtig te zijn. Om die reden haalde Michels hem uit de finale op Wembley tegen de Griekse kampioen. Fanatieker Ajacied was en is niet te vinden, al schijnt het waar te zijn dat hij destijds wel graag naar de erfvijand Feyenoord wilde overstappen.

7 Danny Blind

De man van Souburg in Zeeland ontdekte Amsterdam en Ajax. Het tussenstation was Sparta, waar hij zeven jaar voetbalde. Bij Ajax was hij een bepalende speler zonder spectaculaire kantjes in zijn spel: geen daverende afstandsschoten, geen indrukwekkende passeerbewegingen. Maar tactisch stond Blind zijn mannetje. Hij kon pressie spelen, inschuiven, druk zetten als weinig anderen. Naar eigen zeggen verdedigde hij `naar voren' en dat was bij zijn club gemakkelijker dan in het oranje.

8 Ronald de Boer

Een der allerbeste technici die Ajax heeft voortgebracht. Zijn enige minpuntje is een beperkte loopsnelheid, mede waardoor hij zich op de rechtervleugel bij Oranje niet thuisvoelt. Man van schitterende passes, een typische middenvelder met veel overzicht in zijn spel. Wat pijn doet bij Ajax is de herinnering aan de rel rond de overgang van Ronald en zijn broer Frank naar Barcelona.

9 Frank de Boer

Een typische verdediger, liefst centraal, maar ook goed op de linkerflank. Heeft een voortreffelijke pass in de benen en durft de bal ogenschijnlijk riskant af te geven. Bij Ajax had hij de reputatie per wedstrijd ten minste één storende fout te begaan. Hij is niettemin uitgegroeid tot een van de beste verdedigers ter wereld. Robuust in de tackle en overtuigend in de opbouw. Vergelijkbaar met Cor van der Hart, die lang geleden even dominant te werk ging.

10 Jan de Natris

In het jubileumboek van Ajax staat vermeld dat in het seizoen 1914-1915 van Blauw Wit een speler overkwam die zich ontwikkelde tot het grootste idool dat Ajax tot dan toe binnen de lijnen had gehad. Jan de Natris was een lastige knaap. Perioden van schijnbare onverschilligheid werden afgewisseld met geniale acties. In 1918, toen de club kampioen werd, moest men het zonder De Natris stellen, die de trein naar Tilburg had gemist. Een paar maal verwisselde De Natris van club om steeds weer bij Ajax terug te keren.

TOPTIEN