Nederlaag Barak niet einde vredeskans

De Israelische premier Barak heeft gisteren een flinke nederlaag geleden. Maar dat betekent nog niet dat de kans op vrede met Syrië nu verkeken is.

Premier Ehud Barak trekt zich weinig aan van de smadelijke nederlaag die hij gisteren leed in de Knesset, het Israelische parlement. Nog steeds is hij gefixeerd op een vredesverdrag met Syrië en als bijproduct daarvan vrede met Libanon. Met zo'n vredespakket, dat het terugtrekken van het Israelische leger uit Zuid-Libanon met minimale veiligheidsrisico's mogelijk maakt, denkt hij het Israelische volk voor zich te winnen. Het beëindigen van de lange Libanese oorlog, waarin sedert 1978 meer dan duizend soldaten zijn gesneuveld, is volgens Barak het aantrekkelijke lokaas waarin het Israelische volk gretig zal bijten. Parlementaire listen kunnen in zijn visie op de Israelische realiteit dit hoge doel niet in de weg staan.

Barak gebruikte gisteren het woord `list' voor het door de Knesset aangenomen wetsvoorstel om de modaliteiten voor een te houden vredesreferendum zo te wijzigen dat aanvaarding zeer twijfelachtig wordt. De Likud-oppositie wist een parlementaire meerderheid te mobiliseren voor het idee dat niet slechts de meerderheid van de daadwerkelijk uitgebrachte stemmen nodig is voor aanvaarding van het vredesreferendum, maar een meerderheid van de stemmen van alle kiesgerechtigden. Uitvoering van dit door juristen als manipulatie van de democratie gehekelde wetsvoorstel betekent in de praktijk dat rond de 65 procent vóór moet stemmen. Nog geen enkele peiling heeft aangetoond dat er zo'n grote meerderheid voor een vredespakket is, dat het opgeven van de hoogvlakte van Golan en terugtrekking van het Israelische leger uit Zuid-Libanon met elkaar koppelt.

De kans dat het wetsvoorstel van Likud ook daadwerkelijk wet wordt, is om allerlei redenen gering. Behandeling kan een half jaar worden opgehouden door de voorzitter van de parlementscommissie voor wet en recht. Bovendien mag Barak zich afvragen of de regeringspartijen die gisteren een loopje namen met de coalitiediscipline voor dit omstreden wetsvoorstel, in eerste en tweede lezing zullen stemmen indien het om een echte vredeskans gaat. Als rechtstreeks gekozen premier, met buitengewoon grote bevoegdheden, kan hij de opstandige regeringspartijen voor het blok stellen door over de vredesvraag op vervroegde verkiezingen aan te sturen of door een minderheidsregering te vormen.

Wat zijn mogelijkheden ook zijn, gisteren is wel opnieuw gebleken dat Barak een politieke amateur is. Hij heeft er geen kaas van gegeten hoe zijn regeringscoalitie bij elkaar te houden. Voor iedere premier is het een blamage als drie regeringspartners – Shas, de NRP, en de Russische immigrantenpartij – tegen de regering stemmen. De introductie van de variant van de rechtstreeks gekozen premier heeft aan de Israelische democratie een Amerikaans presidentieel tintje gegeven. Daardoor zijn de spelregels dusdanig veranderd dat de regering het tegenstemmen van regeringspartijen kan overleven als de premier dat wil. Barak wil dat omdat hij weet dat bijvoorbeeld Shas gisteren om andere redenen dan vrede tijdelijk in de oppositie ging. Deze wetenschap ontleent hij aan het sterke vredesinstinct van rabbijn Ovadia Yosef, geestelijk en politiek leider van Shas. Barak werd door Shas gestraft omdat hij de partijleider buiten het intieme vredesbereid houdt en zijn invloed niet aanwendt om deze ultraorthodoxe partij meer invloed te geven op het ministerie van Onderwijs.

Amerikaanse diplomaten zullen zich de komende dagen in Damascus tot het uiterste moeten inspannen om de Syrische president Hafez Assad ervan te overtuigen dat Israel gisteren niet tegen het opgeven van de hoogvlakte van Golan heeft gestemd, zoals Likud-leider Ariel Sharon triomfantelijk zei. Verwaarlozing van en/of minachting voor de gecompliceerde partijpolitiek hebben gisteren wel Baraks prestige flink aangetast, maar de deur voor vrede niet gesloten.