`Informatie over geweld op Molukken moet beter'

Het Molukse Informatie en Documentatie Centrum probeert een dam op te werpen tegen de `misinformatie en geruchtenstroom' over het geweld op de Molukken.

Het begin is nauwkeurig te traceren: op 19 januari 1999 weigerde in Ambon-stad een passagier van een taxi bij het uitstappen te betalen. Een vechtpartij volgde. ,,Omdat de chauffeur afkomstig was uit de christelijke wijk Mardika en de passagier uit de naburige wijk Batu Merah, kreeg het gevecht het karakter van een gevecht tussen twee wijken, en wel wijken met een verschillend geloof'', schrijft het oud-Kamerlid John Lilipaly (PvdA) in het voorwoord van `De Molukken in crisis', een deze week verschenen uitgave van het Molukse Informatie en Documentatie Centrum.

Ook het vervolg is bekend. Het incident in Ambon-stad groeide uit tot een volksoproer, waarbij christenen en moslims tegenover elkaar kwamen te staan, en het mondde uit in een orgie van geweld die al vele honderden mensen het leven heeft gekost.

De vraag hoe een ruzie om een taxirekening heeft kunnen ontaarden in een nietsontziende burgeroorlog tussen twee geloofsgemeenschappen die volgens de beeldvorming van oudsher vredig samenwonen, is evenwel minder gemakkelijk te beantwoorden.

Het onlangs opgerichte Molukse documentatiecentrum, gevestigd in het Moluks Historisch Museum in Utrecht, wil voorlichting geven over de achtergronden en het wil een dam opwerpen tegen ,,misinformatie die op grote schaal de ronde doet'' over de gebeurtenissen op de Molukken. Voor simplificaties is daarbij geen plaats, zoals afgelopen januari duidelijk werd op een door het centrum georganiseerde studiedag.

,,Je kunt de strijd op de Molukken vergelijken met wat in de straten van Mogadishu gebeurde en in een aantal andere plaatsen waar kind-soldaten het vuile werk doen. De bevolking valt terug op een aantal herkenbare `basics'. Religie is er daar één van'', zei Jacques Willemse van de Stichting Oecumenische Hulp (SOH).

Het deze week verschenen boekje `De Molukken in crisis' is een weerslag van die studiedag. Uit de uitleg van Willemse wordt ook duidelijk waarom de hulpverlening vanuit Nederland voor de Molukken nog maar mondjesmaat op gang komt. Dat heeft niet alleen te maken met `onbekendheid' bij het grote publiek, maar ook met het gegeven dat hulpverlening op dit moment nog door ,,strijdende partijen wordt gezien als een onvriendelijke daad''. Bij een watersnoodramp helpt men slachtoffers, maar op de Molukken wordt humanitaire hulp aan de slachtoffers door de ene partij uitgelegd als hulp aan de daders van de andere partij.

Het Molukse documentatiecentrum, dat minister Van Boxtel (minderhedenbeleid) dringend om subsidie heeft gevraagd, is betrokken bij het opzetten van een landelijke inzamelingsactie voor de wederopbouw van de Molukken. Dat gebeurt op verzoek van een aantal burgemeesters van gemeenten met veel Molukkers. Maar, waarschuwt het centrum: ,,De datum van de actie is nog niet bekend, maar het zal nog enige tijd in beslag nemen. Niet alleen omdat nog heel veel werk moet worden verricht, maar ook omdat gezien de situatie op de Molukken nog niet van wederopbouw sprake kan zijn.''