Gouden schijnbewegingen in een schriftje

Sinds 14 oktober 1997 bestaat het Ajax Museum. De roemrijke geschiedenis van een voetbalclub bewogen en stilstaand in beeld gebracht.

HET BEGIN is een jongensdroom, het einde is een jongensdroom en het hoogtepunt is een jongensdroom. Wie zich toegang heeft verschaft tot het Ajax Museum, krijgt de identiteit van een jongetje in pyjama. Een jongetje dat droomt hoe hij doordringt tot het exclusieve domein van zijn helden: de catacomben van de ArenA. Gezeten in de duisternis van een minibioscoop wordt de bezoeker driedimensionaal langs de kleedruimtes gevoerd, langs het grotemannenbad en langs andere, gewoonlijk onbereikbare plekken. Waar de emoties die bij winnen of verliezen in de topsport horen, worden afgeschermd van de buitenwereld. ,,Welkom in het Ajax Museum'', zegt Johan Cruijff daarna.

Honderd jaar verder, aan het einde van de rondgang door het museum, in een filmtheatertje dat aan 24 personen plaats biedt, lijken straatvoetballertjes uit Betondorp op Johan Cruijff, lopen jongetjes op Surinaamse stranden Frank Rijkaard te zijn en is de weidsheid van Finland het decor voor een nieuwe Jari Litmanen in de dop. Op het filmdoek vertonen ook de drie vedetten zelf hun kunsten, bijgestaan door andere voetbalsterren. De apotheose is een spervuur van prachtige doelpunten. De liefhebber van de schoonheid van het spel waant zich in een orgie. Acht minuten, langer duurt het filmpje niet. Er was eens een voorzitter van een grote buitenlandse club, die na de voorstelling nog minutenlang voor zich uit bleef kijken om ten slotte zijn extase in een soloapplaus weg te klappen.

Tussen het filmische begin- en eindpunt telt het Ajax Museum honderden foto's, videofragmenten, shirts, attributen, krantenknipsels, plakboeken, uitnodigingen, menukaarten, bekers en medailles. Ingedeeld naar periodes en naar thema's. En steeds klinkt op de begane grond de stem van Han Hollander. Van de legendarische radioreporter uit de jaren dertig is een fragment te horen uit een verslag van een wedstrijd die het Nederlands elftal speelde. Natuurlijk is er een hoek over Johan Cruijff. Ook de vermaarde jeugdopleiding, de eeuwige tweestrijd tussen Ajax en Feyenoord, de stadions waarin de club speelde en de andere betaald-voetbalverenigingen die Amsterdam vroeger rijk was, krijgen apart aandacht. Dat geldt ook voor de `donkere bladzijden' uit de Ajax-historie, zoals de zwartgeldaffaire met FIOD-dossiers uit de jaren tachtig en de staaf die een supporter in 1989 naar de doelman van de Weense voetbalclub Austria gooide.

Het museum ademt respect voor het verleden van een club die wekelijks tobt met het heden. Maar de resultaten van het huidige eerste elftal verkruimelen er tot een onbeduidende voetnoot in de honderdjarige geschiedenis. ,,De vereniging'', zegt museummanager Tijs Lindeman, ,,dat zijn de handen, de voeten, het lichaam. Het eerste elftal is het snoetje. We moeten de waan van de dag onderscheiden van de historie.''

Hoogstpersoonlijk leidde Lindeman vorig jaar Pele, de Braziliaanse wereldster uit de jaren vijftig en zestig, door het Ajax Museum. Pele werd er stil van. Vooral toen hij op de eerste verdieping was aangekomen. Daar waar de internationale successen van Ajax uit de laatste dertig jaar centraal staan, die via videobeelden op tv-schermen onophoudelijk worden herhaald. Waar ook het hoekje van Marco van Basten is ingericht. Het Ajax Museum werd deze aanwinst vorig jaar rijker, na bemiddeling van de voormalige vedette en diens vader die in zijn Utrechtse woning zelf een Marco-museumpje had ingericht.

Natuurlijk is er plaats voor de gouden schoenen die Van Basten als Europees topscorer bijeentrapte. Maar de romanticus kijkt eerder vertederd naar de oude, afgetrapte voetbalschoenen van de jonge Van Basten. Of naar het eerste contract dat hem voor een maandelijkse reiskostenvergoeding van 500 gulden aan de club bond. Bijna ontroerend is de sterk vergrote bladzijde uit een schrift van de jonge Marco, waarin hij, een tiener nog, de schijnbewegingen noteerde die hij beheerste of oefende. En van wie hij ze had geleerd. Van ploeggenoten van UVV bijvoorbeeld, van de Franse international Didier Six of van die andere Ajacied, die in de jongensspelling van Marco wordt geschreven als Cruif.

Staande voor de vitrine van Van Basten moet Pele, de voetbalmiljonair die tegenwoordig niet zonder bodyguards door het openbare leven stapt, maar ooit begonnen is als schoenenpoetser, nog eens hebben beseft hoe een jongensdroom kan uitkomen.

Het Ajax Museum is dagelijks geopend van 10 tot 18 uur. Het bezoek aan het museum is uitsluitend mogelijk als onderdeel van de `World of Ajax tour', waarin ook bezichting van de ArenA begrepen is. Prijs: 19,50 gulden; voor kinderen en 65-plussers 17 gulden. Groepen kunnen korting krijgen, maar moeten wel reserveren: (020)

311 13 33. Kaartverkoop via de ArenA-balie. Adres: Arena Boulevard 3, Amsterdam.

MUSEUM