`Gemiddelde reistijd blijft constant'

Wie auto en trein sneller en goedkoper maakt, lokt extra mobiliteit uit. De mens blijft gemiddeld in totaal vier tot vijf kwartier per dag reizen.

De discussie over mobiliteit in Nederland gaat te veel over het bestrijden van files. Beleidsmakers zijn eenzijdig gericht op de gemiddelde snelheid op het hoofdwegennet. Veel meer aandacht moet uitgaan naar de geografische bereikbaarheid van veel voorzieningen. Die is ondanks de files nog steeds groot, ook in de drukke Randstad. Dit stelt prof.dr. B. (Bert) van Wee, coördinator verkeer en vervoer bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, vandaag in zijn rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar verkeer, milieu en ruimte aan de Universiteit Utrecht. Van Wee: ,,De meeste files komen voor in de Randstad, maar inwoners van de Randstad kunnen veel meer banen binnen bijvoorbeeld 45 minuten per auto bereiken dan inwoners in de rest van Nederland, ondanks die files.'' Van Wee deed eerder al van zich spreken toen hij de milieuvoordelen van de Betuwelijn voor het goederenvervoer gering noemde.

Volgens Van Wee, van huis uit geograaf, beseffen beleidsmakers te weinig dat mensen over een ,,constant reistijdbudget'' beschikken. Nederlanders besteden ongeveer evenveel tijd aan reizen als dertig jaar geleden. Over de hele wereld reizen mensen gemiddeld vier tot vijf kwartier per dag. Van Wee: ,,Dat de mens daartoe een diepe psychologische behoefte heeft is niet wetenschappelijk bewezen, maar het is wel een vaststaand gegeven. Om die reden lokken kortere reistijden meer verkeer uit. Als je alle files zou oplossen en alle treinverbindingen sneller zou maken, dan gaan mensen gewoon verder van hun werk wonen. De totale reistijd neemt toe. Ik suggereer daarmee niet dat je alle files maar moet laten staan. Ik waarschuw wel voor meer mobiliteit.''

Het sneller en goedkoper maken van het openbaar vervoer leidt in het algemeen niet tot minder autokilometers, maar slechts tot meer kilometers met trein of bus door mensen die toch al van het openbaar vervoer gebruik maken. ,,Als de automobilist erdoor overstapt naar het openbaar vervoer, is dat goed voor het milieu. Maar dat gebeurt vaak niet.'' Hij ziet meer in gerichte verbeteringen van openbaar vervoer, ,,bijvoorbeeld tussen de grote steden in de Randstad en binnen regio's waar het gebruik en parkeren van auto's aan banden wordt gelegd''. Hij pleit voor ,,totaalpakketten''.

Als beleidsmakers de geografische bereikbaarheid centraal stellen, en niet de bereikbaarheid meteen vertalen in het aantal files, zou het volgens Van Wee wel eens ,,gunstig'' kunnen zijn om juist in de Randstad nieuwbouwwijken te bouwen. Daar zijn veel voorzieningen relatief dichtbij, ook al sta je ervoor in de file. Van Wee noemt in zijn oratie als voorbeeld Londen City. ,,Als we bereikbaarheid vertalen naar snelheden op het wegennet of de mate waarin files optreden, scoort het centrum van Londen uiteraard zeer laag. Maar als we kijken naar het aantal arbeidsplaatsen dat binnen een bepaalde tijd bereikbaar is, scoort het centrum van Londen beter dan welke andere plek in Engeland, ondanks de lage autosnelheden.'' Dat die voorzieningen zoals werk, school of uitgaansmogelijkheden dichtbij zijn, wordt hogelijk gewaardeerd, ook al maken de inwoners van drukke centra daar niet dagelijks gebruik van. Van Wee: ,,Alleen al het idee dat je elke dag naar de bioscoop of schouwburg kunt gaan, is voor inwoners van binnensteden waardevol. Dat is wat economen de option value noemen.''

Om het milieu te sparen pleit Van Wee ervoor om op de Betuwelijn geen dieseltreinen maar alleen elektrische treinen toe te laten die niet harder dan tachtig kilometer per uur rijden. Verder bepleit hij meer structurele aandacht voor de fiets. ,,Kijken we naar de grote bedragen die de regering uitgeeft aan het openbaar vervoer, dan komt de fiets er in mijn ogen bekaaid van af.'' Ook is hij er voorstander van om fabrikanten en importeurs van auto's normen op te leggen voor het gemiddelde brandstofverbruik van alle auto's die ze verkopen. Door deze rechten op brandstofverbruik verhandelbaar te maken, stelt Van Wee, ,,kan Rolls Royce nog steeds auto's in Nederland verkopen, maar ze moeten die rechten opkopen van bijvoorbeeld Fiat''.