F16 en pingpongbatje zwevend op het linnen

Een hamer en een boomblad, een pingpongbatje en een bal, een neus met een zonnebril, een speelgoedvliegtuig: de onderwerpen van de schilder Jan Roeland (1935) raken kant noch wal. Letterlijk en figuurlijk, want de objecten hebben op zijn doeken geen enkele context, ze zweven in een luchtledig. Bovendien zijn ze zo plat als een dubbeltje; de enige concessie die Roeland doet is het aanbrengen, hier en daar, van een zekere perspectivische diepte door middel van een licht-schaduw contrast, op een Fernand Léger-achtige manier. Zo is de steel van de hamer niet meer dan een gele platte balk, terwijl de metalen hamer zelf een glanzende ronding heeft doordat de schilder het zwart ophoogde met een langgerekte streep grijswit.

De weerbarstige schilderijen van Roeland zijn niet gemakkelijk toegankelijk. Maar wie de rust op kan brengen er iets langer naar te kijken zal de eindeloze aandacht en concentratie ervaren waarmee dit werk is gemaakt.

Nouvelles Images toont op de benedenverdieping van de galerie recente schilderijen en tekeningen van Roeland. Afgezien van een overzicht van zijn werk twee jaar geleden in De Beyerd te Breda, waarvoor hem door het Amsterdams Fonds voor de Kunst de Sandbergprijs werd toegekend, alsmede in Enschede en Schiedam, is Roeland zelden in musea in te zien. Dit zegt veel over de benauwde kunstpolitiek van de Nederlandse musea. Toewijding en onbevangenheid in het kijken naar kunst, en een tentoonstellingsbeleid gebaseerd op een zelfstandig oordeel, is kennelijk van de museumdirecteuren te veel gevraagd. Anders was al lang doorgedrongen dat de schilderkunst van Roeland tot de top behoort van de Nederlandse kunst, en dat zijn werk zich gemakkelijk op internationaal niveau zou kunnen meten.

In Den Haag zijn twee versies van Bal en bat te zien, een kobaltblauwe en een cadmiumrode versie. Batje en pingpongbal hebben dezelfde grootte, maar het batje neemt met zijn steel meer ruimte in op het doek. De ondergrond van de rode cirkel is een koel wit, terwijl de ondergrond van de bal verdeeld is in een raster van rode en warmwitte kwadraten. Terwijl de rode cirkel plat en hard is, heeft de witte cirkel een donkere, geveegde schaduwrand die er een zekere plasticiteit aan verleent. De bal trilt een beetje, en doordat hij even groot is als het batje lijkt hij in zekere zin dichterbij te zijn. Het is alsof de bal, in grote vaart op ons afkomend, in een fractie van een seconde tot stilstand is gebracht op het doek, waar hij nu hangt in een eeuwigdurend bevroren moment.

Al zijn Roelands doeken met een grote precisie geschilderd, er is niets mechanisch aan. Onder de oppervlakte verbergen zich andere kleuren, hier en daar schemeren ze er doorheen. De randen tussen de vormen zijn open, ook daar zijn diepere lagen zichtbaar. Roeland voert de kleur zo hoog mogelijk op, terwijl de verfhuid toch open en gevoelig blijft. Het is monnikenwerk en het luistert nauw, temeer daar Roeland zijn schilderijen niet vernist en de verfstreken tot in de kleinste details open en bloot liggen.

Het meest recent is een serie F16's. Rare, kinderachtige vliegtuigjes hangen in een gekantelde kruisvorm, maar net niet symmetrisch, op een veld dat wolkachtig is uitgespaard in een donker fond. De taps toelopende romp van de F16 is ietwat rond en plastisch, de vleugels zijn plat, met cirkels erin. Ook hier zijn de fel contrasterende kleuren volkomen verzadigd. De vliegtuigschilderijen ogen als heraldische emblemen, alleen de ernst en het pompeuze van ware heraldiek ontbreken.

Het ligt voor de hand Roelands schilderkunst als typisch Hollands te benoemen, behorend tot de traditie van Mondriaan en De Stijl. Maar een schilderij getiteld Twee vazen, bestaande uit een dieporanje monochroom vlak met daaronder twee diepzwarte vaasvormen op een wit fond, laat zien dat het werk van Roeland evengoed in verband gebracht kan worden met Amerikaanse schilders als Ellsworth Kelly – op kleiner, inderdaad Hollands formaat, maar op zijn beste momenten met eenzelfde intensiteit. Kelly's ogenschijnlijk abstracte werken zijn trouwens net als die van Roeland direct afgeleid van de zichtbare werkelijkheid – zij het dat Kelly's `figuratie' een open ruimte suggereert, terwijl Roelands onderwerpen een tragische binnenwereld oproepen.

De grootste verdienste van het werk van Roeland is de volkomen compromisloosheid er van. Zonder omwegen, zonder trucjes of verleidelijkheid of schilderkunstige Schwung, gaat Roeland recht op zijn doel af. Zijn werk is bikkelhard en genadeloos, en blijft dankzij zijn gevoel voor humor nog net dragelijk.

Jan Roeland: schilderijen en tekeningen. In Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. T/m 22 maart. Open: diza 11-17 uur.