Excuses mogen geen ritueel worden 4

Bij alle heisa rond publieke excuses en genoegdoeningen wil ik erop wijzen dat de Tweede Wereldoorlog nog veel meer slachtoffers telde die het nieuws niet of nauwelijks halen zoals bijvoorbeeld de Duitse, niet-joodse vluchtelingen die in de jaren voor 1940 in grote getale naar Nederland zijn gekomen. Het is niet mijn bedoeling om voor deze groep separaat excuses en genoegdoening te vragen. Integendeel, laten we een einde maken aan deze ontwikkeling. Kabinet en de betrokken slachtofferorganisaties moeten zich bezinnen op een vorm waarin op een waardige wijze aan al deze groepen, hun vertegenwoordigers en/of hun nakomelingen finaal spijt en schuld worden betuigd; met de aanvaarding van deze geste wordt aldus een definitieve streep gezet onder dit deel van ons verleden. Noem het een soort generaal pardon. Ik kan mij niet voorstellen dat voor de nog in leven zijnde en merendeels hoogbejaarde slachtoffers de huidige gang van zaken met alle aandacht, de herinneringen, het getouwtrek, de beschuldigingen over en weer, een troost zal betekenen.

Nu dit soort openlijke schuldverklaringen bijna aan de orde van de dag zijn, boeten deze steeds meer aan geloofwaardigheid in. Het lijkt zo langzamerhand een vast ritueel te worden, een soort administratieve procedure: eerst geen spijt, dan wel spijt betuigen, geen vergoeding, wel vergoeding aanbieden, bod en tegenbod. Continuering van de huidige trend zal voor de betrokken slachtoffers, voor de overheid, noch voor de Nederlandse bevolking in haar totaliteit de gehoopte helende werking hebben.