De Veluwse wanen bedwongen

De vriendelijk ogende klinieken van psychiatrisch ziekenhuis De Wellen hebben namen als de Buurse, de Voorde, de Marke. Ze staan op een uitgestrekt terrein. Alleen het hoofdgebouw doet nog denken aan de paviljoens waar met wisselbaden en elektroshocks de wanen werden bedwongen. Voor de rest lijkt het op een Hollandse nieuwbouwwijk. De bewoners zijn er arm en rijk, jong en oud, geleerd en laagopgeleid, en gek, gekker, gekst.

De patiënten leven er met verplegers en artsen in een schaduwmaatschappij met eigen normen en waarden. Maar het is een wereld die onder vuur ligt, nu in de psychiatrische ziekenhuizen 10.000 bedden moeten verdwijnen. In het kielzog hiervan zullen steeds meer geesteszieken terugkeren in de samenleving die hen ooit verbannen heeft. Het is een ontwikkeling die voortvloeit uit de antipsychiatriebeweging van de jaren '70. Gekken moesten niet meer in de bossen worden opgesloten, maar onder toezicht integreren in de samenleving. Zo zouden ze sneller genezen dan wanneer ze eindeloos werden behandeld in een inrichting. De overheid en veel psychiaters denken er nog altijd zo over. En zo'n vreemde gedachte is het niet, als de geesteszieken maar niet aan hun lot worden overgelaten.

Michiel Roest, psychiater in De Wellen: ,,Gisteren hebben we een man uit de inrichting gezet die niet psychotisch is en hier toch al twintig jaar lang is opgenomen. Hij heeft persoonlijkheidsproblemen – hij is narcistisch – en kan niet goed functioneren. Hij is gewend aan de verzorging hier en kent alle trucs om met schreeuwen, dreigen en smijten de aandacht op zich te vestigen. Door hem uit te zetten, wordt hij zelf verantwoordelijk gesteld voor zijn gedrag. En hoe boos hij ook is, hij kan het heel goed aan nu hij merkt dat al het kabaal dat hij maakt voor niets is. Het is een behandeling die steeds vaker wordt toegepast.''

In het trappenhuis van de Voorde staat halverwege de eerste verdieping een oude man met witte haren. Zijn gezicht is naar de muur gericht. Onafgebroken schudt hij zijn hoofd en draait met zijn rechterduim rondjes op het stucwerk. Als we hem passeren groet hij verlegen. De mannen en vrouwen op de zaal zitten verdwaasd in hun stoelen en kijken star voor zich uit.

De Wellen telt veel psychotische patiënten. Zoals de man die dacht dat hij Jezus Christus was en in een psychose zijn vrouw en dochter vermoordde. Of de ingenieur in de isoleerruimte van de Buurse die zich in de Tweede Wereldoorlog waant en zijn woedeaanvallen niet kan bedwingen. Als een wild dier in zijn kooi loopt hij heen en weer.

Uit de Marke, waar de chronische psychoten zitten die een langdurige behandeling ondergaan, komt een borderline-patiënt aanlopen. Ze is boos op de hele wereld. De panden van haar winterjas waaien open. Eronder draagt ze alleen een onderbroek en een dun truitje. Ze is op weg naar de vertrouwenspersoon, omdat ze meent door een verpleegkundige te zijn verkracht in de isoleercel. Psychiater Roest wijst haar geduldig de weg en trekt zich weinig van haar beschuldigingen aan. ,,Dat is nou precies waarom er altijd twee verpleegkundigen mee de isoleercel ingaan'', zegt hij even later.

,,We hebben veel borderline-patiënten'', vertelt Roest. ,,Ze hebben persoonlijkheidsstoornissen en reageren heel impulsief. Bij de vrouwen uit dat zich in dreigen met zelfmoord, automutilatie of brandstichting. De mannen gaan vaak de criminaliteit in. Vroeger nam je ze op en hield je ze net zolang hier tot ze genezen waren. Nu worden ze slechts kort opgenomen, waarna ze de samenleving weer ingaan. Daar worden ze ambulant begeleid door een team van De Wellen. En als het dan toch weer misgaat, kunnen ze onmiddellijk terugkomen. Ze hoeven niet eerst aandacht te vragen door op de spoorlijn te lopen.''

De behandeling, waarmee De Wellen vooroploopt, is een succes. Roest maakt dan ook korte metten met iedere kritiek: ,,Het mag zo zijn dat de maatschappij haar gekken kwijt wil, maar het is niet zo dat wij een vrijplaats zijn voor iedereen die gek is. We sluiten iemand niet meer zomaar op.''

Voor een bepaalde groep zeer kwetsbare en agressieve geesteszieken gaat de behandeling echter niet op. Voor hen heeft de Wellen een `asielproject' opgericht. Psychiater Adger Hondius: ,,We hebben hier een narcistische man die je niet op straat kunt zetten, omdat hij met iedereen ruzie krijgt. Hij terroriseerde de hele afdeling. Voor hem hebben we nu een `inleunwoning' ingericht, een van de kliniek afgesloten kamer met een eigen uitgang naar de tuin. Als hij behoefte heeft aan contact met zijn medepatiënten, kan hij via de hoofdingang de kliniek binnenkomen. Heeft hij een rothumeur, dan trekt hij zich terug in zijn eigen kamer.''

De inleunwoning heeft iets van een studentenkamer op zijn ergst. Een bed met een tv ervoor, een boekenplank met een encyclopedie, een tafel met daarop de bijlage van Het Parool, een kapotte bril, vieze glazen en overal troep, troep en nog eens troep, waarmee de bewoner wil laten zien wie op deze tien vierkante meter heer en meester is. ,,Het project werkt'', zegt Roest, die erkent er eerst geen vertrouwen in te hebben gehad. ,,De patiënt is veel beter handelbaar dan vroeger.''

De regio Apeldoorn telt minder chronische psychoten dan Amsterdam. Toch lopen er ook hier steeds meer gekken op straat. In een winkelcentrum nabij De Wellen klimt regelmatig een patiënt op een sokkel. Vervolgens kleedt hij zich uit en neemt hij de pose aan van een atleet uit de Klassieke Oudheid in de hoop bewondering te oogsten onder de geschrokken voorbijgangers. ,,Als je de winkeliers nu duidelijk maakt dat ze niets van die man te vrezen hebben, neemt dat al bij voorbaat een hoop paniek weg'', zegt een verpleegkundige. De grote steden kunnen aan die nuchtere en angstmijdende houding een voorbeeld nemen. Want lang niet alle `loslopende' gekken vormen een bedreiging voor hun omgeving, ook al schreeuwen ze de halve stad bijeen.

Op weg naar de uitgang stelt een patiënt met een duistere blik in zijn ogen zich aan me voor. ,,Ik weet niet wie u bent'', zegt hij, waarna hij op psychiater Roest wijst. ,,Maar met die man daar kun je door de zee.''