Caraïbische route

EEN MULTINATIONALE onderneming opent een exportkantoor op een Caraïbisch eiland dat bekendstaat als een belastingparadijs. De exportorders worden via de postbus van de Caraïbische dochteronderneming geleid. Daardoor hoeven er geen belastingen te worden betaald in het land waar de productie plaatsheeft. Deze constructie is een simpele, veel gebruikte methode om belastingen te vermijden. Amerikaanse multinationale ondernemingen doen dit sinds jaar en dag onder de regelgeving voor zogenoemde `Foreign Sales Corporations'. Ook Europese multinationals (onder meer Philips) maken met hun Amerikaanse dochterbedrijven gebruik van deze Caraïbische route.

Het voordeel voor ondernemingen is dat ze hun producten op deze manier goedkoper kunnen aanbieden dan ondernemingen die niet van een dergelijke belastingconstructie gebruikmaken. Het is, met andere woorden, een vorm van oneerlijke handelsconcurrentie en dit, zo heeft de Wereld Handelsorganisatie (WTO) eind vorige maand bepaald, is onrechtmatig. Op grond van een klacht van de Europese Unie heeft de WTO besloten dat de Verenigde Staten hun belastingwetgeving moeten herzien. De constructie met belastingvrijstelling via een Foreign Sales Corporation is een illegale exportsubsidie.

De uitspraak van de WTO is een klap voor de Amerikanen. Grote namen uit het Amerikaanse bedrijfsleven hebben van deze miljardenconstructie geprofiteerd. Bovendien komt het op een gevoelig moment: binnenkort moet het Congres zich uitspreken over het WTO-lidmaatschap van China en de rellen bij de WTO-bijeenkomst in Seattle, eind vorig jaar, liggen nog vers in het geheugen. Die protesten van een breed scala aan belangengroeperingen richtten zich tegen de globalisering en het gebrek aan aandacht voor milieubescherming en arbeidsomstandigheden in handelsverdragen. Het gevaar bestaat dat de politieke en zakelijke establishment zich nu ook van de WTO afkeren.

TOCH MOET DE handelsorganisatie voet bij stuk houden, en niet louter omdat de EU in dit handelsdispuut het gelijk aan haar kant heeft gekregen. In het verleden heeft de WTO enkele keren hardhandig de EU op de vingers getikt, zoals in de zaak van het Europese importregime voor bananen en van het Europese verbod op de import van hormoonvlees. In deze gevallen dient de EU zich te onderwerpen aan het WTO-oordeel. De Verenigde Staten zullen zich daaraan nu ook moeten conformeren. Een slordige vier miljard dollar belastingvoordeel voor multinationals is geen transatlantische handelsoorlog waard.