België in de clinch over euthanasiewet

Even leek België zijn strafwet nog eerder dan Nederland aan te passen aan de euthanasiepraktijk. Maar na een paars-groen voorstel is het debat opgelaaid. De grens tussen vrijzinnigheid en christendom loopt dwars door de partijen.

Senator Jacinta de Roeck van de Vlaamse groene partij Agalev heeft er geen moeite mee te erkennen dat het paars-groene euthanasievoorstel ,,niet nauwkeurig genoeg'' is en zelfs ,,slordigheden'' bevat. Een zekere gretigheid om snel een wetsvoorstel te maken, nu de christen-democraten in België voor het eerst in decennia niet meeregeren, was daaraan volgens haar niet geheel vreemd. Die gretigheid heeft volgens de jonge Agalev-senator in haar eigen partij overigens geen rol gespeeld.

Vlak voor kerstmis presenteerden zes senatoren van de Vlaamse en Waalse regeringspartijen (liberalen, socialisten en groenen) hun wetsvoorstel voor euthanasie. De coalitie van de liberale premier Verhofstadt had het initiatief aan de Senaat als `Kamer van reflectie' gelaten om de hitte van de partijpolitiek enigszins te vermijden. De meeste senatoren gingen er vanuit dat hun voorstel binnen enkele maanden door het parlement zou zijn aanvaard. Sindsdien is echter een euthanasiedebat opgelaaid, dat de discussie in Nederland, tien jaar geleden, in intensiteit overtreft. Euthanasie is in België officieel nog steeds verboden.

Volgens het wetsvoorstel komen voor euthanasie wilsbekwame volwassenen in aanmerking, die ongeneeslijk ziek zijn en in zware psychische of lichamelijke nood verkeren. Zij moeten hun arts meermalen en nadrukkelijk om euthanasie hebben verzocht. De arts moet volgens het voorstel met een onafhankelijke collega overleggen. Ook wilsonbekwame patiënten kunnen voor levensbeëindiging in aanmerking komen, indien zij hun wens vooraf in een toestand van wilsbekwaamheid in een voorafgaande wilsverklaring (`levenstestament') hebben vastgelegd. Tegelijkertijd wordt het belang van goede zorg aan de patiënt onderstreept.

De felste reacties kwamen uit katholieke kring. Kardinaal Danneels noemde het wetsvoorstel een ,,banalisering'' van het leven. Maar ook in de paars-groene coalitie was kritiek te horen. Zo rees de vraag of niet uitsluitend `terminale' patiënten voor euthanasie in aanmerking moeten komen. Al wekenlang worden opiniepagina's in de Belgische kranten over het onderwerp volgeschreven. Door sommigen wordt Nederland met zijn gelegaliseerde euthanasiepraktijk en zijn recente plan nu ook de strafwet aan te passen als het slechte voorbeeld genoemd.

De voorzitter van de Vlaamse socialisten, Patrick Janssens, meende dat alsnog moest worden geprobeerd over dergelijke zaken van leven en dood met de christen-democraten tot een consensus te komen. Een ,,confrontatie van vrijzinnigen en gelovigen'' moest volgens hem worden vermeden. Voor de paars-groene senatoren was de kritiek aanleiding hoorzittingen met maatschappelijke groepen en andere betrokkenen te organiseren. Over de grote waarde van die hoorzittingen, die nog tot pasen duren, is inmiddels iedereen het eens.

Nu al is duidelijk dat het oorspronkelijke voorstel op talrijke punten zal worden aangepast. De Vlaams nationalistische Volksunie is tot nu toe de enige partij die amendementen heeft ingediend. ,,Wij hebben veel meer zorgvuldigheidseisen'', zegt senator (en arts) Patrik Vankrunkelsven. Hij spreekt van een ,,worsteling'' in zijn partij, waarbij een brug tussen ,,gelovigen en vrijzinnigen'' moest worden geslagen. De Volksunie wil naar Nederlands voorbeeld een toetsingscommissie, die zich buigt over het verslag van de behandelend arts en dan besluit of de zaak naar het openbaar ministerie moet. In het oorspronkelijke coalitievoorstel moet de behandelend arts direct aan de procureur rapporteren. Volgens Vankrunkelsven betekent dit in de praktijk ,,decriminalisering'' van euthanasie, omdat de parketten door overbelasting geen tijd hebben. Bovendien wil geen arts zichzelf blameren.

De amendementen van de Volksunie laten minder ruimte dan de gelegaliseerde euthanasiepraktijk in Nederland, waar ,,uitzichtloos en ondraaglijk lijden'' het criterium is. Volgens senator Vankrunkelsven moet duidelijk zijn dat de patiënt ,,binnen afzienbare tijd zal overlijden''. Ook moet het verzoek schriftelijk worden gedaan, of als dat niet mogelijk is door de toestand van de patiënt ten overstaan van de behandelend arts en twee onafhankelijke getuigen.

Toch blijft de afstand met de Vlaamse en Waalse christen-democraten, die eigen wetsvoorstellen hebben ingediend, nog aanzienlijk. ,,Wij willen geen wijziging van de strafwet, die doden op verzoek strafbaar stelt. Want dat is een waarborg tegen misbruik'', onderstreept CVP-senator en fractievoorzitter Hugo Vandenberghe. Hij wijst ook op de functie van de strafwet als ethische basisnorm en op een mogelijk conflict met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, waarin de bescherming van het leven ongeclausuleerd is vastgelegd.

De CVP wil euthanasie daarom via een aparte wet regelen, waarbij het moet gaan om een `noodstand' van een `terminale' patiënt. Ook moet volgens de CVP vooraf worden getoetst met inschakeling van een ethicus. Het CVP-voorstel staat levensbeëinding bij wilsonbekwamen niet toe.

Voorzitter Etienne Vermeersch van het Belgische comité voor de bio-ethiek, een belangrijk adviesorgaan van de overheid, deed in de hoorzittingen van de Senaat enkele compromisvoorstellen. Zo pleit de emeritus-hoogleraar filosofie voor een zwaardere procedure bij niet-terminale patiënten en wilsonbekwamen. Ook houdt hij de mogelijkheid open de strafwet ongemoeid te laten. ,,De coalitiepartijen hebben met hun voorstel de ethische gevoelens in hun eigen achterban niet correct ingeschat'', zegt Vermeersch. De oud-jezuïet, die zich nu atheïst noemt, betwijfelt of consensus met de CVP mogelijk is.

Volgens senator Yacinta de Roeck van Agalev, die haar opinie onder invloed van de hoorzittingen en van stages in verpleegtehuizen heeft genuanceerd, zal het coalitievoorstel behoorlijk worden aangepast. Zij meent dat de vrijzinnige politici, die vooral onder liberalen en socialisten zijn te vinden, aanvankelijk te veel polariseerden. De Roeck: ,,Maar dat is verklaarbaar door de tegenstellingen die er historisch in België tussen vrijzinnigen en katholieken bestonden.'' CVP-senator Vandenberghe onderstreept dat de scheidslijn tussen beide groepen niet absoluut is: ,,Er zijn vrijzinnigen die ons euthanasie-voorstel steunen.'' Maar het omgekeerde geldt ook. Zo vindt de Antwerpse hoogleraar Fernand Van Neste, jezuïet-jurist en net als Vermeersch lid van het comité voor de bio-ethiek, dat de CVP het begrip noodtoestand moet laten vallen en het `levenstestament' moet aanvaarden.

Vrijwel iedereen is het erover eens dat er een euthanasieregeling moet komen. Volgens Vermeersch blijkt uit recent onderzoek dat het aantal levensbeëindigingen zonder verzoek van de patiënt in Vlaanderen ruim vier keer zo hoog is als in Nederland: respectievelijk 3,2 en 0,7 procent van de sterfgevallen. Het gaat bijvoorbeeld om familieleden die een arts vragen een patiënt uit zijn lijden te verlossen. Vermeersch: ,,Dat hoge Vlaamse cijfer ligt aan het ontbreken van een euthanasieregeling.''