Banken willen goedkoop geld

Net als vorige week was de lucht boven de geldmarkt ook deze week bezwangerd van een dreigende renteverhoging. Morgen komt het beleidsbepalende comité van de Europese Centrale Bank (ECB) bijeen om over de officiële rentetarieven te beslissen. Hoewel de ECB in haar communicatie hierover meer verwarring zaait dan duidelijkheid schept, lijken de commerciële banken toch sterk rekening te houden met een renteverhoging

Deze week was dat niet zichtbaar in nog hogere geldmarktrentes, maar wel in de forse inschrijving op een nieuwe herfinancieringtransactie. Op de kredietfaciliteit waar een rente van 3,25 procent wordt gevraagd, werd voor een recordbedrag van bijna 3000 miljard euro ingeschreven. Slechts één keer werd dit bedrag bij een inschrijving overtroffen: begin februari, twee dagen voor de renteverhoging van de ECB. Met een mogelijke renteverhoging voor de boeg, proberen banken met forse inschrijvingen nog zoveel mogelijk geld te lenen tegen het oude, lage tarief. Van de inschrijvingen werd 3,1 procent toegewezen, waardoor de nieuwe herfinanciering uitkomt op 89 miljard euro. Een dergelijke royale lening is aan het begin van een reserveperiode niet ongebruikelijk. De banken worden zo in staat gesteld aan hun reserveverplichting bij de centrale bank te werken.

Het einde van de vorige reserveperiode verliep overigens zonder grote problemen.Hoewel de verdeling van de reserveverplichtingen tussen de banken enigszins scheef lag, leidde dit niet tot grote fluctuaties in de rentetarieven. Het beroep op de marginale faciliteit bleef vlak voor het einde van de reserveperiode beperkt tot 0,5 miljard euro. Er werd afgelopen donderdag wel flink wat geld gestald op de depositofaciliteit, maar dit leidde niet tot een scherpe daling van de daggeldrente.

Omdat banken aan het einde van de reserveperiode meer aanhielden op de reserverekening dan gemiddeld verplicht was, nam de kasreserve af met 14 miljard euro. Dit werd mogelijk gemaakt door de verkrappingen die uitgingen van de toename van het schatkistsaldo (12,2 miljard euro) en de lagere herfinanciering van vorige week (3,1 miljard euro).

Daartegenover stond een de verruimende werking van de terugstroom van bankbiljetten naar het particuliere bankwezen van 1,1 miljard euro.

Bron ING Economisch Bureau