ALLESWETER

Wim Schoevaart (81)

Functie: archivaris

,,Ik ben op 24 maart 1918 geboren, vlak na de competitiewedstrijd Ajax-UVV. `Gewacht tot na de wedstrijd, zeker?' zeiden ze destijds grappend tegen mijn moeder. Zelf zie ik het als een voorbode van mijn zeventig jaar lange verbintenis met de club.

,,De Schoevaart-familie had begin vorige eeuw nogal wat in de melk te brokkelen bij Ajax. Mijn vader, Frans Schoevaart, heeft tien jaar in het eerste elftal gevoetbald; later werd hij tot voorzitter benoemd. Mijn oom, Jan Schoevaart, was penningmeester. Hij woonde op de Amsteldijk, wij op de Ceintuurbaan. Pa en oom Jan wandelden altijd getweeën naar de Watergraafsmeer. Toen ik wat ouder was mocht ik mee. Dan namen we een kijkje bij de jeugd, de lagere elftallen en het eerste. Als jongetje van acht wist ik: hier wil ik ooit voetballen.

,,Als twaalfjarige werd ik lid van de aspiranten-C, toen nog het jongste elftal. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot: ik moest eerst voor de Ajax-enquêtecommissie verschijnen. Wat doet je vader? Haal je mooie cijfers? Kun je rechts trappen, links trappen? Ik was, dat geef ik toe, geen uitblinker; verder dan Ajax 2 kwam ik niet.

We speelden destijds nog in het houten stadion, op het Christiaan Huygensplein. Overdekte tribune, open tribune, staanplaatsen. Nu is er niets meer van over; er staat een Albert Heijn.

,,In 1951 ben ik gestopt met voetballen, drie jaar later werd ik gekozen tot lid van de elftallen-commissie. Anders dan nu, bepaalde die commissie wie er wanneer speelde en op welke positie. De trainer had een adviserende rol. Pas na het aantreden van Rinus Michels, in 1965, kreeg de trainer het voor het zeggen. Sindsdien is Ajax een echte profclub.

,,Bij Ajax noemen ze me `wandelende encyclopedie'. Ik word veelvuldig geraadpleegd. Spelers die hun cv willen inkijken, bestuursleden op zoek naar leuke anekdotes voor een speech. `Meneer Schoevaart, u bent er tenminste bij geweest', zeggen ze dan. `Dat is toch wat anders dan kennis uit een boek'.''