1980-2000

De verlosser keerde in 1981 uit Spanje terug. Cruijff maakte als speler zijn rentree bij Ajax en dat was goed voor veel opwinding en twee landskampioenschappen. Internationaal stelde Ajax in die jaren weinig voor. Trainers kwamen, maar gingen over het algemeen ook weer snel (Knobel, Kraay, Ivic, Brom). Cruijff keerde in 1985 voor de tweede keer terug; nu als `technisch directeur' (bij gebrek aan diploma's kon hij zich geen trainer noemen). Hij bezorgde de club in drie seizoenen geen landskampioenschappen, maar wel internationaal succes: De Europa Cup 2 in 1987 en nogmaals de finale in dit toernooi een jaar later. En Cruijff deed geslaagde aankopen: Blind en Wouters.

De meest succesvolle trainer van de laatste twintig jaar was echter Louis van Gaal. Als voetballer kwam hij tekort voor de top (hij haalde bij Ajax zelden het eerste en beleefde zijn beste jaren bij Sparta). Als trainer – of technisch directeur – bezorgde hij de club een uitzonderlijke hoeveelheid nationale en internationale prijzen. Ajax won de Uefa Cup, de Europa Cup 1 en - voor de tweede maal in de geschiedenis - de Wereldbeker. De successen werden opnieuw gevolgd door een uittocht van de beste spelers (Bergkamp, Jonk, Wouters) naar het buitenland. In eerste instantie bleek de eigen opleiding van Ajax meer dan voldoende talent te hebben voortgebracht om dit verlies op te vangen (Kluivert, Davids, Van der Sar, Frank en Ronald de Boer, de al op jonge leeftijd uit Finland weggehaalde Litmanen), in combinatie met aankopen als Overmars en Finidi. Toen ook deze lichting in het buitenland haar geld ging verdienen, kwam Ajax opnieuw in een periode die onvermijdelijk op succes volgt: het verval. Verhuizing in 1996 van de club naar het nieuwe stadion ArenA heeft dat niet weten te voorkomen.