Peking ook ongevoelig voor stille diplomatie

De Hoge Commissaris voor de rechten van de mens, Mary Robinson, is opnieuw in Peking. Ze is niet erg optimistisch. Het wapen van de `stille diplomatie' lijkt niet erg effectief.

Het bezoek van de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Mary Robinson, aan Peking roept opnieuw de vraag op in hoeverre `stille diplomatie' werkt in China. Robinson is voor twee dagen in de Chinese hoofdstad om te praten over de situatie van de rechten van de mens die ,,in de laatste twee jaar is verslechterd'', aldus de Hoge Commissaris voorafgaand aan haar vertrek naar China.

Hoewel nog niet bekend is wat gesprekken met politici, onder wie vice-premier Qian Qichen, en hoge ambtenaren van het ministerie van Justitie hebben opgeleverd, is op de eerste dag van het bezoek al duidelijk dat de sfeer aanmerkelijk grimmiger is dan twee jaar geleden. Toen reisde de Hoge Commissaris voor de rechten van de mens voor de eerste keer naar China. Na afloop van dat bezoek toonde Robinson zich voorzichtig optimistisch. Er mochten ,,geen wonderen'' van haar worden verwacht, maar het feit dat zij in gesprek was met de Chinese regering en dat haar Chinese gesprekspartners het belang inzagen van sociale en politieke rechten voor een duurzame economische ontwikkeling, vond zij bemoedigend. De gesprekken golden als een bewijs dat `discussie in plaats van confrontatie' een nieuwe onderhandelingstactiek was die voor concrete vooruitgang zou kunnen zorgen.

Maar inmiddels zijn zeventien maanden verstreken en van vooruitgang op het gebied van de rechten van de mens is geen sprake. Integendeel, met het groeien van het economische belang van China is de greep op de vrijheid van meningsuiting en geloof evenredig toegenomen. De initiatiefnemers van de verboden Chinese Partij voor Democratie werden twee maanden na het vorige bezoek van Robinson in december 1998 tot lange gevangenisstraffen veroordeeld, de ondergrondse katholieke kerk werd aangepakt, tal van liberale boeken werden uit de handel genomen, dissidente journalisten werden monddood gemaakt, en ingrijpender nog, onder het oog van de wereldpers ontketende de Chinese regering een ware heksenjacht op de massale aanhang van de geloofsbeweging Falun Gong.

Internationale organisaties voor de rechten van de mens hebben erop gewezen dat de stille diplomatie, waarbij kritiek op het Chinese mensenrechtenbeleid beperkt blijft tot de onderhandelingskamers – een politiek die ook door de Europese Unie wordt bedreven – geen verbetering heeft gebracht. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in navolging van die kritiek vorige week in een jaarlijks rapport over de wereldwijde ontwikkelingen van de rechten van de mens China dan ook scherp veroordeeld. De Verenigde Staten hebben er bij de 53 lidstaten van de VN-commissie voor de rechten van de mens op aangedrongen tijdens de jaarlijkse zitting van de commissie deze maand in het Zwitserse Genève, een resolutie aan te nemen waarin China wordt gekritiseerd.

China's antwoord op die kritiek is vertrouwd defensief: het Chinese mensenrechtenbeleid is een binnenlandse aangelegenheid, waar niemand buiten China formeel kritiek op mag leveren, laat staan de VS waar structureel de rechten van de mens worden geschonden. Een rapport over de situatie van die rechten in de VS, dat de Chinese regering afgelopen zondag als antwoord op het rapport van Washington uitbracht, spreekt over politiegeweld, kinderarbeid en de groei van de criminaliteit en wapenbezit onder Amerikaanse burgers.

Als vanouds verschuilt Peking zich in zijn pleidooi voor een onafhankelijk mensenrechtenbeleid achter het feit dat China een land is in ontwikkeling, dat zich bovendien niet wenst aan te passen aan normen die ,,door het Westen universeel worden bevonden''. Het Witboek over de Chinese rechten van de mens, een rapport dat Peking afgelopen maand heeft gepubliceerd, onderstreept het belang van economische ontwikkeling en stabiliteit als de methode voor het garanderen en bevorderen van dit soort rechten. ,,Maar'', aldus Amnesty International naar aanleiding van dat rapport, ,,schending van de rechten van de mens vermindert niet zomaar met de ontwikkeling van de economie. Iedere sprong voorwaarts vergt een grote dosis politieke wil.'' En daar lijkt het vooralsnog aan te ontbreken bij de hoogste leiders van het land.